AVP bulletin: preventie Afrikaanse varkenspest

Op 20 september jl. verstuurden wij een eerste bulletin naar aanleiding van de uitbraak van Afrikaanse Varkenspest (AVP) onder wilde zwijnen in België. In dit tweede bulletin berichten over de meest recente ontwikkelingen en de inzet van de KNMvD.

Stand van zaken

In België zijn in het besmette gebied tot op heden 53 wilde zwijnen met AVP gevonden. De Belgische overheid heeft daarom besloten om voor 2 oktober 2018 alle gehouden varkens in dat gebied te ruimen. In het besmette gebied gelden verder een jacht- en een wandelverbod. In het buffergebied daarbuiten wordt de populatie wilde zwijnen zoveel mogelijk terug gebracht.

Meer informatie over de situatie in België

De uitbraak in België heeft ertoe geleid dat in Nederland de aandachtsfase van het beleidsdraaiboek is ingegaan. Dat betekent dat voorbereidingen worden getroffen om in geval van besmetting snel te kunnen handelen. De nadruk ligt nu op het aanscherpen van de biosecurity en andere preventieve maatregelen om insleep te voorkomen. Deskundigen geven aan dat menselijk handelen de belangrijkste factor is voor een mogelijke introductie van AVP vanuit Oost Europa en/of België. Het risico daarop wordt als medium ingeschat.

Inzet KNMvD

Namens de beroepsgroep neemt de KNMvD deel aan het preventieteam dat overleg heeft over het aanscherpen van preventieve maatregelen, zoals reiniging & desinfectie van transportmiddelen en voorlichting aan (personeel van) varkenshouders en chauffeurs. Er zijn inmiddels 3 bijeenkomsten geweest waar John Vonk namens de KNMvD aanwezig was. Een belangrijk aandacht punt was tot nu toe de communicatie naar partijen die de hoogte moeten worden gebracht van de ernst van de situatie en gevraagd worden om hun leden te informeren, zoals poeliers, mesttransporteurs, VNO-CW, KI-organisaties en TLN ( overkoepelende transportsector). Ook hobbyvarkenshouders, zorgboerderijen en kinderboerderijen worden apart benaderd. De KNMvD heeft onder meer gepleit voor een korte en lange termijn strategie voor het handhaven van de nulstand bij wilde zwijnen. Verder is er gesproken over waarschuwingsborden op parkeerplaatsen en de aanscherping van de reiniging en desinfectie van transportmiddelen. Vanuit de dierenartsen is aangegeven dat wij inzetten op early warning via het afnemen van de 6 EDTA bloedmonsters (zie verder onder early warning).

Verder zijn we ook betrokken bij het (bestuurlijk) overleg met het ministerie en sectororganisaties over de aanpak van AVP. Daar is door Merel Langelaar aandacht gevraagd voor het tijdig instellen van een fokverbod mocht de ziekte hier uitbreken. Dierenartsen hebben namelijk grote moeite met het doden van gezonde biggen, zoals dat in tijdens de Klassieke Varkenspest in 1997 het geval was. Ook is ingebracht dat er bij de in het draaiboek voorgeschreven compartimentalisering mogelijk problemen kunnen ontstaan met de verplichte 1-op-1 relatie tussen dierenarts en veehouder. LNV gaat daar in overleg met ons een oplossing voor zoeken. Tenslotte, voert LNV overleg met de Provincies over het handhaven van de nulstand.

Tot slot zijn er vanuit de KNMvD verschillende mediacontacten geweest:
Dierenartsen vrezen voor massale ruiming varkens (AD)
Dierenartsen maken zich zorgen over varkenspest (nieuwe oogst)

Early warning

Naar aanleiding van vragen over wat dierenartsen moeten doen in het kader van early warning zijn aanvullende vragen aan de NVWA gesteld.

Wanneer een koppel varkens behandeld gaat worden met antibiotica en/of andere   (koortsremmende/ontstekingremmende) diergeneesmiddelen, is het dan ook nodig om 6 EDTA bloedbuizen in te sturen voor onderzoek op AVP?

Bij koppelbehandelingen wordt geadviseerd om early warning EDTA bloed af te nemen bij 6 zieke dieren

Is het constateren van één symptoom zoals koorts voldoende om AVP-verdacht te zijn of moet er sprake zijn van twee of meer mogelijke AVP-symptomen in willekeurige samenstelling?

Als de klinische verschijnselen van dusdanige aard zijn dat AVP/KVP een reële mogelijkheid is, dient dit zo snel mogelijk gemeld te worden bij de NVWA. Er is zeker sprake van een verdenking die gemeld dient te worden bij de volgende verschijnselen:

  • Puntbloedingen op de huid bij meerdere dieren in een koppel.
  • Blauwverkleuring van de lichaamsuiteinden  (oren, neus, poten staart) bij meerdere dieren in een koppel.
  • Meerdere dieren die een wankele gang in de achterhand vertonen, of zelfs gaan zitten en die niet of met moeite overeind komen (verlamming van de achterhand.
  • Een mix van bovengenoemde verschijnselen binnen een koppel dieren, ook al is het maar één dier per verschijnsel.
  • Toenemende sterfte waarvoor geen duidelijke oorzaak is aan te wijzen.

