Recent heeft het VGV bestuur deelgenomen aan twee overleggen, met MinLNV en/of de NVWA, over staart couperen en over euthanasie.

Staart couperen

De KNMvD heeft eind 2017 een standpunt over staart couperen gepubliceerd waarin het wettelijke ‘nee, tenzij’ principe ook wordt bekrachtigd. De dierenarts krijgt regelmatig het verzoek om een ‘verklaring voor de noodzaak tot staart couperen’ te verschaffen. De NVWA heeft ons, terecht, geïnformeerd dat deze verklaringen geen juridische waarde hebben (geen enkele wet vraagt om deze verklaring) en zeker niet de waarde van een ‘ontheffing’ zouden hebben. Daarnaast voldoet de verklaring zoals dierenartsen nu vaak afgeven, en waar maar een van de twee IKB systemen (IKB Nederland; art 21.1 van het productievoorwaardenreglement) om vraagt, niet aan de FVE gedragscode ten aanzien van veterinaire certificatie.

Juridisch is enkel de dierhouder verantwoordelijk voor het houden van varkens onder de juiste omstandigheden en voor het uitvoeren van handelingen/ingrepen aan het dier. Hij/zij heeft hier ook een inspanningsverplichting om de noodzaak van couperen aan te tonen en tevens de noodzakelijke maatregelen te nemen om ermee te stoppen.
De dierenarts kan op deze gebieden wel adviseren, maar is niet verantwoordelijk! Sterker, u kunt die inspanningsverplichting ondersteunen met kennis en deugdelijke verslaglegging en wat dies meer zij. Het reglement van het desbetreffende IKB vraagt ook om een plan van aanpak omtrent het voorkomen van staartbijten.
Dit betekent overigens, ook voor de overheid, niet dat varkenshouders direct massaal moeten stoppen met couperen. De KNMvD heeft ook in het standpunt geformuleerd dat er slechts onder de juiste voorwaarden varkens met lange staarten gehouden kunnen worden. Deze voorwaarden verdienen nog nadere uitwerking, zoals dat nu ook gebeurt in het project ‘lange staarten’.
 
De VGV wil u graag adviseren om de dierhouder specifiek te adviseren omtrent het succesvol houden van varkens met lange staarten. Daarnaast adviseren wij u om de gevraagde (coupeer) verklaringen niet langer als zodanig af te geven. De VGV heeft het betreffende kwaliteitssysteem hieromtrent reeds geïnformeerd.
Het plan van aanpak om te komen tot een verbetering van de leefomstandigheden, inclusief de bekende risicofactoren voor staartbijten, is een verantwoordelijkheid van de veehouder, waar de dierenarts een adviseur voor kan zijn en kan helpen bij het opstellen van het plan van aanpak en bij het evalueren van de genomen maatregelen. In de loop van 2018 verwachten wij dat hier praktische tools voor beschikbaar komen uit het project ‘succesvol houden van lange staarten’.


Euthanasie

Zoals u wellicht heeft vernomen is er rondom euthanasie van varkens door de dierhouder veel te doen het afgelopen jaar. De KNMvD zet zich in op dit dossier omdat ook varkensdierenartsen willen dat dieren, indien nodig, op een dierwaardige manier worden ge-euthanaseerd. Het is hiervoor belangrijk dat de randvoorwaarden waaronder euthanasie door de dierhouder zo snel en duidelijk als mogelijk invulling krijgt. Ook over dit dossier is een verkennend gesprek geweest tussen MinLNV, NVWA en de KNMvD. Hoewel het aanvankelijk leek dat men de Nederlandse regelgeving op dit gebied zou uitbreiden, lijkt de voorkeur van de overheid op dit moment uit te gaan naar een verwijzing naar bestaande EU wetgeving op dit gebied. Het is namelijk inmiddels duidelijk dat het doden van zorgdieren op het primaire bedrijf door ‘niet-dierenartsen’ volledig valt onder de EU verordening 1099/2009. Hierin staan alle vereisten opgesomd waaraan de persoon/bedrijf moet voldoen om een dier te doden voor de slacht, maar dus ook voor het euthanaseren van zorgdieren op het bedrijf.

Ook hier is de dierhouder verantwoordelijk voor de euthanasie, niet de dierenarts. Wat exact de rol van de dierenarts is of zal zijn in dit dossier is nog onderwerp van verder onderzoek.

Dit laat onverlet dat wanneer op dit moment een dierhouder een dier wil euthanaseren hij/zij moet voldoen aan EC1099/2009. Dit betreft dan niet alleen eisen aan ‘een installatie’ maar aan de gehele procedure (van selectie dieren, tot vakbekwaamheid personeel, tot selectie van de juiste methode, en correct vaststellen van de dood). De NVWA kan controleren of de dierhouder dit proces voldoende heeft geborgd en de euthanasie methode adequaat heeft toegepast.

Na het overleg met de KNMvD zal de overheid ook nog in gesprek gaan met de verschillende diersectoren en daarna een besluit nemen over de noodzaak tot het opnemen van eventuele minimale eisen aan vakbekwaamheid en/of dodingsmethoden.

Daarnaast zal men ook werken aan aanvullende communicatie over de toepassing van EC1099/2009 op het primaire bedrijf, ook naar de primaire houder. Deze communicatie zal de overheid amen met de KNMvD en sectorpartijen oppakken, maar dit zal pas in de loop van 2018 zijn. De KNMvD komt tevens binnenkort met een overzicht van de huidige wettelijke aspecten rondom euthanasie.

Voor meer informatie omtrent beide dossiers kunt u terecht bij Tijs Tobias en/of Joost van Herten.