Sinds 2012, toen ik als net afstudeerde dierenarts vanuit het Verenigd Koninkrijk verhuisde naar Nederland, vul ik langzamerhand mijn Nederlandse woordenschat aan met, naast pathologietermen, ook spreekwoorden. Ik onthoud ze lang niet allemaal en ik haal ze af en toe door elkaar, oftewel ik heb ze niet allemaal achter de knie gekregen …
Maar dit gezegde blijft me wel bij: omdat het grappig is te bedenken dat iemand hier ooit over is begonnen (mogelijk ging het oorspronkelijk over een teleurstellende jachtprestatie), maar ook omdat ik als patholoog stiekem wel blij kan worden van een dode mus of ander dier. Niet dat er geen emotie in ons werk zit – we worden gedreven door een behoefte aan duidelijkheid over een ziektebeeld of doodsoorzaak, zowel voor een eigenaar als voor het verder brengen van de wetenschap.
VETERINAIRE PATHOLOGIE, EEN VEELZIJDIG VAK
Misschien is de meest zichtbare taak van een patholoog het verrichten van secties (ook post-mortems en necropsies genoemd); dit maakt echter slechts een klein onderdeel uit van onze diverse werkzaamheden die uitgelicht worden in deze pathologieeditie van het Tijdschrift voor Diergeneeskunde . Een groot deel van de tijd besteedt een patholoog aan het diagnosticeren van cel- en weefselbiopten onder de microscoop; zodoende kan pathologisch onderzoek een sleutelrol spelen in het klinische proces. Lees hoe dit vorm aanneemt in de paardenpraktijk volgens paardenarts Linda van den Wollenberg en GD-patholoog Liesbeth Harkema. Naast het gericht laten behandelen van een ziekteproces bij een dier kan een pathologisch onderzoek informatie geven over de gezondheidsstatus van een koppel, bijvoorbeeld door te onderzoeken of er een onderliggende (door middel van moleculaire pathologie te testen) primaire virale oorzaak is, die een rol speelt in de bacteriële pneumonie bij kalveren op een bedrijf met hoge kalversterfte. Daarnaast speelt pathologie een belangrijke rol in het monitoren van de gezondheid van de Nederlandse veestapel; deze taak wordt centraal uitgevoerd door de Royal GD in Deventer in opdracht van de diverse belanghebbenden en levert belangrijke data op over gezondheidstrends, ‘emerging diesases’ en zoönotische aandoeningen. Pluimveedierenartsen en pathologen zoals Robert-Jan Molenaar, kennen als geen ander de kracht van koppeldiagnostiek en in deze sector is het monitoren van ziektes in een populatie van miljoenen dieren belangrijk met het oog op dierenwelzijn, maar ook vanwege economische en volksgezondheidsperspectieven. Verder wordt er in deze editie gekeken naar de moleculaire diagnostiek in het laboratorium van de Royal GD waar naast standaardtechnieken zoals PCR en ELISA, ook ‘state-of-theart’-equipment wordt ingezet voor ‘pathogen discovery’ en ‘pathogen screening’. Dit wordt in dit nummer toegelicht door onderzoeker Remco Dijkman. Pathologisch onderzoek levert ook waardevolle signalen op over dierenwelzijn en kan zelfs worden ingezet voor forensische casuïstiek; dit wordt verder toegelicht in een interview met forensische dierenarts Monique Verkerk. Een handvol Nederlandse veterinaire pathologen werket op de grens tussen humane en veterinaire gezondheid en voert primair onderzoek uit op het gebied van ‘One Health’; in een interview vertelt veterinair patholoog Raoul Kuipers over zijn carrière als onderzoekspatholoog.
“VAAK WORDT EEN PATHOLOGISCHE UITSLAG ALS TE LANG OF LANGDRADIG BESCHOUWD”
KAN BETER
Belangrijk voor de patholoog, maar iets wat soms niet vanzelfsprekend verloopt door wederzijds tijdgebrek en administratieve obstakels, is het rechtstreekse contact met de inzendende dierenartsen. Door kennis over een bepaalde casus uit te wisselen, bij voorbeeld door uitleg te geven over een bedrijfssituatie of door mee te denken over het interpreteren van een uitslag, kunnen pathologische inzichten optimaal worden ingezet. Vaak wordt een pathologische uitslag als te lang of langdradig beschouwd. Er bestaan echter internationale normen voor het beschrijven van pathologische bevindingen, zodat afwijkingen consequent worden beschreven. In het kader van ‘laat je werkwijze zien’ beschrijft de patholoog alle pertinente details als onderbouwing van de uiteindelijke diagnose. Op dezelfde manier als een röntgenrapport met alveolaire tekening in de cranioventrale kwabben tot een diagnose van bronchopneumonie kan leiden, kan de aanwezigheid van een grote prominente nucleolus, in combinatie met eigenschappen zoals een hoge kern tot cytoplasma-verhouding, suggestief zijn voor een melanoom. De beschrijving maakt onderdeel uit van het diagnostische proces en vormt een structureel onderdeel van het rapport. Voor een patholoog zijn de bevindingen in een reeks CT- of MRI-beelden niet altijd goed te begrijpen; in dit geval kan een kort gesprek met de dierenarts belangrijke informatie geven over een casus. In eenzelfde soort gesprek kan de patholoog misschien helpen bij het ’vertalen’ van de beschreven chromatolyse in de craniale mesenterische ganglion. Het is soms ook fijn om de nuancering van een pathologie-verslag in een telefoongesprek te communiceren, zo kunnen grijze gebieden iets meer zwart-wit gemaakt worden. Nauwe samenwerking tussen clinici en pathologen wordt aangeboden door verschillende diagnostische instanties, vaak ook met gelegenheid tot advies van een oncoloog bij het diagnosticeren van neoplastische aandoeningen. Ook bevordert een samenwerking tussen clinici en pathologen het verzamelen van data over het behandeleffect om op langere termijn prognostische informatie te verbeteren. Wij werken graag samen met practici om op verschillende vlakken een steentje bij te dragen aan de gezondheid van mens, dier en milieu.