Standpunt KNMvD over rauw vleesvoeding voor hond en kat

Het voeren van rauw vlees aan hond en kat beschouwen sommige eigenaren als natuurlijke voeding. Het kan echter risico’s met zich mee brengen op voedingsfouten door overmaat of tekorten van nutriënten. De aanwezigheid van bacteriën op en parasieten in het vlees kan bovendien leiden tot infecties bij dier en mens. Bij de bereiding van de voeding en het reinigen van voederbakken kan kruisbesmetting plaatsvinden naar eigen voedingsmiddelen en materialen. Dat dierenartsen huisdiereigenaren die rauw vlees voeren aan hun huisdier wijzen op deze risico’s is “good veterinary practice”.

Het belang van complete en gebalanceerde voeding voor hond en kat

Steeds vaker geven eigenaren hun honden en/of katten rauw vlees te eten (vaak ‘bones and raw food’ of BARF genoemd). Deze ontwikkeling lijkt samen te hangen met een algehele trend naar een meer evolutionaire manier van voeren, die ook in de humane voeding zichtbaar is. Hierbij bestaat een algehele scepsis over voorgefabriceerde voeding en snel verteerbare koolhydraten uit granen. Voorstanders van rauwe voeding beschrijven diverse voordelen waarbij zij o.a. aangeven dat het oplossingen biedt voor huidaandoeningen en maagdarmklachten. Commerciële voeders daarentegen zien zij als slecht voor de gezondheid van het huisdier, met name door de toevoeging van granen en conserveringsmiddelen. Granen worden door de kritische huisdierenbezitter onder andere in verband gebracht met glutenallergie, obesitas en suikerziekte. Vooralsnog is er echter geen wetenschappelijk bewijs dat rauw vlees voeding gezonder zou zijn dan commercieel verkrijgbare complete blik- of droogvoeding. De vaak aangehaalde glutenallergie komt alleen sporadisch voor bij Ierse setters. Daarnaast vermoedt men een glutensensitieve aandoening bij Border terriërs (cramping syndrome).

Risico’s anders dan het voedsel zelf

De voordelen die de huisdierbezitter denkt waar te nemen bij het voeren van rauw vlees gaan echter gepaard met een aantal belangrijke risico’s. Als eerste bestaat het risico op voedingsfouten door het verstrekken van incomplete voeding. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat zelfbereide voedingen (zoals BARF) zelden het volledige nutriëntenaanbod bieden, waardoor er op termijn overmaat (fosfor, calcium) of tekorten (calcium, jodium, mangaan, zink, koper, vitamine A, D en E) kunnen ontstaan. Vooral jonge, groeiende dieren lopen hierbij risico. All-meat voeding is berucht vanwege calciumdeficiëntie bij jonge honden, terwijl toevoeging van botten tot calciumovermaat kan leiden. Leverrijke voeding voor de kat kan hypervitaminose A veroorzaken. Vooral de groeistoornissen met (blijvende) problemen aan skelet en gewrichten zijn daarvan het gevolg.

Hoewel de zelfbereide ‘BARF voeding’ vaak potentieel risico op voedingsfouten oplevert, schuilen er meer problemen achter commerciële rauw vlees producten. Gestoeld op het BARF principe brengen sommige ondernemers producten op de markt die zijn samengesteld zonder vitaminen- en mineralentoevoeging, op basis van de ideeën van zelf-bereide BARF voeding. Fabrikanten die dergelijke producten op de markt brengen gebruiken vaak vaste verhoudingen aan botten, spier- en orgaanvlees om hun producten samen te stellen, zonder daarbij gebruik te maken van aanvulling met vitaminen en mineralen. Immers, dergelijke toevoegingen beschouwen veel huisdierbezitters als onwenselijk (“Een wolf eet ook geen vitaminen en mineralenmengsel in de natuur”). Zij geven daarbij aan dat individuele producten wellicht niet geheel compleet geformuleerd zijn, maar door afwisseling van de verschillende prooidier-soorten die zij aanbieden leiden tot een compleet voedingspalet. Onderzoek naar de compleetheid van dergelijke voedingslijnen leert echter dat deze roulatie van voeders zelden tot nooit leidt tot compleetheid. Echter, de huisdierbezitter denkt dan wel een complete voeding te voeren en is zich van geen kwaad bewust.

