‘Dierenartsen zijn overal’, is de slogan van de Federation of Veterinarians of Europe, de FVE. Niets is minder waar. We staan immers in de praktijk, aan de slachtlijn, in de Rotterdamse haven, op de diverse ministeries, in het lab, in de voedingsmiddelenindustrie. En dan zijn dat nog vrij voor de hand liggende zaken. Het jaarboek doorbladerend kwam ik bijvoorbeeld ook eens een tolk/vertaler tegen, om maar een onverwachte plek voor een dierenarts te noemen.

Zijn we ook overal hetzelfde dan? Nou, dat zal niet zo zijn, er zijn immers diverse culturele verschillen. Maar tegelijkertijd zijn er veel situaties in andere landen die behoorlijk op onze situatie in Nederland lijken. Eind april hadden we een bijeenkomst met een petit comité van vertegenwoordigers uit een aantal beroepsverenigingen die aangesloten zijn bij de FVE. Collega’s uit Denemarken, Frankrijk en Duitsland. Er bleek veel stof tot praten en veel uit te wisselen. Neem de komst van de ketens. In Frankrijk heeft de Orde dat nog tegen gehouden, in Denemarken en UK is daar al volop ervaring mee. Hier in Nederland is het nog behoorlijk nieuw maar zeker aan een opmars bezig. Is dat goed of bedreigend? Ik heb daar vooralsnog geen antwoord op, maar we gaan daar met die ervaren en juist onervaren landen over verder praten. Opdat we weten wat ons te wachten staat.

Een totaal ander onderwerp werd ingebracht door Frankrijk: het verwachtingspatroon van de diergeneeskundestudent over de praktijk, en het verschil met de praktijk in het echt. Dat onderwerp is ons natuurlijk niet vreemd en gaat ons zeer aan het hart. Een Platform Jonge Dierenartsen heeft lang niet iedereen dus prijzen wij ons gelukkig, maar daarmee is nog niet alles opgelost. We moeten ook praten met de opleiding en dat doen we ook. Onze faculteit diergeneeskunde, die echt een hele goede opleiding biedt en hoog scoort op de diverse ranglijstjes, wil natuurlijk ook niet opleiden voor een werkend bestaan in onvrede of waar mensen voortijdig het vak verlaten waarvoor ze zo hard gestudeerd hebben. De faculteit heeft een adviesraad in het leven geroepen om met de diverse veterinaire partijen in Nederland goed na te denken over hoe die opleiding zo goed mogelijk aan kan sluiten bij de praktijk, in den brede. Wij als KNMvD kunnen, en moeten, ondertussen de praktijken ondersteunen om een goede omgeving te bieden voor de jonge dierenarts. De jonge Deense dierenartsen hebben overigens een heel ander probleem, die zitten voor het grootste deel het eerste jaar na hun afstuderen werkloos thuis.

We bespraken nog veel meer met de Europese collega’s, met name over diergeneesmiddelen en de nieuwe verordening die er aan komt. Het gaf een prettig gevoel te weten dat er elders in Europa dierenartsen zijn die net als wij soms wat ploeteren met de diverse aspecten van het veterinaire bestaan. Collega’s die we kunnen raadplegen en waarmee we samen op kunnen trekken, ten behoeve van de dierenartsen in onze eigen geledingen.
Het was ook leuk, maar dat is heel persoonlijk, om zelfs in de emailwisselingen het landelijk temperament te kunnen lezen. De Franse collega’s hadden net een Europarlementariër gesproken en de stoom kwam haast van het scherm over de hoeveelheid onbenulligheid die ze ontmoet hadden. Níks wist de man van het vak van dierenarts, van wat de dierenarts allemaal kan betekenen, hoe hij bijdraagt aan volksgezondheid vanuit veterinair perspectief. Vets are everywhere, maar we zoeken nog een goeie voor in het Europarlement die de collega’s een beetje op niveau kan krijgen.

Merellangelaar@knmvd.nl  06-22481963