Panta Rhei; alles stroomt – Jaarrede 2018

Merel Langelaar – Voorzitter KNMvD

 

Welkom Dames en Heren,

Vorig jaar hield ik hier als interim-voorzitter een verhaal over ons – dierenartsen verenigd in de KNMvD. Ik schetste ons als een zwerm ganzen die in een majestueuze V-vorm op weg zijn naar hun gezamenlijke bestemming. Inmiddels mag ik tot mijn vreugde tot het einde van mijn bestuursperiode – dat wil zeggen tot 2021 – de rol van voorzitter vervullen. Ik vlieg dus niet meer ‘toevallig een tijdje voorop’ – ik maak deel uit van de vaste formatie. Dat maakt verschil. En dat zal ik uitleggen.

Het beeld van de ganzen is aansprekend, maar heeft als nadeel dat je zou kunnen denken dat het gaat om het behalen van een eindbestemming; grazige weiden, een pot goud aan het eind van de regenboog. Nu denk ik persoonlijk dat onze eindbestemming niet bestaat. Wij arriveren noch bij een pot goud, noch bij een toestand waarin er geen zorgen of spanningen zullen zijn. En ook onderweg hebben wij het niet gemakkelijk. We weten eigenlijk wel zeker dat het veterinaire beroep – zo lang wij werken – constant een moreel en fysiek appel op ons zal doen. Ik zie onze beroepsgroep vandaag daarom liever als een rivier. In die rivier stroomt continu nieuw water, maar toch blijft ze dezelfde: panta rhei.

Een rivier is weliswaar op weg naar de zee, maar eenmaal daar aangekomen, houdt ze op te bestaan. Dat lijkt op het eerste gezicht zinloos, maar voor het water zelf is dat natuurlijk De Bedoeling. We kunnen onze bestemming dus even laten voor wat het is en kijken naar de rivier. Telkens nieuw, en toch dezelfde. Dat is in mijn ogen wat de KNMvD zou moeten zijn voor de leden. Als bestuur zijn we daar uitgebreid mee bezig geweest. Ik hoef er hopelijk niet veel over te zeggen, u heeft het kunnen lezen in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde en diverse columns van Maaike, Tjerk en mijzelf. Aan het einde van deze maand worden alle bestuurders uit hun functie ontheven en de ledenraad ontbonden. Dan wordt een nieuwe, compacte club bestuurders en een raad van afgevaardigden gekozen en benoemd. Per 1 januari zijn we een vernieuwde, eenvoudige organisatie, die veel wendbaarder is. Dat is nodig want stroomversnellingen zijn onvermijdelijk. En dan is het belangrijk dat u elkaar gemakkelijk vindt en aangemoedigd wordt om mee te doen.

Kan een rivier veel bereiken? Ja, de zee. Maar is dat waar het de rivier om draait? Ik denk eerder dat een rivier veel kan betekenen, zeker in de fase dat de diverse stromingen zich hebben samengevoegd en zich herkennen in elkaar: “Hé, we zijn één rivier!” Als wij ons niet gedragen als verschillende beekjes en stroompjes, maar ons organiseren als een Grote Rivier – de Rijn of de Waal – dan zijn we beeldbepalend in het landschap; iets waar je niet overheen kunt zonder bruggen te bouwen. Gezaghebbend! Dat kunnen we zijn, heb ik het afgelopen jaar ervaren. Mijn kinderen denken inmiddels dat ik een BN-er ben; een Bekende Nederlander. Ik verscheen een aantal keren in interviews in de krant of een blad. Meestal op de foto samen met onze hond, want dat doet het natuurlijk leuk. En in de zomer deed ik zelfs een heuse fotoshoot. Dát dames en heren, scoorde hoge ogen bij mijn puberdochters. Bekend zijn brengt een heleboel gezag met zich mee, dus ik laat mijn kinderen graag in die waan. Ouders, meesters en juffen, dokters, wetenschappers en bedeesde overheidsdienaren leggen het immers af tegen de BN-er. Gezag, dat heb je als je bekend bent. Maar ik ben natuurlijk niet bekend omdat ik Merel Langelaar ben (al denken mijn dochters dat wel). Ik ben ‘van de KNMvD’. Omdat ik namens de gehele Rijn spreek, leg ik gewicht in de schaal.

