MRSP - Laura Laarhoven en Phebe de Heus
In de landbouwhuisdierensector zijn MRSA en ESBL inmiddels bekende afkortingen. In de gezelschapsdierensector speelt MRSP, maar daar is veel minder over bekend. De afdeling Klinische Infectiologie van de faculteit Diergeneeskunde startte in samenwerking met de KNMvD een onderzoek. “Vroeger dacht ik dat het leuk zou zijn mijn hond mee te nemen naar de praktijk,” zegt Laura Laarhoven, “nu lijkt me dat niet meer zo’n goed idee.”
Laura Laarhoven is vijfdejaars student Diergeneeskunde aan de faculteit in Utrecht. Na de theoretische eerste vier jaar studie werd zij uitgenodigd om deel te nemen aan het excellent tracée. “Op basis van je studieresultaten word je dan geselecteerd en krijg je de kans een verdiepingsslag te maken.” Ze nam het aanbod dankbaar aan en vond via prof. Jaap Wagenaar het onderzoek naar Methicilline-resistente
Staphylococcus pseudintermedius (MRSP): een bacterie die resistent is tegen vele antibiotica en die kan voorkomen op de huid van gezelschapsdieren, voornamelijk bij honden.
“Vanwege de actualiteiten rond MRSA en ESBL en eerder onderzoek van Engeline van Duijkeren was er behoefte aan meer kennis over de situatie in de gezelschapsdierensector. Het gebruik van moleculaire (‘’DNA’’) technieken die we hebben geleerd van Birgitta Duim en Koen Verstappen heeft tijdens het onderzoek veel van de epidemiologische vragen opgehelderd.” Anderhalf jaar kon Laarhoven aan het onderzoek werken, zonder dat haar studiefinanciering in het geding kwam. Maar er was meer tijd nodig.
Phebe de Heus kwam Laarhoven helpen en nam vervolgens het stokje over. Afgestudeerd in 2008 was zij als paardendierenarts aanvankelijk werkzaam in de praktijk, deels in Nederland, deels in Oostenrijk. “Na die periode kwam ik bij dit onderzoek terecht.” Beiden hebben zij het project ervaren als leerzaam en bijzonder interessant.
Medewerking geweldig
“Via de KNMvD konden we onder andere beschikken over informatie over het aantal praktijken in Nederland.” Steekproefsgewijs werden practici benaderd voor het onderzoek. “Er heeft ook een oproep in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde gestaan en daarna steeg het animo om mee te werken nog extra,” vertelt De Heus. “Het was heel fijn dat zoveel praktijken en diereigenaren ons geholpen hebben data te verzamelen,” vervolgt Laarhoven. “We vroegen niet weinig van ze: vijf honden per dag bemonsteren over een periode van een week. En er is ook een longitudinaal onderzoek gedaan naar de dynamiek in huishoudens. Echt fantastisch dat we zoveel medewerking kregen.”
Na het verzamelen van de monsters begon het labwerk. “We hebben ontzettend leuk samengewerkt met bacteriologen, epidemiologen, microbiologen, laboranten en een ziekenhuishygiëniste. Dat helpt enorm. Bij zo’n onderzoek heb je veel aan de ervaring van andere disciplines,” legt Laarhoven uit.
“We zagen een duidelijke stijging in het aantal klinieken dat ermee te maken had. Wij hebben in tien van de twaalf provincies in elk geval één kliniek gevonden die MRSP had.”
MRSP is een aandachtspunt
Het onderzoek levert veel op. “Er is een tijd geleden een groot onderzoek geweest over verschillende landen, over welke typen MRSP er voorkomen. Via onze begeleiders zijn de Nederlandse gegevens bij die studie ingebracht,” vertelt Laarhoven.
De Heus geeft aan dat het onderzoek naast kennis ook voor de praktijk iets concreets oplevert door handvatten aan te reiken waarmee praktijken een eigen hygiëneprotocol kunnen opstellen.
“Er zal ook zeker in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde over gepubliceerd gaan worden om te laten zien wat we met jullie geld gedaan hebben,” verzekert De Heus. De rol van de KNMvD als centrale speler binnen de diergeneeskunde heeft enorm geholpen. “De financiële steun, de contactgegevens van praktijken, de mogelijkheid te publiceren, daar profiteer je als onderzoeker echt van,” vat De Heus samen.
Zowel De Heus als Laarhoven is erg enthousiast over het onderzoekswerk: “Ik zou het iedereen die de kans krijgt zoiets te doen van harte aanbevelen.” Hun kijk op huisdieren is erdoor veranderd. “Bij MRSA en ESBL gaat het om dieren die veel minder dicht bij de gemiddelde burger leven. Honden maken echt deel uit van het gezin en mensen hebben er een heel intensief contact mee. Dat maakt MRSP tot aandachtspunt. Men moet erop bedacht zijn dat antibioticaresistentie niet alleen voorkomt in de landbouwhuisdierensector.”
Links
Dossier Antibiotica (voor leden)
Formularia op de WVAB-website
Terug