Feliene osteoartrose

Feliene osteoartrose
Het herkennen van de tekenen, samen met de eigenaar

TIJDSCHRIFT VOOR DIERGENEESKUNDE DEEL 146 AFLEVERING 10 1 OKTOBER 2021
TEKST PIERRE-ALEXANDRE DENDONCKER, DVM, PHD, NATIONAL VETERINARY MANAGER CA, ZOETIS BENELUX

Dierenartsen wereldwijd erkennen het belang van osteoartrose bij huisdieren, zeker bij oudere katten. Terwijl ruim 90 procent van de katten ouder dan twaalf jaar radiografische tekenen van gewrichtsdegeneratie vertoont, treft de aandoening ook jonge katten en ervaart naar schatting 40 procent van alle katten pijn. (1,2) Toch blijkt dat relatief weinig eigenaren hun kat hiervoor tot in een praktijk brengen; naar schatting wordt de diagnose slechts gesteld bij 13 procent van deze katten. (2) Vanwaar deze discrepantie en wat kunnen we eraan doen?

Een deel van de katten met osteoartrose (OA) zal duidelijk herkenbare tekenen van deze aandoening vertonen. Het betreft dan met name verandering in mobiliteit zoals aarzelen bij het springen, minder bewegen of een stijve of stramme gang. (2) De eigenaren van deze katten komen dan vervolgens bij de dierenarts waar de diagnose van OA gemaakt kan worden. (3)

Echter, een aanzienlijk deel van de katten met OA vertoont weinig tot geen veranderingen in mobiliteit maar eerder (subtiele) veranderingen in gedrag zoals meer sedentariteit, minder positieve sociale interacties, meer afzonderen of slechtere verzorging van de vacht. (2) Deze gedragsveranderingen worden door de eigenaar niet herkend als een teken van artrose, maar worden eerder bestempeld als de natuurlijke gevolgen van het verouderingsproces en ze zullen hiermee in de eerste instantie niet naar de dierenarts gaan. (4,5) Indien tijdens een routinecontrole of vaccinatie de gedragsveranderingen ook niet ter sprake komen, blijven deze katten helaas onder de radar en bijgevolg onbehandeld. Nochtans kunnen veel gepercipieerde gedragsproblemen, inclusief het verslechteren van de relatie met huisgenoten, niet alleen met andere katten maar ook met andere huisdieren en de mens, hun oorsprong vinden in chronische pijn. (6)

Het in acht nemen van de terloopse opmerking van de eigenaar ‘Hij wordt een dagje ouder’ of het gericht vragen naar het gedrag van de kat tijdens een routine consultatie kan dan ook het vermoeden van onderliggende OA versterken. Door vervolgens de mogelijke oorzaak van deze gedragsveranderingen te herleiden naar pijn en ongemak in plaats van veroudering, zijn cliënten veel meer bereid om mee te stappen in verdere diagnostiek en behandeling. (2)

Om katten met osteoartrose te kunnen identificeren kan gewerkt worden met een screeningsproces, bijvoorbeeld aan de hand van vragenlijsten. (7) Dergelijke vragenlijsten kunnen op voorhand met de eigenaar gedeeld worden of kunnen worden toegepast tijdens een (routine) consultatie. Hiermee kunnen ook de katten met osteoartrose opgespoord worden die weinig tot geen mobiliteitsveranderingen vertonen en waarbij OA dus zowel bij de eigenaar als bij de dierenarts gemist kan worden. (8) Recent werd ook aandacht besteed aan het kwantificeren van pijn in relatie tot de gezichtsexpressie van de kat met de Feline Grimace Scale (www.felinegrimacescale.com). (9) Voor de dierenarts is deze beoordeling, samen met de vragenlijst, een waardevolle aanvulling van het orthopedisch onderzoek. Voor de eigenaar is de beoordeling van de gezichtsexpressie een goed hulpmiddel om aanwezigheid van pijn bij hun kat te kunnen inschatten voor en tijdens de behandeling. (10)

Het is belangrijk om de eigenaar te laten inzien dat de gedragsveranderingen hun oorsprong kunnen vinden in pijn en ongemak. Tijdens een bevraging van willekeurige katteneigenaren werd aan de eigenaren die gedragsveranderingen bij hun kat beschreven, vervolgens gesuggereerd dat deze een expressie van pijn zouden kunnen zijn in plaats van de natuurlijke gevolgen van veroudering. Ruim de helft van deze eigenaren was vervolgens bereid een consult te betalen om hun dier te laten onderzoeken en behandelen. (2)

