Bericht uit de themagroep Rundergezondheid

Op initiatief van diverse partijen uit de melkvee- en vleesveehouderij, verenigd in de Themagroep Rundergezondheid (DKR), is in april 2018 het landelijke bestrijdingsprogramma voor BVD en IBR gestart. In eerste instantie via een verplichte bestrijding van IBR en BVD op melkveebedrijven, maar de hoop en de verwachting is dat vleesveebedrijven de komende jaren aan gaan haken. Zo is het voornemen dat de kalversector vanaf eind 2020 geen BVD dragerkalveren meer aan gaat nemen.

Het is de bedoeling dat de overheid het IBR-bestrijdingsprogramma over gaat nemen, zodat we op een soepele manier via landelijke regelgeving op weg kunnen naar een Artikel-9-status voor IBR.
Voor de bestrijding van BVD komt een dergelijke aanpak later in beeld, als BVD ook een officiële EU veewetziekte wordt.

Op verzoek van de DKR beheert ZuivelNL de protocollen die leidend zijn in de bestrijding van IBR en BVD en is GD aangewezen als uitvoerende instantie.

Inbreng KNMvD
Als rundvee-practici hadden en hebben we inspraak in de totstandkoming van deze protocollen en de implementatie via een afvaardiging in de DKR en het daarvan afgeleide Programmateam IBR/BVD. De sector heeft er belang bij om de protocollen en routes zo robuust te maken, dat ze op een efficiënte en (kosten-)effectieve manier resulteren in het terugdringen van IBR en BVD. Aan de andere kant is het de afgelopen maanden, onder andere door inbreng van de KNMvD,  nodig gebleken om hier en daar wat bij te sturen zodat protocollen en routes beter aansluiten bij de praktijk.

Een paar voorbeelden van aanpassingen aan de routes die gedaan zijn:

– Bloedafname voor het bewakingsonderzoek in de BVD route jongvee-antistoffen mag ook eerder uitgevoerd worden. Hiervoor kan een veehouder of zijn dierenarts vooraf een verzoek indienen bij GD. GD zal dan de periode en ritmiek aanpassen, zodat ook de aansturing op VeeOnline is terug te vinden en de uitslag automatisch wordt afgehandeld. Op die manier kan het onderzoek op bedrijven met weidegang of BVD vaccinatie flexibeler ingepland worden.
– Er kan bij GD (via de website) vrijstelling aangevraagd worden van het tappen van drachtige vaarzen of koeien die aangevoerd worden waarvan bekend is dat ze BVD antistoffen zullen hebben. De koe wordt dan administratief aangemerkt als antistoffen-aangetoond, waarna alleen nog maar het kalf onderzocht hoeft te worden op dragerschap.
– Het IBR vaccinatie schema en de registratie daarvan in Veeonline is eenvoudiger gemaakt. Er kan in deelkoppels gevaccineerd worden, mits 1 maal per halfjaar het vakje “vaccinatie compleet” aangevinkt wordt. Daarnaast staan de beschikbare vaccins via een pop-up nu ook in Veeonline.
– Er wordt gewerkt aan verbetering van overdracht van uitslagen van externe laboratoria naar GD. Actuele statussen zijn voor veehouder en dierenarts ook altijd direct terug te vinden op Veeonline.

Ondanks deze aanpassingen blijven er wat ons betreft nog een aantal aandachtspunten over die om een oplossing vragen, met name in de aanpak van BVD. Dat geldt in het bijzonder voor melkveebedrijven met verschillende (opfok-)locaties en/of met veel vervoersbewegingen.

Ook is de communicatie van GD naar dierenartsen en veehouders nog voor verbetering vatbaar, bijvoorbeeld als het gaat om de aansturing van uit te voeren onderzoeken.

In eerste instantie is GD de aangewezen gesprekspartner als het gaat om individuele knelpunten. Zijn er echter algemene zaken waar u tegenaan loopt in de aanpak van IBR en BVD dan horen wij dat echter ook graag van u.

Vragen, opmerkingen over dit bericht of een bericht voor de DKR, mail naar Kees Wim Jobse; kwjobse@dapnijkerkwellensiek.nl, hij zal de input verzamelen en doorgeven aan de DKR.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen