Zoönosencongres

KNMvD-lid worden

Voor informatie over het lidmaatschap en aanmelden
klik hier

Copyright

Overname van artikelen is toegestaan met bronvermelding. Disclaimer

Fotografie KNMvD: Yvette Zellerer

Stop angst en emotie rond de Q-koorts

Is het houden van dieren gevaarlijk voor mensen? Het gaat erom dat de risico's bekend zijn en dat deze op een effectieve wijze worden beperkt tot een maatschappelijke aanvaardbaar niveau.

Denk naast de hele discussie over Q-koorts en het houden van geiten bijvoorbeeld ook eens aan het houden van vogels of honden. Ook daarbij kunnen mensen infecties oplopen die hun oorspong vinden bij het dier. Voorbeelden hiervan zijn Chlamydia (papegaaienziekte) bij parkieten en spoelworminfecties bij honden. In beide gevallen kunnen mensen hiervan gezondheidsklachten krijgen.

Betekent dat dan dat we alle dieren uit onze menselijke omgeving moeten verwijderen? Dat denkt toch geen enkele weldenkende burger? Ten eerste gaat dat voorbij aan de positieve effecten die de dier-mens-interactie kan hebben voor mensen individueel én voor de bevolking als geheel. Daarnaast speelt hierbij ook het aspect van betrokkenheid van de burger bij de landbouw een rol. De toenemende verwijdering tussen de burgers enerzijds en de sector die voor hen het voedsel produceert anderzijds, moet worden aangepakt door ook meer aandacht te geven aan de positieve kanten van de dierhouderij. Vanuit deze gebalanceerde benadering dient ook de discussie over geiten op de kinderboerderij te worden gezien. Deze discussie lijkt meer en meer te worden gevoerd vanuit een politiek-emotioneel perspectief, waarbij we de realiteit en de balans uit het oog dreigen te verliezen. In de Tweede Kamer vinden indringende discussies plaats over het eventueel ruimen van deze dieren. Ook hier lijken de emotie en de politiek de overhand te krijgen.

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), waarin de dierenartsen van Nederland zijn verenigd, vindt dat bij de bestrijding van de Q-koorts bij dieren de volksgezondheid leidend moet zijn, maar ziet het ruimen van met Q-koorts besmette geiten en schapen op kinderboerderijen als een disproportionele maatregel. Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft aangegeven dat besmette geiten en schapen op kinderboerderijen uit het oogpunt van volksgezondheid niet geruimd hoeven te worden, mits de nodige voorzorgs- en hygiënemaatregelen in acht worden genomen. Het ministerie van LNV heeft daartoe inmiddels maatregelen getroffen.

Het staat buiten kijf dat het uitleggen van zo'n gedifferentieerd beleid (kinderboerderijen niet ruimen, melkgeitenbedrijven wel) een extra inspanning vraagt. Het lijkt in eerste instantie tegenstrijdig, maar is dat niet. De uitdaging op het terrein van de communicatie kan geen doorslaggevende reden zijn opnieuw een groep dieren (kinderboerderijdieren) tot ruiming te veroordelen. Coxiella burnetii, de veroorzaker van Q-koorts bij dier en mens, komt al decennia lang overal in het milieu en bij vele diersoorten voor. We kunnen met zekerheid zeggen dat een nulrisico voor de volksgezondheid niet is te realiseren. Wanneer men beargumenteert dat schapen en geiten op kinderboerderijen geruimd moeten worden om het risico voor de mens in te perken, rijst de vraag wat dan te doen met alle andere potentiële dragers van deze kiem. Ook koeien, paarden, honden, katten, ratten en zelfs teken kunnen met Coxiella besmet zijn. Maar niet ieder besmet dier vormt een groot gezondheidsrisico.

Nu gaat de aandacht naar de schapen en geiten. Maar als we doorgaan met testen, gaan we dan ook kijken naar koeien en paarden en honden en katten? Een nulrisico voor de volksgezondheid, zoals dat nu voor het ministerie van VWS meer en meer het doel lijkt te zijn, is een heilloze weg. Het houden van dieren brengt nu eenmaal risico's met zich mee. Het gaat om het vinden van de balans! De KNMvD roept met klem op de Q-koortsdiscussie terug te brengen tot een rationele en realistische risicoafweging en niet te laten overheersen door angst en emotie. De geplande Q-koortsvaccinatiecampagne kan de risico's voor dier en mens naar verwachting aanzienlijk beperken. De maatregelen op kinderboerderijen zouden zich in eerste instantie samen met de voorzorgs- en hygiënemaatregelen daarop moeten richten.

Prof. dr. L.J. Hellebrekers is dierenarts en voorzitter van de KNMvD

bron: http://www.brabantsdagblad.nl/

aanmaakdatum: 15-02-2010

Terug

 
 
De KNMvD is mensenwerk.
Leden, bestuurders en medewerkers maken de vereniging.
TvD
Veehouder en Dierenarts
Centraal meldpunt dierziekten
Voor de melding van aangifteplichtige ziekten en andere urgente meldingen van dierziekte heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een centraal telefonisch meldpunt: 045 5463188