Maar laten we elkaar niet misverstaan. Ik bén natuurlijk niet de Rijn, dat zijn we samen, u en ik. Wij zijn dat NU, want straks vormen weer andere dierenartsen de KNMvD. Dat betekent wel wat, dames en heren. Dat betekent dat NU echt het woord aan ú is, leden van de vereniging. We hebben er de afgelopen jaren alles aan gedaan om u goed te kunnen verstaan. U – als lid – was of bent matig tevreden en natuurlijk moet de vereniging er alles aan doen om tevreden leden te hebben en te behouden. Vanzelfsprekend moet het bestuur heel goed luisteren naar de leden. Handelen naar wat de leden willen. Beleid voeren námens de leden. Want als u contributie betaalt voor een beroepsvereniging, dan wilt u zich immers verenigen met vakbroeders. In Houten zit het kantoor van onze vereniging, met Susan als directeur. Daar vindt de nodige ‘ledenservice’ plaats. Maar de KNMvD met zijn kantoor in Houten is zoveel meer dan dat. U hebt geen klantenpas gekocht bij een willekeurig bedrijf in veterinaire diensten, u bent lid van een vereniging. Dat betekent ook: samenzijn met collega’s, dilemma’s en successen delen, communiceren. De tijd is rijp. U bent er als lid aan toe om u de vereniging weer meer toe te eigenen. De vereniging is er klaar voor gemaakt; u kunt aan de slag. Sceptici beweren dat het verenigingsleven in het huidige, digitale tijdperk zijn langste tijd gehad heeft. Maar dat denk ik zeker niet, integendeel. Net als de grote waterwegen, is een beroepsvereniging relevanter dan ooit. Kijk om u heen. De hele maatschappij raakt georganiseerd in netwerken en samenwerkingsverbanden. De bejaardentehuizen worden opgeheven, mantelzorg en wijkzorg worden in netwerken rondom de ouderen heen georganiseerd. Voeding wordt geproduceerd in ketens. Lokale samenwerkingsverbanden ontstaan om kinderen op te vangen, wereldwijde netwerken bestaan om van alles en nog wat samen te doen, van bootvluchtelingen helpen tot plastic uit de zee vissen. De wereld is interconnected, een global village.

Onze vereniging heeft een dergelijke samenwerkingsbasis als fundament, is ingebed in het grotere geheel van de veterinaire infrastructuur in ons land, binnen Europa en zelfs de wereld, en… gaat al even mee. Een fysieke vereniging is het real life fundament van uw internet community. Digitaal communiceert u via facebook, twitter, linkedin, instagram of snapchat. Specifiek veterinair waarschijnlijk ook via dierenartsgilde. U post, liked en retweet wat af. Maar op enig moment, als u allen uw veterinaire kennis of mening over het internet hebt uitgestort, juist dan komt uw vereniging in beeld. Dan moet er met alle input – in het echt – gepraat gaan worden. Dan moeten er fysieke acties komen, door echte mensen. Dan moet een levend mens contact opnemen met de industrie waar die penicillines nou blijven. Dan moet er iemand naar de faculteit, om uit te leggen dat we in de praktijk andere verwachtingen hebben van de jonge dierenartsen. Dan moet er iemand naar de NVWA, om het over de gewenste bejegening bij de handhaving te hebben. Dan moet er iemand naar LNV, om te regelen dat honden maar door een beperkte groep gechipt mogen worden, maar wel állemaal, en vragen of die bijtincidenten misschien geregistreerd kunnen worden. Dan moet er iemand praten met de zuivel, met de POV, met de hippische bond. Dan moeten WIJ – leden – een standpunt innemen. Zodat ‘iemand van de KNMvD’ met gezag kan spreken. Over welzijn op paardenmarkten, rauw voer, de Oostvaardersplassen, staarten couperen. En de resultaten van die echte acties moeten dan via dezelfde digitale kanalen, maar ook via het Tijdschrift of op de Najaarsdag, weer bij u terugkomen. Dát is waar u de vereniging voor hebt. Om in het echte leven verankerd te zijn. Dan bent u gezaghebbend, beeldbepalend in het landschap.

