Voorzitter van de Vakgroep Gezondheidszorg Herkauwer Mark van der Heijden beantwoordde vragen van het Reformatorisch Dagblad. De VGH adviseert veehouders om gebruik te maken van de mogelijkheid om drachtige dieren af te laten kalven op het bedrijf. Na 5,5 maanden drachtigheid is dat zelfs verplicht.

Ongeboren kalf blijkt vogelvrij

Naar schatting 160.000 koeien maken dit jaar vervroegd de gang naar het slachthuis. Duizenden van deze koeien hebben een kalfje in de buik. Die ongeboren kalfjes gaan onherroepelijk dood. Er blijkt geen wet te bestaan die regelt hoe ze aan hun einde moeten komen of hoe het lijden van de dieren kan worden bekort.

Nederland telt te veel koeien. Beter gezegd: alle koeien samen produceren, via de mest, te veel fosfaat. Als er niets gebeurt, krijgen de boeren te maken met strenge milieuregels uit Brussel. Daarom grijpt de overheid in, met steun van de zuivelindustrie en boerenorganisatie LTO. Op 1 maart trad het zogeheten fosfaatreductieplan van staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) in werking. Een van de onderdelen van dat plan is inkrimping van de veestapel. Dat moet een besparing van 2,5 miljoen kilo fosfaat opleveren, wat overeenkomt met de mestproductie van 160.000 koeien.

Boeren die vrijwillig hun bedrijf beëindigen, krijgen een premie. Zij verlichten namelijk de pijn voor de blijvers. Bedrijfsleven en overheid stellen voor deze zogeheten stoppersregeling samen 50 miljoen euro beschikbaar. Snelle beslissers krijgen een premie van 1200 euro per koe. Een aantrekkelijk bedrag: de eerste intekenronde was op de eerste dag, 20 februari, al meteen vier keer overtekend. Staatssecretaris Van Dam besloot begin deze maand om geld dat voor de tweede en de derde ronde bestemd was, naar voren te halen zodat alle aanvragen kunnen worden gehonoreerd.

Tot nu toe hebben bijna 500 boeren zich voor de stoppersregeling aangemeld. Samen hebben ze dik 40.000 dieren, volwassen koeien plus jongvee. Een boer van wie de aanvraag wordt toegekend, moet zijn dieren binnen zes weken afvoeren naar de slacht, of verkopen voor export.

Koeien krijgen op een melkveebedrijf normaal gesproken ieder jaar een kalf. Dat is nodig om de melkproductie op gang te houden. Gemiddeld is 80 procent van de koeien op een boerderij drachtig, in een al dan niet vergevorderd stadium. De stoppersregeling leidt er dan ook toe dat duizenden koeien met een kalf in de buik in de slachterij terecht zullen komen.

Geen verbod

Het slachten van drachtige koeien is in Nederland, en ook in de rest van de Europese Unie, niet verboden. De enige beperking is een Europese regeling die het transport van hoogdrachtige dieren verbiedt, zegt dierenarts Mark van der Heijden uit Harmelen desgevraagd. Hij is voorzitter van de Vakgroep Gezondheidszorg Herkauwer van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), de beroepsorganisatie voor dierenartsen in Nederland. „Vervoeren mag niet vanaf het moment dat 90 procent van de draagtijd is bereikt. Koeien dragen negen maanden, dus dat komt ongeveer overeen met de laatste maand. En de eerste week na het kalven is transport ook niet toegestaan.”

In de stoppersregeling is voor koeien die al langer drachtig zijn, een uitzondering gemaakt: die mogen op de boerderij blijven tot een week nadat het kalf geboren is. De grens voor deze uitzondering ligt op 5,5 maanden drachtigheid. „Ons advies is om daar gebruik van te maken. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zijn wij tegen het vroegtijdig euthanaseren van gezonde drachtige dieren”, zegt Van der Heijden.

Lees hier het complete artikel