In het najaar van 2025 verscheen het eindadvies over de vorming van een federatief samenwerkingsverband tussen de diergeneeskundige beroepsverenigingen CPD, KNMvD, NVFD en Vedias. De kern daarvan is dat de beroepsverenigingen hun eigen identiteit behouden, maar samen optrekken waar dat meerwaarde heeft.
De Federatie (in oprichting) versterkt de gezamenlijke belangenbehartiging van CIBG-geregistreerde diergeneeskundigen, door betere samenwerking tussen veterinaire professionals en versterking van kwaliteitsborging. De essentie hiervan staat in het visiedocument ‘Vet voor Elkaar’: herregistratie, deskundigheidsbevordering in de vorm van permanente educatie en professionele standaarden. Juist op deze onderwerpen is het belangrijk dat de beroepsgroepen zelf richting geven aan de eisen die aan hun werk worden gesteld.
Het eindadvies van de kwartiermaker Schirmbeck (Bestuurlijk Overleg Veterinaire Professies, december 2025) heeft veel in beweging gezet. De federatiepartners hebben het advies uitgebreid besproken binnen de eigen organisatie en vragen opgehaald uit het veterinaire veld. CPD, NVFD en Vedias hebben met leden en betrokkenen gesproken over de volgende stap. De KNMvD heeft daarnaast bijeenkomsten georganiseerd over de voorgenomen omvorming naar gedifferentieerde dierenartsenverenigingen.
De datum van 1 juli 2026 is in het eindadvies genoemd als ijkpunt voor de oprichting van de Federatie. Hoewel de organisatie formeel nog zijn beslag moet krijgen, werken de federatiepartners nauw samen op actuele, samenhangende onderwerpen die het algemeen belang aangaan. Dat zijn allereerst een aantal onderzoeken van het ministerie van LVVN: de evaluatie van het veterinair tuchtrecht, de impactanalyse herregistratie en het onderzoek naar het bevoegdhedenstelsel. Parallel hieraan lopen een aantal projecten die door het ministerie zijn gesubsidieerd: een plan van aanpak professionele standaarden, waaronder spoedzorg en transparantie, evenals de opzet van nieuwe NWVAB-standaarden voor antibioticagebruik. Recent heeft de ACM haar rapport ‘Medische zorg huisdieren’ opgeleverd en heeft de Tweede Kamer daar op 24 juni j.l over gedebatteerd. Staatssecretaris Erkens heeft daarbij aangegeven het komende half jaar in overleg te gaan over de ‘routekaart’, waarvan de oprichting van de Federatie deel uitmaakt. Op al deze dossiers is samenwerking van de diergeneeskundige beroepsverenigingen van groot belang.
De flitspeiling over de Federatie gehouden onder veterinaire professionals heeft waardevolle input geleverd. In totaal zijn 785 reacties binnengekomen. De meerderheid van de respondenten is (voorzichtig) positief over de vorming van de Federatie. Dat is een bemoedigend signaal. Minstens zo verrijkend zijn de inhoudelijke reacties van honderden praktiserend dierenartsen, veterinair specialisten, paraveterinair dierenartsassistenten en dierenfysiotherapeuten, werkzaam in de volle breedte van het veterinaire veld (praktijk, onderwijs, overheid, onderzoek, bedrijfsleven en niches). Daaruit spreekt een grote betrokkenheid en een grote behoefte aan meer samenwerking en een gebundelde stem richting overheid en samenleving. Aandachtspunten gaan over de organisatievorm en de mate van gebondenheid; vrijwillig, breed dekkend en/of verplichtend. Terecht is ook de oproep om ervoor te waken dat de organisatie niet te log wordt, dat de kosten in verhouding staan tot de meerwaarde en dat de professionele autonomie van de diverse veterinaire professionals centraal blijft staan.
De komende periode staat in het teken van implementatie als onderdeel van de ‘routekaart’. De federatiepartners dienen hiertoe een gezamenlijk subsidieverzoek in. Onderwijl blijven ze met elkaar en het veld in gesprek over de uitkomsten van de lopende onderzoeken en projecten. Daarbij hechten de partners veel waarde aan ruimte voor de eigenheid van de afzonderlijke diergeneeskundige beroepsbeoefenaren, met oog voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid richting dieren, diereigenaren, overheid en samenleving. Zo geven we samen invulling aan de visie Vet voor Elkaar.