De kat met artrose: een beknopt overzicht van de mogelijkheden

De ‘WSAVA 2014 Global Pain Council Guidelines’ benadrukken dat de behandeling van katten met osteoarthrose idealiter bestaat uit een multimodale aanpak op maat, met als basis de verlichting van pijn. (11) Volgens de ‘2015 AAHA/AAFP pain management guidelines for dogs and cats’ zijn NSAID’s een steunpilaar voor de behandeling van chronische pijn. NSAID’s moeten worden gebruikt voor hun centrale en perifere analgetische effecten na overweging van risicofactoren. (12)

Anti-NGF monoklonale antilichamen, dit zijn antilichamen die Nerve Growth Factor of NGF neutraliseren zijn volgens de hoofdauteur van de AAHA/AAFP richtlijnen “een waardevol en noodzakelijk alternatief in de behandeling van honden en katten met osteoartrose”. (13) Alhoewel er geen comparatieve studies werden uitgevoerd, wijzen klinische studies er op dat de grootteorde van de analgesie van anti-NGF therapie bij katten met osteoartrose minstens evenwaardig is aan deze die verkregen wordt met NSAID’s. (14)

Een bijkomend voordeel van het toepassen van pijnstilling is dat de –geïnformeerde – eigenaar zelf inziet dat de klachten na het stoppen van de medicatie terugkomen, hetgeen de therapietrouw ten goede komt. (8)

Naast de pijnverlichting houdt de multimodale aanpak in dat er een traject wordt ingegaan die rekening houdt met de capaciteiten van de kat en de eigenaar. Een startpunt kan zijn gewichtsbeperking via een aangepast dieet, wat niet enkel overbelasting voorkomt maar ook de algehele inflammatie beperkt. (16) Ook het aanpassen van de omgeving aan de mogelijkheden van de kat, bijvoorbeeld het beperken van de te overbruggen hoogteverschillen, voorkomt pijn en frustratie en bevordert de algehele levenskwaliteit. (17) Bovendien kan de mobiliteit verhoogd worden en de musculatuur ondersteund worden door fysiotherapie in de praktijk en door de beweging en activiteit in huis te stimuleren. (18,19) Er lijkt een stijgende trend te zijn van collega’s die inzetten op alternatieve therapieën, zoals bijvoorbeeld acupunctuur, en succesvolle resultaten rapporteren. (20) Meer gespecialiseerde technieken zoals het plaatsen van protheses behoren eveneens tot de mogelijkheden, maar dat valt buiten het bestek van dit artikel.

Conclusie

Osteoartrose is een veelvoorkomende aandoening bij katten. Alhoewel sommige katten duidelijk herkenbare tekenen van OA kunnen vertonen zoals mobiliteitsvermindering, vertonen andere katten enkel subtiele gedragsveranderingen die verward kunnen worden met het natuurlijke verouderingsproces. Door de mogelijke oorzaak van de gedragsveranderingen te herleiden naar pijn en ongemak in plaats van veroudering, zijn cliënten veel meer bereid om mee te stappen in verdere diagnostiek en behandeling. Een multimodale aanpak op maat van het dier, met doeltreffende analgesie als basis, vergroot de kans op therapeutisch succes.

Algemeen:
  • Is het gewicht van uw kat veranderd?
  • Heeft uw kat in het verleden een trauma of musculoskeletale letsels gehad?
Ziet u tekenen bij uw kat die wijzen op minder beweeglijkheid, zoals:
  • Een stijve of stramme gang (d.w.z. Minder vloeiende of minder ‘katachtige’ beweging);
  • Manken;
  • Grommen bij het rondlopen of wanneer u aait over sommige gewrichten?
Ziet u bij uw kat een vermindering van het vermogen of enthousiasme om:
  • Trappen op en/of af te gaan;
  • Het kattenluik/de deur te gebruiken;
  • Op of van het bed/de bank/uw schoot/werkoppervlakken enz. te springen;
  • In/op zijn favoriete bed/ zetel/ te springen of klimmen;
  • Te spelen;
  • Bomen/hekken/enz. te beklimmen;
  • Krabpalen te gebruiken?
Merkt u een van de volgende gedragsveranderingen op?
  • Chagrijnig of minder blij met mensen en andere dieren in huis;
  • Meer teruggetrokken – minder interactie met anderen in huis;
  • Minder actief;
  • Slapen op verschillende plaatsen, bv. op de vloer;
  • Niet meer naar boven/het huis in komen;
  • Urine of uitwerpselen op abnormale plaatsen bijv. naast de kattenbak, andere plaatsen in huis;
  • Minder spinnen;
  • Verminderde eetlust;
  • Veranderingen in de conditie van de vacht (bv. dof, vuil) of minder verzorging in het algemeen of de verwaarlozing van bepaalde zones.