Leeftijd en leefstijl

De vergelijking met de leefwijze van de wolf of wilde kat in de natuur is niet relevant. De hond is geëvolueerd tot een omnivoor en heeft een lagere eiwitbehoefte en een betere verteringscapaciteit voor koolhydraten en plantaardig materiaal. Wolven en wilde katten eten hele prooidieren en geen verbloede karkassen, wat tot gevolg heeft dat de nutriëntsamenstelling van prooidieren niet overeenkomt met de rauw vleesvoeding door (huisdier)eigenaren. Daarnaast ligt de levensverwachting van wolven en wilde katten beduidend lager dan die van de gedomesticeerde hond en kat. Bij wolven en wilde katten zien we daarom nauwelijks ouderdomsziekten. De vraag is dus wat de effecten van rauw vleesvoeding op ouderdomsziekten zullen zijn bij hond en kat, zoals bijvoorbeeld nierfalen. Immers bij nierfalen is een lagere opname van eiwit en fosfor gewenst, terwijl rauw vlees voedingen juist worden gekenmerkt door een hoge gehaltes hiervan.

Infectierisico’s voor het dier

Als tweede risico kan infectie genoemd worden van het huisdier. Parasieten zoals Neospora caninum, Toxoplasma gondii, Cysto-isospora spp., Toxocara spp., Sarcocystis spp., Taenia spp. en Echinococcus spp. kunnen worden overgebracht door onvoldoende verhit vlees (of prooidieren). Daarnaast kan een infectie met Salmonella, veelvuldig aangetroffen op rauw vlees, ook bij hond en kat tot klinische klachten leiden.

Infectierisico’s voor de mens

Uit diverse onderzoeken blijkt dat voor de mens potentieel ziekteverwekkende bacteriën aanwezig kunnen zijn op rauw vleesproducten, zoals Salmonella, Listeria, E. coli O157 en ESBL’s. Bij het bereiden en verstrekken van rauw vleesvoeding kan de mens makkelijk in contact komen met deze bacteriën. Bij de bereiding van voedsel en het reinigen van voederbakken kan kruisbesmetting plaatsvinden naar eigen voedingsmiddelen en materialen. Er bestaat uitgebreide documentatie dat honden en katten na voeding van besmette rauw vleesvoeding pathogenen kunnen gaan uitscheiden. Deze uitscheiding kan na het nuttigen van één besmette maaltijd tot 11 dagen aanhouden. Direct contact met het huisdier, door bijvoorbeeld het laten likken in het gezicht, kan dan een potentiële infectieroute vormen.

Preventie

Directe besmetting van de eigenaar en gezinsleden kan men zoveel mogelijk voorkomen door optimale hygiëne te betrachten bij de bewaring en verwerking van vers vlees en bij de reiniging van de gebruikte materialen. Besmetting van de dieren via rauw vlees kan men alleen voorkomen door het vlees vooraf voldoende te verhitten.

Men moet zich ervan bewust zijn dat vooral individuen met verminderde weerstand een groter risico lopen om ziek te worden. Dit zijn pups, kittens, drachtige dieren, kinderen, zwangere vrouwen, ouderen en immuungecompromitteerde mensen en dieren (denk aan kankerpatiënten, transplantaties, miltextirpatie, diabetes mellitus, enz.). Voor dieren in de therapeutische zorg, de zogenaamde hulphonden, is het advies dan ook om geen rauw vleesvoeding te verstrekken.

Rol van de dierenarts

Het publiek negeert soms de risico’s en de preventie van infecties bij vers vleesvoeding of heeft er meestal nauwelijks kennis over. Dierenartsen kunnen voor een eigenaar daarom een risicoanalyse uitvoeren van de potentiële risico’s die rauw vlees voeren met zich meebrengt voor de gezondheid van mens en dier ten opzichte van de voordelen.

Het belang van reiniging en desinfectie van voedermaterialen en ruimtes en het toepassen van goede handhygiëne dient men daarbij te benadrukken. Het beste advies is toch om vlees uit voorzorg te verhitten. Het melden van de risico’s aan eigenaren die rauw vlees voeren aan hun huisdier dient men daarom te beschouwen als “good veterinary practice”.

Standpunt d.d. 14-02-2018. Voor persvragen over dit standpunt kunt u contact opnemen met de persvoorlichter van de KNMvD, bereikbaar via 06-22996097.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.