Op 25 juni heeft de Commissie Sorgdrager haar eindrapport uitgebracht over de ‘Fipronil-eiercrisis’ in de zomer van 2017.
Enkele belangrijke elementen in het rapport zijn: de extra aandacht die nodig is voor (de versterking van de aandacht voor) voedselveiligheid zowel bij de producenten, toezichthouders als bij de controlerende instanties zoals de NVWA. Ook staan er in het rapport aanbevelingen voor de private kwaliteitssystemen binnen de pluimveeketen .

De KNMvD onderstreept het belang van vertrouwen in en van toezicht op de voedselveiligheid.
Het is essentieel dat vertrouwen te bewaken en te versterken. Het kan nooit zo zijn dat iemand bewust de regels overtreedt waar het dierwelzijn en voedselveiligheid betreft.
De KNMvD onderschrijft dan ook de noodzaak voor verbetering die spreekt uit de conclusies in dit rapport en de reacties van de ministers van Landbouw en Volksgezondheid. Het onderstreept, ook op dit terrein, nogmaals de noodzaak van een werkbare en sterke rol van dierenartsen die met hun NVWA-collega’s de garantie op veilig voedsel, volksgezondheid en dierenwelzijn vorm moeten kunnen geven.

Een uitgebreidere bedrijfsrisico-inventarisatie op zowel welzijn en voedselveiligheid kan in combinatie met het bedrijfsgezondheids/behandelplan een mooie aanvulling. De dierenarts heeft een ‘poortwachtersrol’ en kan vanuit zijn/haar 1 op 1 relatie met de boer goed bijdragen in de advisering en evaluatie van middelen tegen onder andere ectoparasieten. Het advies daarover aan de Commissie ziet de KNMvD helaas niet terug in het rapport. 
De KNMvD spreekt de verwachting uit dat dit rapport de verdere professionalisering in de pluimveesector een extra, positieve impuls geeft.
Dierenartsen zijn actief en/of werkzaam op alle terreinen die in het rapport Sorgdrager worden genoemd, bijvoorbeeld als (behandelend) erfbetreder, adviseur en/of inspecteur en controleur. Zij beschikken over brede kennis en ervaring  en zijn natuurlijk ten volle bereid adviezen te geven en aanbevelingen te doen op het gebied van de versterking van  dierwelzijn en – diergezondheid  die tevens ten goede komen aan de volksgezondheid en de voedselveiligheid.