Dierenartsen van de KNMvD waarschuwen tegen de stijgende populariteit van extreem kortsnuitige honden, zoals de Franse Bulldog en de Mopshond. Net zoals voor honden geldt ook voor katten met een extreem korte snuit dat deze dieren tal van gezondheidsproblemen hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor Exotic Shorthair en de Perzische kat. Deze dieren en hun lookalikes hebben door het gericht fokken op schedels met heel korte snuiten vaak ernstige problemen met de ademhaling. Deze problemen zijn door dierenartsen alleen te verhelpen via een chirurgische ingreep die steeds vaker moet worden toegepast. Extreem korte snuiten zijn een forse inbreuk op het dierenwelzijn en daarom acht de KNMvD dit ongewenst.

Wetgeving en zelfregulering om deze fokkerijproblemen te voorkomen heeft helaas nog onvoldoende effect. Daarom pleit de KNMvD in ieder geval voor terughoudendheid bij de aanschaf van dergelijke dieren, zolang de gezondheidsproblemen bij deze rassen niet zijn opgelost.

Sowieso is het verstandig als mensen zich voor de aanschaf van een dieren goed informeren over mogelijke erfelijke of rasgebonden aandoeningen. Dierenartsen kunnen helpen bij de keuze voor een gezond en geschikt huisdier.

Oplossingen

Om de problemen op te lossen vragen de dierenartsen de honden- en kattenfokkers met hun rasverenigingen op advies van dierenartsen te werken aan veranderingen in het fokbeleid die leiden tot gezonde dieren met een passende snuitlengte.

Handhaving wettelijk kader

Wettelijk geldt in Nederland het Besluit houders van dieren, artikel 3.4. Daarin staat onder meer dat bij het fokken met gezelschapsdieren zo veel mogelijk moet worden voorkomen dat ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten worden doorgegeven. Fokkers zijn in de positie om door een slimme keuze van het vader- en het moederdier de gezondheid en het welzijn van de volgende generatie dieren positief te beïnvloeden. In de praktijk is dit echter niet altijd het geval. De handhaving van artikel 3.4 vraagt om een ethische afweging over de ruimte die fokkers krijgen om al dan niet een ras in stand te kunnen houden.