Zoönosencongres

KNMvD-lid worden

Voor informatie over het lidmaatschap en aanmelden
klik hier

Copyright

Overname van artikelen is toegestaan met bronvermelding. Disclaimer

Fotografie KNMvD: Yvette Zellerer

Informatie voor de hobbydierhouder betreffende Q-koorts

Samenvatting artikel KSG

Op 6 januari 2010 zijn de beleidsmaatregelen door de minister betreffende de kleinschalige houderij naar de Tweede Kamer gestuurd. Kern van de maatregelen is dat er geen specifieke maatregelen voor de hobbydierhouders (< 50 dieren) afgekondigd zijn, maar wel een hygiëneprotocol voorschrijft. Daarin staat dat bij verwerping de verworpen vrucht voor nader onderzoek moet worden opgestuurd. Daarnaast staat er dat als ziektegevallen bij mensen mogelijk terug te voeren zijn naar hobbymatig gehouden geiten of schapen als bron, er nader onderzoek zal plaatsvinden bij deze dieren. In geval van besmetting moet de houder in overleg met zijn dierenarts (en eventueel VWA en GD) besluiten hoe te handelen. Het definitief vaststellen van een besmetting van een individueel dier is niet eenvoudig.

De reden voor dit gedifferentieerde beleid is dat het doden van (besmette) hobbydieren geen invloed heeft op de volksgezondheid voor Nederland als geheel. De hobbydierhouder heeft dus de ruimte om zelf in overleg met deskundigen een afweging te maken hoe te handelen.

Het ruimen van dieren is een bevoegdheid die uitsluitend aan de minister van LNV toekomt, en niet aan het lokale bestuur. De ministeries van VWS en LNV geven geen advies om kleinschalig/hobbymatig gehouden dieren te euthanaseren, maar om in overleg met dierenarts en betrokkenen te bekijken hoe te handelen. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de houder.

Voor het volledige artikel verwijzen we naar www.platform-ksg.nl


aanmaakdatum: 25-02-2010

Terug

 
 
De KNMvD is mensenwerk.
Leden, bestuurders en medewerkers maken de vereniging.
TvD
Veehouder en Dierenarts
Centraal meldpunt dierziekten
Voor de melding van aangifteplichtige ziekten en andere urgente meldingen van dierziekte heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een centraal telefonisch meldpunt: 045 5463188