Op woensdag 11 februari was de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) aanwezig bij een consultatiebijeenkomst van de ACM over het conceptrapport over de markt voor medische zorg aan huisdieren. Tijdens die bijeenkomst kregen organisaties de gelegenheid hun reactie op het concept-ACM-rapport toe te lichten. In haar reactie erkent de KNMvD de zorgen die de ACM signaleert, maar plaatst zij ook belangrijke kanttekeningen vanuit de dagelijkse praktijk van de dierenarts.
De ACM wijst in het conceptrapport op risico’s rond commercialisering, prijsontwikkeling en de organisatie van spoedzorg. Volgens de KNMvD raken deze thema’s aan herkenbare uitdagingen in de sector, zoals personeelstekorten, hoge werkdruk en de toenemende complexiteit van diergeneeskundige zorg. Tegelijkertijd benadrukt de KNMvD dat oplossingen alleen duurzaam zijn wanneer zij aansluiten bij de realiteit van het werk in de praktijk. Daarnaast worden een aantal aanbevelingen nu al door de sector opgepakt. Zo werkt de KNMvD samen met CPD en Vedias aan een standaard voor transparantie en spoedzorg en aan een plan van aanpak voor de toekomstige ontwikkeling van professionele standaarden binnen de nieuwe federatie KNMVD.
Een belangrijk punt in de reactie is het belang van professionele autonomie. Dierenartsen moeten in de behandelkamer onafhankelijk medische afwegingen kunnen maken in het belang van dier, eigenaar en maatschappij. De KNMvD vindt dat het rapport onvoldoende onderbouwt dat dierenartsen op dit moment veelvuldig worden gestuurd door commerciële prikkels. Door dit onderwerp zo expliciet te benoemen, wordt de suggestie gewekt dat dit momenteel gebruikelijk is.
De beroepsorganisatie is overigens wel voorstander van een verbod op bepaalde omzet- en winstgerelateerde prikkels, mits vooraf expliciet duidelijk wordt gemaakt wat volgens de ACM gewenste en ongewenste verdienmodellen zijn. Diagnostiek en behandeling moeten worden ingezet op basis van veterinaire noodzaak, waarbij diergezondheid en dierenwelzijn vooropstaan. Professionele standaarden kunnen daarbij helpen. Eventuele maatregelen mogen echter niet leiden tot een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden van dierenartsen. Dierenartsenpraktijken moeten in staat blijven een gezonde financiële bedrijfsvoering na te streven.
Ook over de spoedzorg vraagt de KNMvD om nuance. De huidige knelpunten zijn reëel, maar hangen samen met bredere ontwikkelingen, zoals arbeidsmarktkrapte en de behoefte aan een betere werk-privébalans. Extra verplichtingen zonder goede randvoorwaarden kunnen de druk op dierenartsen verder vergroten. Verder is de KNMvD van mening dat concurrentie en marktwerking in de spoedzorg van ondergeschikt belang zijn, omdat spoedzorg meestal geen winstgevende activiteit is en de focus van de beroepsgroep moet liggen op de organisatie van een landelijk dekkend aanbod van eerstelijns spoedzorg.
Daarnaast wijst de KNMvD erop dat het ACM-rapport zelf laat zien dat huisdiereigenaren over het algemeen tevreden zijn over hun dierenarts en zich vaak goed geïnformeerd voelen. De ACM erkent bovendien dat dierenartsen toegewijde professionals zijn die hun werk met liefde voor dieren uitvoeren. De KNMvD benadrukt dat dit beeld essentieel is voor een evenwichtig maatschappelijk debat. Bovendien hebben huisdiereigenaren nadrukkelijk een eigen verantwoordelijkheid voor de financiële aspecten van het houden van huisdieren.
De ACM verwerkt de input uit de reacties en de consultatiebijeenkomst de komende tijd in een definitief rapport, dat naar verwachting in maart of april wordt gepubliceerd.