Kader 1 : Voorbeeldvragen voor een osteoartrosescreening bij katteneigenaren. (7)

U vindt hier de checklist voor feliene osteoartrose.

 

Referenties:
  1. Lascelles BDX, Henry JB, Brown J, Robertson I, Thomson Sumrell A, Simpson W, Wheeler S, Hansen BD, Zamprogno H, Freire M, Pease A.

Cross-Sectional Study of the Prevalence of Radiographic Degenerative Joint Disease in Domesticated Cats. Vet Surg. 2010 39(5):535.

  1. KG MarketSense 2018 Global Veterinarian and Pet Owner Market Research.
  2. Klinck MP, Frank D, Guillot M, Troncy E. Owner-perceived signs and veterinary diagnosis in 50 cases of feline osteoarthritis. Can Vet J. 2012

53(11):1181.

  1. Quimby J, Gowland S, Carney HC, DePorter T, Plummer P, Westropp J. 2021 AAHA/AAFP Feline Life Stage Guidelines. J. Feline Med. Surg. 2021,

57(2):51.

  1. Merola I, Mills DS. Behavioural Signs of Pain in Cats: An Expert Consensus. PloS one 2016 11(2): e0150040.
  2. Heath S. Understanding feline emotions: … and their role in problem behaviours. J. Feline Med. Surg. 2018, 20(5):437-444.
  3. Benito J, Gruen ME, Thomson A, Simpson W, Lascelles BDX. Owner-assessed indices of quality of life in cats and the relationship to the presence of degenerative joint disease. J. Feline Med. Surg. 2012, 14(12):863.
  4. Bennett D, Morton C. A study of owner observed behavioural and lifestyle changes in cats with musculoskeletal disease before and after analgesic therapy. J. Feline Med. Surg. 2009, 11(12):997.
  5. Evangelista MC, Watanabe R, Leung VSY, Monteiro BP, O’Toole E, Pang DSJ, Steagall PV. Facial expressions of pain in cats: the development and validation of a Feline Grimace Scale. Nature Sci. Rep. 2019, 9(1):1.
  1. Evangelista MC, Steagall PV. Agreement and reliability of the Feline Grimace Scale among cat owners, veterinarians, veterinary students and nurses. Nature Sci. Rep. 2021, 11(1):1.
  1. Mathews K et al. 2014 WSAVA Guidelines for recognition, assessment and treatment of pain. The Veterinary Nurse 2015, 6(3):164.
  2. Epstein ME et al. 2015 AAHA/AAFP Pain management Guidelines for Dogs and Cats. J. Feline Med. Surg. 2015, 17(3):251.
  3. Epstein ME. Anti-nerve growth factor monoclonal antibody: a prospective new therapy for canine and feline osteoarthritis. Vet Record 2019;184(1):20.
  4. Gruen ME, Myers JAE, Lascelles BDX. Effcacy and Safety of an Anti-nerve Growth Factor Antibody (Frunevetmab) for the Treatment of Degenerative Joint Disease-Associated Chronic Pain in Cats: A Multisite Pilot Field Study. Front Vet Sci. 2021; 8: 610028.
  5. Simon BT, Scallan EM, Van Pfeil DJF, Boruta DT, Wall R, Bubblett BM, Odette O, Beauchamp G, Steagall PV. Perceptions and opinions of pet owners in the United Sates about surgery, pain management, and anesthesia in dogs and cats. Vet Surg. 2017, 47(2):277.
  6. Tvarijonaviciute A, Ceron JJ, Holden SL, Morris PJ, Biourge V, German AJ. Effects of weight loss in obese cats on biochemical analytes related to inflammation and glucose homeostasis. Domest. Anim. Endocrinol. 2012 42(3):129.
  1. Ellis SLH, Rodan I, Carney HZ, Heath S, Rochlitz I, Shearburn LD, Sundahl E, Westropp JL. AAFP and ISFM Feline Environmental Needs Guidelines. J. Feline Med. Surg. 2013, 15(3):219.
  2. Samoy Y, Van Ryssen B, Saunders J. Physiotherapy in small animal medicine. Vlaams Diergeneeskd Tijdschr. 2016, 85(6): 323-334.
  3. Heath S, Wilson C. Canine and Feline Enrichment in the Home and Kennel. A guide for Practitioners. Vet. Clin. North Am. Small Anim. Pract. 2014, 44.3: 427.
  4. Angeli AL, Joaquim JGF, Gama ED, Luna SPL. Outcome of 119 dogs and cats treated at the acupuncture unit of the Faculty of Veterinary Medicine and Animal Science of the University of São Paulo State, Botucatu city, Brazil. Braz. J. Vet. Res. Anim. Sci. 2005 42(1): 68.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen