Op 23 januari werd bekend dat antistoffen waren gevonden tegen het hoogpathogene vogelgriep virus (HPAI-virus) bij een melkkoe op een Fries melkveebedrijf. Inmiddels zijn alle resultaten van het vervolgonderzoek bekend. Bij 47% van de melkgevende koeien en bij 63% van het jongvee zijn antistoffen gevonden tegen het HPAI-virus. Uit onderzoek blijkt dat er geen HPAI-antistoffen zijn aangetoond bij andere melkveebedrijven in Nederland. Volgens experts lijkt de casus in Friesland een incident te zijn geweest.
De NVWA heeft bij alle aanwezige koeien op het bedrijf bloed- en melkmonsters afgenomen en de GGD heeft bij de houder, het gezin en de dierenarts monsters afgenomen. Uit de uitslagen van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) blijkt dat er geen HPAI-virus is gevonden, maar wel HPAI-antistoffen bij 47% van de melkgevende koeien en bij 63% van een deel van het jongvee. Bij de houder, het gezin en de dierenarts werd geen HPAI-virus aangetoond.
Op 29 januari is het Responsteam-Zoönosen (RT-Z) bijeengeweest. Mede op basis van hun advies is er retrospectief virusonderzoek uitgevoerd op tankmelkmonsters op het betreffende melkveebedrijf, is het bedrijf voor langere tijd gemonitord om inzicht te krijgen in het verloop van de uitbraak en is retrospectief bloedonderzoek uitgevoerd op bloedmonsters van melkkoeien bij andere bedrijven in Nederland. Hiermee kunnen eventuele infecties met vogelgriep uit het verleden bij andere melkveebedrijven worden opgespoord.
WBVR heeft tankmelkmonsters van het betreffende bedrijf onderzocht van de maand november, december en januari. Hierin is geen HPAI-virus aangetoond. Uit de resultaten van het retrospectief bloedonderzoek blijkt dat er geen antistoffen zijn aangetoond in de bloedmonsters van melkkoeien van andere bedrijven in Nederland. De situatie op het melkveebedrijf in Friesland lijkt daarom een incident te zijn geweest. Daarnaast concluderen de onderzoekers dat ondanks de wijdverspreide aanwezigheid van het vogelgriepvirus in het veld bij wilde vogels de kans op besmetting van runderen met het vogelgriepvirus zeer klein is.
Naar aanleiding van deze nieuwe onderzoeksresultaten is op 14 april het RT-Z opnieuw bijeengeweest om de situatie te duiden. Volgens de experts lijkt de casus in Friesland een incident te zijn geweest en kunnen we aannemen dat infectie van runderen met vogelgriep zeer beperkt voorkomt. Na de zomer komt een Deskundigenberaad-Zoönosen bijeen waarin wordt besproken over de huidige monitoring en of deze voldoende is.
Het ministerie vraagt dierenartsen om zoals gewoonlijk alert te blijven op mogelijke infecties van vogelgriep bij rundvee. 10-15% van de koeien vertoont klinische verschijnselen. De meest voorkomende ziekteverschijnselen zijn een plotselinge daling in de melkproductie, dikke verkleurde melk, koorts en verlies van eetlust. Ook kan er sprake zijn van uierontsteking (mastitis), een afwijkende kleur melk (geel, roze of bruin) en een afwijkende consistentie melk (biestdikte, stremming). Ook kunnen koeien milde luchtwegverschijnselen hebben (neusuitvloeiing, benauwd). De meeste dieren herstellen en zijn na 45 dagen op de oude melkproductie. Er geldt een meldplicht voor positieve laboratoriumuitslagen van HPAI bij zoogdieren.
Op de websites van Rijksoverheid, WBVR, Royal GD en RIVM is meer informatie beschikbaar over vogelgriep.
Bron: Rijksoverheid