Je stuurt een biopt naar de patholoog, zodat die er histologisch onderzoek op kan doen. Of je hoopt van hem of haar te horen waar een overleden dier aan is bezweken. Na een tijdje volgt het verlossende antwoord, dat is in elk geval waar je op hoopt. Maar hoe komt een patholoog aan zijn of haar kennis? Wat moet een dierenarts doen die er zelf interesse in heeft zich in de pathologie te specialiseren? Het TvD sprak met dierenarts Sjef Buiks, die aan de faculteit Diergeneeskunde verbonden is als patholoog in opleiding.

Na enkele jaren in een gezelschapsdierenpraktijk te hebben gewerkt, zocht dierenarts Sjef Buiks inhoudelijke verdieping. Die vond hij bij een geneesmiddelbedrijf waar hij zich bezighield met de farmacovigilantie voor met name veterinaire vaccins. “In het kader van vermeende bijwerkingen en bij de resultaten van vaccintesten kreeg ik pathologische rapporten onder ogen. Daarin werden allerlei termen gebruikt, die suggereerden dat het een heel eigen wereld betrof. Ik realiseerde me dat ik er meer vanaf wilde weten.”
SNIJZAAL EN HISTOLOGIE
Buiks solliciteerde bij de faculteit Diergeneeskunde op een functie als specialist in opleiding (SIO) in de pathologie. Op dit moment is hij 1,5 jaar onderweg in zijn ‘residency’, een periode die meestal drie tot vier jaar duurt. Daarbij werkt hij vier dagen per week aan de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. “Op die dagen sta ik ’s ochtends in de snijzaal waar ik sectie verricht”, vertelt hij. “Als SIO’s houden we ons ’s middags vaak bezig met de histologie van organen die de week ervoor zijn geprepareerd.” De gecertificeerde pathologen van de faculteit werken vooral biopten op en doen onder andere wetenschappelijk onderzoek. “Daar komt ook veel bij kijken”, weet Buiks. “Denk aan kleuringen en immunohistochemie.” De tijd van de SIO’s raakt verder gevuld met bijeenkomsten en online sessies met pathologen uit binnen en -buitenland. “We overleggen over casussen en ze geven les over specifieke onderdelen van de pathologie of leren ons histologische vaardigheden aan.” Al met al is het een intense baan.
EXOTISCHE DIEREN
Buiks legt uit dat er binnen het specialisme pathologie meerdere subspecialisaties bestaan, zoals toxicologie of pluimveediagnostiek. Die kun je niet volgen aan de faculteit Diergeneeskunde, maar je kunt je er wel verdiepen in de pathologie van exotische diersoorten. “Bij ons komen elke dag dierentuindieren binnen op de snijzaal, van padden en vogels tot nijlpaarden, giraffen en olifanten. Het is fascinerend om te zoeken waar de bijnier of de bijschildklier zich bevindt in een vis, of de pancreas van een slang te proberen te vinden.”
Maar alles went uiteindelijk. “Na de derde keer een olifant op de snijtafel te hebben gehad, kijk je daar niet meer van op. Het is voor ons gewoon een dier.” Op de afdeling komen verder wilde dieren binnen, zoals vossen, dassen en wolven. Vaak moeten deze worden gescreend op infectieuze agentia. “Als er een verdenking is van een zoönose, mogen we het niet aan studenten overlaten,” verklaart Buiks, “maar moeten we het zelf doen. Dat betekent dat ik hier geregeld in een soort astronautenpak werk om te kijken of dieren niet besmet zijn met een zoönotische verwekker.” Uiteindelijk koppelen de pathologen hun bevindingen terug aan de inzender. “In het rapport proberen we aan te sluiten op de vraag van de clinicus.” Zelf probeert Buiks zo veel mogelijk moeilijke termen te vermijden. “Maar soms ontkom je er niet aan. We moeten soms bepaalde vaktermen gebruiken. Dat doen we niet om onze kennis te etaleren, maar omdat we ons precies willen uitdrukken. Als het goed is kent de dierenarts die termen ook nog uit zijn studie.”
“BIJ ONS KOMEN ELKE DAG DIERENTUINDIEREN BINNEN OP DE SNIJZAAL, VAN PADDEN EN VOGELS TOT NIJLPAARDEN, GIRAFFEN EN OLIFANTEN.”
EXAMENS EN DAARNA
Buiks deelt aan de faculteit een kamer met vier andere ‘residents’. Anders dan hij staan zij als dierenartsen grotendeels aan het begin van hun carrière. “Het is heel handig vroeg te weten wat je na je reguliere dierenartsopleiding wilt doen. Sommige collega’s waren al tijdens hun opleiding bezig onderwijs te volgen op hun latere specialisatiegebied. Ze konden zich alvast inlezen. Aan de andere kant merk ik dat ik door mijn ervaring in de praktijk en het bedrijfsleven makkelijker zaken in perspectief kan zetten. Ook weet ik wat praktiserende dierenartsen bezighoudt en wat voor hen belangrijk is om te weten.”
Op de kamer van de SIO’s gaat het elke dag wel over het specialistenexamen. Na drie tot vier jaar moet elke SIO een bepaald aantal ‘journal clubs’ hebben bijgewoond, een bepaald aantal cases hebben opgewerkt en een bepaald aantal artikelen hebben gepubliceerd. Buiks: “Voldoe je aan die eisen, dan kun je op reis om de Europese examens af te leggen. Je doet vijf examens in drie dagen. Van tevoren moet je veel theorie stampen. Pathologen moeten namelijk verstand hebben van alle diersoorten, ook de exotische, en van alle orgaansystemen en van zowel infectieziekten als bijvoorbeeld oncologie. Er komt bovendien steeds kennis bij, dus je moet ook de literatuur bijhouden.” Wie de examens niet haalt, kan ze het volgende jaar overdoen. Wie slaagt, moet zich vervolgens elke vijf jaar opnieuw laten certificeren. “Als je eenmaal patholoog bent,” legt Buiks uit, “kun je gaan werken aan de faculteit Diergeneeskunde. In dat geval verwacht men wel van je dat je een promotieonderzoek doet. Je kunt ook aan de slag bij onderzoeksinstituten, of bij de farmaceutische industrie als veterinair toxicoloog -na bijscholing – of bij de grotere diagnostische laboratoria.” Zelf is Buiks nog niet bezig met het vervolgtraject: eerst het examen halen!