Dierenarts zijn is een gezaghebbend beroep. De KNMvD is een beeldbepalende instantie en de standpunten die de KNMvD met en voor u uitbrengt, hebben maatschappelijke impact. U kunt erop leunen. Als het u in uw eentje wel eens aan overredingskracht ontbreekt, dan hebt u een gezamenlijke mening, zwart op wit ten bewijze dat er deugdelijk over de kwestie is nagedacht. En dat u in ieder geval een groot deel van de beroepsgroep achter u hebt. Ik zeg het mede omdat gezag, binnen de wetenschap en bij die beroepsgroepen die van oudsher gezag inboezemden, geen vanzelfsprekendheid meer is. Uw professionele mening wordt niet direct meer voor lief genomen. Dokter Google heeft een zwaarwegende stem. Feiten, meningen en emoties lopen door elkaar heen en in deze context worden hoge eisen aan u gesteld. Een therapie mag niet falen, ook niet als de klant eigenlijk na twee keer de tabletjes niet meer gaf. U moet altijd en overal, op stel en sprong klaar staan. Ook als dat niet zo redelijk is. Om van de lastige positie van een dierenarts aan de slachtlijn nog niet eens te spreken.  En ook de dierenarts in de farmaceutische industrie heeft al snel iets uit te leggen. Naar andermans mening.

Als het wel eens lastig wordt is de remedie eigenlijk eenvoudig. Val terug op je basis. Panta rhei… Diergezondheid en dierenwelzijn, volksgezondheid en voedselveiligheid. Dat is waar de dierenarts voor staat. Daar nemen we onze verantwoordelijkheid voor, onder heel diverse omstandigheden. Lukt dat altijd even goed? Nee, de praktijk is weerbarstig. Moeten we er niet alleen zijn voor de dieren? Als advocaat van het dier? Nee! Er zijn mensen die ons dat in de mond willen leggen, maar dat is een veel te nauwe opvatting van ons beroep. Ik denk wel – om eerlijk te zijn – dat we iets meer aandacht aan dierenwelzijn moeten geven dan we nu doen. Nu voel ik de golf van verontwaardiging al snel door de zaal gaan, we doen immers allemaal zo ons best! Ja, dat is zo. Ik ben ervan overtuigd dat iedere individuele dierenarts zijn best doet. Maar ik ben er ook van overtuigd dat iedere individuele dierenarts ervan baalt als hij weer eens bij een paard wordt geroepen dat zijn dagen slijt in een box van 2 bij 3, dat ze vloekt bij complicaties bij de operatie van een moddervette hond, dat hij denkt aan de pijn aan de poten van die schapen die grazend op hun voorknieën in een drijfnat weilandje staan. Maar de dierenarts staat niet ‘algemeen bekend’ als begaan met dierenwelzijn. Als we gezamenlijk vaker een standpunt zouden innemen over dierenwelzijnskwesties – en ons niet beperken tot diergezondheid – heeft u als individu net dat beetje extra gezag om luid en duidelijk te zijn.

Terug dus naar de Grote Rivier, de basis. Waar is ‘de KNMvD’ eigenlijk allemaal mee bezig op het moment, naast die reorganisatie die natuurlijk toch nogal naar binnen gekeerd is? Waar zaten al die bestuurders die aan het eind van deze maand uit hun functie ontheven worden? Die zaten zo’n beetje overal. Dierenartsen, waar ze ook werken, vormen een onmisbaar onderdeel van de samenleving. ‘Onmisbaar’ is een groot woord, dat kan leiden tot zelfoverschatting, arrogantie en een vermeende comfortabele monopoliepositie. Maar tegelijkertijd zijn we een onderdeel. Onderdeel van een groter geheel. Dat noopt tot bescheidenheid. We hoeven ons niet kleiner te maken dan we zijn, dat doet alleen Calimero, maar er is een wederzijdse afhankelijkheid van de verschillende onderdelen van het grotere geheel. En daarom praten al die bestuurders vreselijk veel, met ál die verschillende partijen in het veld. Om te komen tot iets goeds of beters voor mens en dier. Daarbij blijven we steeds beter bij onze veterinaire basis. We laten ons niet meer verlokken tot het oplossen van problemen die niet binnen onze invloedssfeer liggen. Het komende jaar zullen we daar natuurlijk mee doorgaan.

