TEKST TESSA LOUWERENS, WETENSCHAPSJOURNALIST

Forensische diergeneeskunde “Ik doe het voor het dier, om gerechtigheid te halen.”

Forensisch dierenarts Monique Verkerk onderzoekt dieren die onder verdachte omstandigheden zijn gestorven. Van lapjeskatten in een kledingcontainer tot een egel die als voetbal is gebruikt: elke sectie is een zoektocht naar waarheid en gerechtigheid.

De twee jonge lapjeskatten die in een kledingcontainer werden gevonden, leken op het eerste gezicht rustig gestorven. Geen zichtbare verwondingen en nauwelijks bloedverlies. Pas toen forensisch dierenarts Monique Verkerk ze onder de röntgen legde, kwam de werkelijke oorzaak aan het licht: drie kogels per kitten. “Daar was ik wel even stil van.”
EEN KNAGENDE VRAAG
Haar fascinatie voor forensische diergeneeskunde begon echter niet bij een gruwelijke vondst, maar bij een enkele zin uit een interview met forensisch patholoog Frank van de Goot. Hij vroeg zich daarin af waarom er zo weinig secties bij mensen worden verricht. “Toen ik dat las, dacht ik: ja, maar wat wordt er eigenlijk met dieren gedaan?” zegt Verkerk. “Alle dode dieren gaan naar de destructie. Of ze nou kogelgaten hebben of afgehakte poten … niemand die dat nakijkt.” Die gedachte bleef knagen. Ze zocht contact met Van de Goot en vond een bondgenoot. “Frank is ook een enorme dierenvriend. We zeiden: misschien moeten we dit gewoon gaan opzetten.” Samen richtten ze Stichting Forensisch Dierenonderzoek op. Het begon bescheiden, met trainingen voor dierenambulances en overleg met politie-eenheden. Maar al snel vonden zaken uit het hele land hun weg naar de stichting. Inmiddels, ruim tien jaar later, is Verkerk de enige forensisch én wildlife-forensisch dierenarts van Nederland.
TUSSEN SPREEKKAMER EN PLAATS DELICT
Verkerk werkt volledig tegen kostprijs. De stichting dekt de huur van de sectieruimte, materialen en benzine; een salaris heeft ze niet. Daarom doet ze het werk naast haar reguliere baan: ’s avonds, in het weekend, wanneer ze tijd heeft. Soms ontvangt ze een week lang geen enkele zaak, soms zeven. “Elke zaak kost me ongeveer een dag,” vertelt ze. “De sectie zelf valt vaak mee, maar het rapport … dat moet juridisch helemaal dichtgetimmerd zijn. Ik behandel elke zaak alsof die voor de rechtbank komt.”
90 Procent van de meldingen komt via de politie. Soms gaat Verkerk zelf naar de plaats delict. “Als het iets heel bijzonders is, wil ik het met eigen ogen zien. Hoe een dier wordt aangetroffen, vertelt net zo veel als wat ik later inwendig vind.” Maar tijd is schaars, ook bij de dierenpolitie. “Het gebeurt vaak dat een dier snel in een zak wordt gedaan. Dan mis je aanknopingspunten. Maar ja, iedereen staat onder druk.”
KNOP OM
Inmiddels heeft Verkerk al honderden dieren op haar sectietafel gehad. En al kan ze het goed van zich afzetten, sommige zaken blijven bij haar. Zoals de lapjeskatten in de container. Of de egel die ‘ziek’ op een schoolplein was gevonden. “Later bleek dat scholieren met de egel hadden gevoetbald,” vertelt ze, nog steeds zichtbaar verbijsterd. “En daarna hebben ze een tegel op hem gegooid.”
Maar niet elke zaak is wat hij lijkt. Een bever die kilometers verwijderd van zijn uitzetplek werd gevonden, op een terrein waar hij nooit zelf had kunnen komen, leek eerst verdacht. “Het bleek dat hij zelf zoveel hout met scherpe punten had gegeten, dat zijn maag was geperforeerd.”
HET VERHAAL ACHTER HET LETSEL
Of het nu gaat om een doodgeschoten kat, een vergiftigde hond of een mishandelde egel, één principe staat voor Verkerk centraal: alles moet tot in de details kloppen. “Want als het tot een rechtszaak komt, moet ik kunnen uitleggen wat er is gebeurd en in welke volgorde.” En dat is soms complex. Ze herinnert zich een hond die was vergiftigd, gewurgd én gestoken. “Dan is de vraag: waar is hij aan doodgegaan? Wat kwam eerst?” Histologie, toxicologie, microscopisch onderzoek: het hoort er allemaal bij. “Maar dat kan ik niet allemaal alleen, en het wordt lang niet altijd vergoed.”
Hoewel ze geen forensisch patholoog is, speelt pathologie wel een vaste rol in haar werk. Ze moet immers uitsluiten dat een dier niet aan een natuurlijke oorzaak is gestorven. “Ik had laatst een herder waarvan werd gedacht dat hij mishandeld was. Bloed in de buik. En een getuige met een verhaal van mishandeling. Maar het bleek uiteindelijk een bloedende milttumor.”

 

“LATER BLEEK DAT SCHOLIEREN MET DE EGEL HADDEN GEVOETBALD. EN DAARNA HEBBEN ZE EEN TEGEL OP HEM GEGOOID.”

 

VERSCHUIVING IN DOODSOORZAKEN
Na honderden zaken heeft Verkerk inmiddels een schat aan data opgebouwd. Samen met een PhD-student analyseerde ze deze gegevens en schreef een artikel. Daaruit komt een opvallende trend: “We zien eigenlijk steeds meer stomp trauma en verwaarlozing,” zegt ze. “Vroeger was het vooral scherp trauma: steekwonden en kogelletsels.”
Dieren die sterven aan opengebarsten tumoren, honden die dagenlang opgesloten zitten zonder water — het waarom blijft onzichtbaar. Verkerk: “Dan denk ik: waarom ben je niet eerder naar de dierenarts gegaan? Heeft het te maken met de kosten? Ik weet het niet. Ik spreek de eigenaar nooit.”
Ook huiselijk geweld duikt vaker op in haar dossiers. “Vaak verdedigt een hond de vrouw en dan wordt hij zelf doodgeschopt.” Ze ziet ook regionale verschillen: “In Zuid-Holland en Noord-Holland zie ik heel veel zaken. In Zeeland bijna nooit. En in Rotterdam betreft het veel ‘staffords’. Waar die verschillen door komen? Ik heb wel een vermoeden. We hebben zoveel waardevolle data en ik zou het graag precies uitzoeken, maar de tijd ontbreekt.”
MENTALE AFSTAND EN MOREEL KOMPAS
Mensen vragen vaak of ze nog wel kan slapen na het zien van zoveel leed. “Ik kan goed de knop omzetten,” zegt ze. Dat betekent niet dat haar wereldbeeld onaangeroerd blijft. “Toen ik dierenarts werd, was ik misschien een beetje naïef. Je houdt van dieren en ergens denk je dat iedereen dat doet. Maar sinds ik dit werk doe … Nee. Ik heb te veel gezien. En dat is slechts het topje van de ijsberg.” Toch laat ze zich niet ontmoedigen. “Ik weet heel goed waar ik het voor doe. Ik wil de waarheid achterhalen. Ik doe het voor het dier, om gerechtigheid te halen.”
Soms leidt een sectie tot meer dan een doodsoorzaak. “Bij een onderzoek bleek later dat ook de kinderen mishandeld werden. Die zijn toen uit
huis geplaatst.” En een andere zaak, waarin een hond met samengebonden
poten van een brug was gegooid, werd landelijk nieuws. “Toen de dader
een celstraf kreeg, dacht ik: daar heb ik met mijn onderzoek aan
bijgedragen.” Dat is haar drijfveer: rechtvaardigheid. Niet alleen voor
dieren, maar voor al het andere dat achter het geweld schuilgaat.
RODE VLAGGEN
Voor collega’s heeft Verkerk een duidelijke boodschap: herken de signalen. Rode vlaggen zijn bijvoorbeeld onlogische verklaringen en onsamenhangende verhalen, klanten die steeds van dierenarts wisselen, of jonge dieren met breuken die bijna onmogelijk zijn.
Het gedrag van de eigenaar zegt vaak ook veel. “Soms voel je de spanning,” zegt Verkerk. “Het is moeilijk om iemand te beschuldigen als je niet zeker weet wat er gebeurd is. Maar overleg. Vraag advies. Twijfel mag je serieus nemen.” Dierenartsen, benadrukt ze, zijn vaak de eersten die deze signalen kunnen oppikken. “Zij spelen daarbij een cruciale rol. Dierenmishandeling staat vrijwel nooit op zichzelf; het is bijna altijd een signaal. Er is een duidelijke link tussen dierenmishandeling en kindermishandeling of huiselijk geweld.”

 

“JE HOUDT VAN DIEREN EN ERGENS DENK JE DAT IEDEREEN DAT DOET. MAAR SINDS IK DIT WERK DOE … NEE. IK HEB TE VEEL GEZIEN.”

 

Als Verkerk groots droomt, wil ze wat in de Verenigde Staten al bestaat: een beveiligde sectieruimte, een team en structurele financiering. “Daar voeren pathologen, technici en forensisch analisten gezamenlijk secties uit; elke discipline levert een stukje van de puzzel. En de straffen voor dierenmishandeling zijn daar ook veel zwaarder.” Het liefst zou ze fulltime als forensisch dierenarts werken en anderen opleiden. “We kunnen zoveel méér als we de tijd hebben.”
tijdschrift
Begin 2014 startte Monique Verkerk
Begin 2014 startte Monique Verkerk aan een specialisatie aan de University of Florida: de Master of Science in Veterinary Medical Sciences, met als zwaartepunt Veterinary Forensic Sciences. In 2018 rondde ze de opleiding ‘summa cum laude’ af en werd daarmee de eerste veterinair forensisch arts van Nederland. Daarna volgde ze de opleiding tot forensisch wildlife-dierenarts, die ze in 2021 afrondde. Naast haar voltijdsbaan als dierenarts én haar werkzaamheden voor de Stichting Forensisch Dierenonderzoek vangt Monique in haar vrije tijd ook nog cavia’s, schildpadden en slakken op.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen