Het houden van dieren en de risico’s: vind de balans!Het houden van dieren brengt altijd en onder alle omstandigheden risico’s met zich mee. Dat is altijd al zo geweest en hoeft ook geen onoverkomelijk probleem voor de volksgezondheid te betekenen. Het gaat erom dat de risico’s bekend zijn en dat deze op een effectieve wijze worden beperkt tot een maatschappelijke aanvaardbaar niveau.
Betekent dat dan dat we alle dieren uit onze menselijke omgeving moeten verwijderen? Dat denkt toch geen enkel weldenkende burger. Op de eerste plaats gaat dat voorbij aan de positieve effecten die de dier-mens-interactie kan hebben voor mensen individueel en voor de bevolking als geheel. Daarnaast speelt hierbij ook het aspect van betrokkenheid van de burger bij de landbouw een rol. De toenemende verwijdering tussen de burgers enerzijds en de sector die voor hen het voedsel produceert anderzijds, moet worden aangepakt door middel van aandacht voor ook de positieve kanten van de dierhouderij. Vanuit deze meer gebalanceerde benadering van positieve en negatieve kanten van de dierhouderij dient ook de discussie over de geiten op de kinderboerderij te worden gezien. Deze discussie lijkt meer en meer te worden gevoerd vanuit een politiek emotioneel perspectief, waarbij we de realiteit en de balans uit het oog dreigen te verliezen. Indringende discussies vinden thans plaats in de Tweede Kamer over het eventueel overgaan tot het ruimen van deze dieren. Ook hier lijken de emotie en de politiek de overhand te krijgen over de ratio gebaseerd op een realistische risico-inschatting.
De KNMvD, koepelorganisatie van dierenartsen in Nederland, vindt dat bij de bestrijding van de
Dat een gedifferentieerd beleid (kinderboerderijen niet ruimen, melkgeitenbedrijven wel) extra inspanning vraagt om goed uit te leggen, staat buiten kijf. Het lijkt in eerste instantie tegenstrijdig, maar is dat niet onder de voorwaarden dat er passende hygiënemaatregelen worden doorgevoerd.
Het feit dat er een uitdaging ligt op het terrein van de communicatie kan geen overtuigende en doorslaggevende reden zijn om opnieuw een groep dieren tot ruiming te veroordelen. De bacterie Coxiella burnetii, de veroorzaker van
Wanneer men beargumenteert dat schapen en geiten op kinderboerderijen geruimd moeten worden om het risico voor de mens in te perken, rijst de vraag wat te doen met alle andere potentiële dragers van deze kiem. Ook koeien, paarden, honden, katten, ratten en zelfs teken kunnen met Coxiella besmet zijn. Maar niet ieder besmet dier vormt een groot risico voor de volksgezondheid. Nu gaat de aandacht naar de schapen en geiten. Maar als we doorgaan met testen, gaan we dan ook kijken naar koeien en paarden? En later naar honden en katten? En wat gaan we dan doen met positieve testuitslagen? Gaan we die dieren ook ruimen? Ik dacht het niet. Een nulrisico voor de volksgezondheid, zoals dat nu meer en meer leidend lijkt te zijn in de beleidsontwikkeling van het ministerie van VWS, is een uitgesproken heilloze weg.
Realistische risicoafweging Het houden van dieren brengt risico’s met zich mee. Dat is nooit anders geweest. Het gaat om het vinden van de balans! De KNMvD roept de overheid en de samenleving dan ook met klem op de Prof. dr. L.J. Hellebrekers voorzitter KNMvD aanmaakdatum: 03-02-2010 |
