Met veel waardering lazen wij het artikel van de Commissie Ethiek van de KNMvD in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde van november 2025. We herkennen de dagelijkse realiteit die daarin zo treffend wordt beschreven. De geschetste dilemma’s spelen bij een groot deel van de beroepsgroep en raken aan het spanningsveld waarin veel dierenartsen dagelijks opereren: tussen professionele verantwoordelijkheid, praktische haalbaarheid en de relatie met de dierhouder. Het artikel laat helder zien hoe complex het beoordelen van dierenwelzijn kan zijn. Omdat de beoordeling van dierenwelzijn altijd in zekere mate subjectief is, verschillen collega’s soms in hun inschatting van exact dezelfde situatie. Waar de één spreekt van ‘suboptimaal’, kan een ander dit als ‘ernstig’ bestempelen. Dat maakt het uitdagend om tot gedeelde oordeelsvorming te komen, zowel binnen het eigen praktijkteam als ten opzichte van de dierhouder(s). Het ontwikkelen en gebruiken van duidelijke, meetbare parameters kan helpen semantische discussies te voorkomen en gezamenlijk scherper te bepalen waar grenzen liggen.
Een ander belangrijk aspect dat treffend wordt benoemd, is de impact die het aanspreken van een dierhouder kan hebben. De mogelijke gevolgen – spanning in de werkrelatie, financiële risico’s, reputatieschade of zelfs juridische kwesties – zijn reëel. Het adagium “right is right even when nobody is doing it, and wrong is wrong even if everybody is doing it” klinkt inspirerend, maar vraagt in de praktijk vaak moed en doorzettingsvermogen. Collegiale steun is dan van grote waarde. Weten dat je team achter je staat, geeft ruimte om de gesprekken te voeren die ertoe doen.

Daarnaast benadrukt het artikel hoe belangrijk het is niet alleen te focussen op evidente overtredingen, maar juist ook op de brede groep situaties waarin het dierenwelzijn net niet optimaal is. Precies daar ligt vaak de grootste winst. Een grote groep veehouders de goede kant op bewegen, heeft uiteindelijk grotere impact dan – hoe belangrijk ook – het aanpakken van een kleine groep ernstige probleemgevallen.
Om deze precaire situaties daadwerkelijk bespreekbaar te maken, is verdere professionalisering van de gesprekstechnieken van dierenartsen essentieel. Gesprekken over suboptimaal dierenwelzijn worden vaak als lastig ervaren, mede omdat veel dierenartsen in hun opleiding en loopbaan weinig gestructureerde training hebben gekregen in het voeren van dit type complexe gesprekken. In andere beroepsgroepen is veel onderzoek gedaan naar succesvolle communicatie in uitdagende situaties. Zo verwijzen we in onze laatste publicatie Tackel die Nachtmerrie, praktische antwoorden op wakkerligvragen in de dierenartsenpraktijk naar een gesprekssystematiek als ‘Motivational Interviewing’ die juist bij dit soort gesprekken waardevol kan zijn: deze biedt houvast, vergroot de kans op gedragsverandering en versterkt de relatie in plaats van deze onder druk te zetten. Het spreekt voor zich dat wij sterk voorstander zijn van praktijkgericht onderwijs en training in dit type professionele gesprekstechnieken. Naar ons idee zijn dit kerncompetenties voor een succesvolle dierenarts en een duurzame, succesvolle loopbaan in de hedendaagse praktijk.
Tot slot waarderen wij dat het artikel het belang van collegiale reflectie benadrukt. Het delen van ervaringen, twijfels en zorgen normaliseert wat anders onnodig zwaar op de schouders van individuele dierenartsen kan drukken. Werkgevers spelen hierin een belangrijke rol door een veilige en ondersteunende werkomgeving te creëren.
Wij hopen dat dit waardevolle artikel aanzet tot verdere dialoog binnen praktijken en opleidingen. Door samen te blijven leren en onze communicatieve vaardigheden te versterken, vergroten we niet alleen het werkplezier, maar vooral de kwaliteit van zorg voor de dieren waaraan we ons dagelijks verbinden. Met dank voor deze uitstekende bijdrage aan de uiterst belangrijke dialoog binnen onze beroepsgroep,
Jolanda Jansen
Theo Lam
Roeland Wessels