Ook bij andere combinaties van meerdere verschijnselen zoals genoemd onder ‘klinische verschijnselen’ kan het aan te raden zijn om dit te melden bij de NVWA, of op zijn minst bloedmonsters in te sturen naar WBVR voor het uitsluiten van KVP.

Kunt u uitleggen wat een koppel varkens is?

Een koppel varken is niet gedefinieerd als zodanig. Logisch is om een groep varkens die gehouden wordt in een epidemiologische eenheid een koppel te noemen.

Is een toom biggen ook een koppel?

Als de zeug in een afgesloten epidemiologische eenheid wordt gehouden kan deze met haar toom biggen als een koppel beschouwd worden.

Bij andere vragen op dit gebied van early warning, dus niet alleen in geval van een verdenking, kunnen dierenartsen gebruik maken van het telefoonnummer van het NVWA meldpunt: (045) 546 31 88.
Via dit meldpunt komt de vraag dan bij een persoon die hem kan beantwoorden.

Sectorinitiatieven

Vanuit de varkenssector zijn verschillende initiatieven genomen om de insleep te voorkomen. Er is op 29 september jl. bijvoorbeeld geflyerd op tankstations langs snelwegen om Oost Europese chauffeurs te waarschuwen. Dit plan is opgezet door collega De Snoeck en er waren ook dierenartsen bij het flyeren betrokken.

Nevedi heeft besloten om nu ook in Nederland een aantal bovenwettelijke hygienemaatregelen voor alle (voer)leveringen en bezoeken aan varkensbedrijven in Nederland.

De varkenssector wijst veehouders op het belang van biosecurity. Dierenartsen spelen een belangrijke rol bij het adviseren van varkenshouders op dit gebied.

Gevolgen AVP voor andere diersectoren

Wanneer onverhoopt AVP uitbreekt (onder gehouden varkens) dan zullen de bestrijdingsmaatregelen ook een effect hebben op andere diersectoren. Dat komt omdat deze diersoorten indirect een rol kunnen spelen in de verspreiding omdat ze in contact zijn geweest met geïnfecteerde (wilde) varkens. In het beleidsdraaiboek (blz. 105 en verder) staan per diersoort de maatregelenpakketten bij een uitbraak beschreven. Er wordt daarbij verschil gemaakt tussen bedrijven met/zonder varkens. Andere diersoorten dan varkens worden tijdens een uitbraak van AVP niet geruimd. Wel kunnen er beperkingen zijn voor het vervoer van deze dieren of hun producten. Het vervoer is bovendien aan strenge voorwaarden gebonden, mede afhankelijk van het gebied waarin de dieren zich bevinden. In geval van levensbedreigende situaties (paard met koliek) is vervoer naar een dierenkliniek wel toegestaan op attest van een dierenarts, als het dier afkomstig is van een bedrijf zonder varkens (eigen verklaring). Hiervan moet onder vermelding van de route melding gedaan worden bij de NVWA.

Kijk voor meer informatie in het beleidsdraaiboek KVP/AVP.

Ook voor niet varkensdierenartsen is het van belang om zich bij een dreigende uitbraak goed te informeren over de mogelijke gevolgen voor de sector waarin zijn werkzaam zijn!

Hobbymatig gehouden varkens

Hobbyvarkens vormen binnen het beleidsdraaiboek een aparte categorie. Een kleinschalig hobbybedrijf wordt in de varkenshouderij gedefinieerd als een bedrijf dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Er worden maximaal 4 varkens ouder dan 10 weken gehouden.
  • Ze leveren geen varkens af aan professionele varkensbedrijven met uitzondering van leveringen aan de slacht.

Een kleinschalige hobby varkenshouder is verplicht om, net als professionele varkensbedrijven, een UBN te hebben en aan I&R te doen. Als dierhouders voldoen aan bovenstaande definitie kunnen hun dieren worden uitgezonderd van een mogelijke preventieve ruiming.  De hygiënevoorschriften en de bezoekersregeling zijn wel van toepassing. Bij een uitbraak onder hobbyvarkens zullen de dieren wel geruimd worden.
De hobbydierhouderij wordt, net als de professionele veehouderij, geadviseerd om:

  • Een voervoorraad voor minimaal drie dagen in te slaan op het bedrijf i.v.m. een stand still.
  • Te voorzien in extra mogelijkheden voor stalling van tenminste 6 weken i.v.m. een langdurig vervoersverbod.
  • Hygiënemaatregelen te treffen.
  • Zich te laten registeren 

Meer informatie over de regelgeving voor hobbydierhouders

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen