De KNMvD is van mening dat de samenleving een morele verantwoordelijkheid heeft voor het welzijn van dieren die worden gebruikt bij een door de mens gewenste ontwikkeling van een ecosysteem. Dit geldt onder meer voor de Heckrunderen, Konikpaarden en Edelherten die zijn uitgezet in de Oostvaardersplassen. 
Bij het uitzetten van grote grazers in natuurgebieden moet vooraf worden bepaald welke consequenties dit heeft voor de gezondheid en het welzijn van de dieren. Gezien de ontwikkelingen in de Oostvaardersplassen is de KNMvD van mening dat onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen en de maatschappelijke verontwaardiging die dit natuurbeheer zou opleveren. Ook is niet voldoende stilgestaan bij de keuze van de geïntroduceerde diersoorten. Een experiment als de Oostvaardersplassen verdient wat de KNMvD betreft geen navolging.

Welzijn centraal

Inmiddels is in de Oostvaardersplassen door natuurlijke selectie een redelijk robuuste populatie grote grazers ontstaan, waarbij het welzijn van de dieren over het algemeen goed is. De dieren leven in sociale groepen en kunnen hun natuurlijk gedrag vertonen. Een groot deel van het jaar is er voldoende voedsel en verkeren de dieren in goede conditie. In de winterperiode ontstaat een gebrek aan voedsel. Migratie naar gebieden met meer voedsel is door de afbakening van de Oostvaardersplassen helaas niet mogelijk. Hierdoor sterven, wanneer er niet ingegrepen wordt, in strenge winters veel dieren uiteindelijk van honger en uitputting. De KNMvD is van mening dat de doelstellingen van de Oostvaardersplassen niet opwegen tegen het onnodig lijden van individuele grote grazers door verhongering. Er zijn wat de KNMvD betreft geen zwaarwegende mensgerichte belangen die rechtvaardigen dat er niet wordt ingegrepen om het lijden van deze grote grazers te voorkomen.

Toekomstig beheer

Een goed uitgevoerd vroeg reactief afschotbeleid kan in beginsel de dieren onnodig lijden besparen. In de praktijk blijkt echter dat Staatsbosbeheer er niet in slaagt om aan de voorwaarden die zowel door ICMO 1 als 2 zijn gesteld voor verantwoord beheer van de grote grazers in de Oostvaardersplassen te voldoen. De KNMvD vindt daarom dat het natuurvolgend beheer van de grote grazers in de Oostvaardersplassen opnieuw moet worden herzien. Het is daarbij de vraag of verdergaande aantalsregulatie via proactief afschot niet noodzakelijk is om het welzijn van de grote grazers te waarborgen. Het structureel verminderen van de hoeveelheid grote grazers zal, op de langere termijn, waarschijnlijk ook de biodiversiteit van het gebied bevorderen.
Het vlees van de proactief afgeschoten dieren zou wellicht bestemd kunnen worden voor humane consumptie of gebruik in dierentuinen. Naast afschot kunnen ook andere beheermaatregelen ingezet worden zoals herplaatsing van dieren naar andere natuurgebieden waar er vraag naar is. Tot slot is het vooral voor de Heckrunderen van belang dat er op korte termijn betere beschutting en schuilmogelijkheden worden gecreëerd binnen de grenzen van het huidige gebied. Ook verdient het de aanbeveling te overwegen de Heckrunderen volledig uit het gebied te verwijderen omdat zij zich wat betreft hun graasgedrag het minst kunnen aanpassen aan de omstandigheden van het gebied.

Klik hier voor het volledige standpunt