Een paar voorbeelden. We zoeken naar concrete oplossingen om te helpen bij het opvullen van vacatures. We onderzoeken of de praktijkeigenaren zich nog wel voldoende herkennen in ‘hun KNMvD’. Mede in gesprek met andere Europese verenigingen brengen we in kaart wat de komst van ‘de corporates’ (‘de ketens’) betekent voor de individuele dierenarts, maar ook voor de diergeneeskunde in den brede. De jonge dierenartsen zijn uitgebreid in gesprek met elkaar, de faculteit, en werkgevers om de overgang van studie naar praktijk naar meer tevredenheid te laten verlopen. We schrijven aan een veterinaire visie op duurzame veehouderij in antwoord op de nota van minister Schouten. We zoeken naar mogelijkheden om het veterinair specialisme duidelijker onderscheidend neer te zetten. We ontwikkelen nieuwe standpunten, we inventariseren wat de welzijnsonderwerpen zijn die als eerste intensievere aandacht verdienen. We helpen dierenartsen in de praktijk met een goede klachtenprocedure.

Met een nieuwe penningmeester en per 1 januari 2019 vier nieuwe clusters verwacht ik ook van de nieuwe bestuurders een aantal concrete ideeën. We hebben nog voldoende vragen. Wat gaat cluster DIMEO doen om die 30% dierenartsen die niet in de praktijk werken, het gevoel te geven dat de KNMvD er ook echt voor hen is? Hoe ondersteunt cluster paard de dierenartsen in het vergroten van de kennis over voeding en huisvesting van paarden met het oog op gezondheid en welzijn? Wat vindt cluster GGL, moeten we als vereniging meer met precision livestock farming om onze leden te ondersteunen? En de gezelschapsdieren, hoe verschuiven we daar meer naar ziektepreventie? Door beter fokken en betere infectieziektenbestrijding? Kan en moet de vereniging haar leden daarin ondersteunen? En u, leden… Komt u met plannen? Begint u een commissie insecten? Een commissie biosecurity? Een commissie collegiaal samenzijn? Een commissie one health? Een commissie welzijn van de dierenarts? Er zijn oneindig veel mogelijkheden, er zijn vele zaken die u bezighouden. Voelt u de kracht van de vereniging, die macht van een Grote Rivier? Gaat u samen aan de slag?

We weten dat het kan! Neem de dreiging van Afrikaanse varkenspest. Hoe ik ook hoop dat die aan onze deur voorbij zal gaan, het is tegelijkertijd indrukwekkend én geruststellend om te zien hoe eenvoudig de veterinaire rijen zich sluiten in het aangezicht van zoiets groot en bedreigends. Het doet een direct appel op onze veterinaire kennis en expertise. Er zijn vele onzekerheden en de dreiging betreft niet alleen de gehouden varkens, maar zeker ook de populatie everzwijnen. De KNMvD faciliteert multidisciplinaire kennisoverdracht en tracht álle dierenartsen te betrekken. Het maakt dat we overleg hebben met allerlei dierenartsen, binnen en buiten KNMvD-verband. Ieder draagt bij vanuit zijn eigen expertisegebied; de varkenshouderij, wild, epidemiologie, de jacht, dierenwelzijn, toezicht, andere dierziekteuitbraken, de gezelschapsdieren. Alle hens aan dek en handen uit de mouwen. Als er écht iets aan de hand is dan herkennen wij elkaar en vertrouwen elkaar. Specifieke inhoudelijke kennis is de basis van onze gesprekken en het uitgangspunt voor gezamenlijke meningsvorming. Dergelijke overleggen vervullen me met dankbaarheid en groot vertrouwen in de toekomst.

Panta rhei, alles stroomt, in de rivier stroomt continu nieuw water toe, maar toch blijft de rivier dezelfde. Het geldt ook ons beroep, en onze vereniging. Op weg naar zee worden we volwassen dierenartsen, verenigd in de KNMvD, die zich telkens vernieuwt. Het bureau reorganiseerde, het bestuur herschikte, het is nu aan u om u de vereniging te laten stromen. Ieder voor zich niet beroemd, maar samen bekend en gezaghebbend. Eén grote rivier.

Tot heil van mens en dier.

 

Deze jaarrede werd voorgelezen tijdens de Najaarsdag van 3 november 2018.
Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.