Vetinfact 39: Hoog pathogene vogelgriep aangetoond bij enkele vossen in Nederland

Op 17 mei werd bij de NVWA melding gedaan van enkele rode vossen (Vulpes vulpes) in het oosten van provincie Groningen met neurologische verschijnselen. Er werd in eerste instantie gedacht aan een rabiësinfectie. Rabiës komt bij vossen in Nederland al enkele decennia niet meer voor en is daarmee zeer onwaarschijnlijk. Voor de zekerheid zijn twee dieren ingestuurd voor rabiës diagnostiek naar het referentielaboratorium WBVR. Het rabiësvirus werd door WBVR niet aangetoond. Op advies van Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) zijn de twee ingestuurde vossen bij WBVR vervolgens onderzocht op vogelgriep. In de hersenen werd door middel van PCR RNA van het hoog pathogene aviaire influenzavirus (HPAIV) H5N1 aangetoond. Een derde vos met vergelijkbare verschijnselen uit een gebied 18 km verderop werd ook onderzocht, maar bij dit dier kon het virus niet worden aangetoond.

Bron van besmetting

Waarschijnlijk zijn de vossen besmet geraakt door het eten van met HPAI H5N1 besmette dode wilde vogels. De volledige genoom sequenties van de virussen uit de vossen en wilde vogels werden door WBVR bepaald en vergeleken. Het virus uit de vossen is zeer verwant aan de virussen uit dode wilde vogels recent gevonden in Groningen. Het virus is niet verwant aan de zoönotische H5N1 stammen die in Azië en Afrika humane infecties hebben veroorzaakt. Het HPAI H5N1 virus in Nederland is een reassortant van het HPAI H5N8 virus, en behoort ook tot dezelfde HPAI H5 afstammingsgroep, oftewel clade 2.3.4.4b.

Vogelgriep bij zoogdieren

Het is niet bekend welke zoogdiersoorten precies gevoelig zijn voor dit HPAI H5N1 virus. Honden en katten kunnen gevoelig zijn voor vogelgriep. Besmettingen met het aviaire influenza virus (AIV) bij wilde zoogdieren zijn in andere delen van de wereld vaker voorgekomen. Halverwege maart meldde het Verenigd Koninkrijk dat er in een dierenopvang bij een rode vos en enkele zeehonden HPAI H5N8 was aangetoond dat overeenkwam met het gevonden virus bij de wilde vogels in deze opvang.

Klinische verschijnselen

Vossen lijken snel verschijnselen te kunnen ontwikkelen na besmetting. De vossen in Groningen vertoonden neurologische verschijnselen, waaronder ongecontroleerde bewegingen met overmatige speekselvloei, blindheid en agressief en verward gedrag. In een experimentele studie met vossen, die via de luchtwegen of via het eten van besmette karkassen geïnfecteerd werden met H5N1, werden echter geen neurologische symptomen gezien, alleen lichte koorts. De in deze studie beschreven infecties betroffen echter een andere virus clade en een proefdiersetting met gezonde vossen.

Infecties met laag pathogene stammen van het aviaire influenzavirus verlopen bij hond en kat vaak subklinisch of met milde respiratoire verschijnselen. Symptomen die kunnen worden waargenomen zijn koorts, lusteloosheid, niezen, dyspneu (benauwdheid) oog- en neusuitvloeiing en soms hoesten. Secundaire bacteriële infecties kunnen leiden tot een ernstiger ziektebeeld met de ontwikkeling van een longontsteking. Incidenteel zijn bij hond en kat systemisch verlopende infecties waargenomen met hoog pathogene stammen (zoals met H5N1) met ernstig verlopende verschijnselen, hoge koorts ernstige dyspneu en neurologische afwijkingen (o.a. convulsies, ataxie). Een infectie met HPAIV kan echter ook subklinisch verlopen.

Advies deskundigengroep dierziekten

De deskundigengroep dierziekten is om advies gevraagd. Het advies is om honden in de provincies Friesland en Groningen aangelijnd te houden op plekken waar dode vogels liggen. Op dit moment wordt vogelgriep alleen nog gevonden bij dode wilde vogels in waterrijke gebieden in Friesland en Groningen. Op de site van de NVWA vindt u een overzicht van de laatste meldingen die bij de NVWA zijn binnengekomen.

De deskundigengroep acht het onwaarschijnlijk dat vossen de infectie naar andere wilde dieren zullen verspreiden. De kans dat een ander wild dier zelf in contact komt met een besmet kadaver van een vogel wordt veel groter geacht.

Het blijft belangrijk om dode en zieke vogels niet zelf aan te raken of te verplaatsen. Bij het vinden van dode vogels kan dit gemeld worden via de site van het Dutch Wildlife Health Centre of bij het Landelijk meldpunt dierziekten. Op de website van de NVWA staat meer informatie. Het opruimen van vogelkarkassen die mogelijk besmet zijn met vogelgriep kan eraan bijdragen dat minder dieren in contact kunnen komen met de karkassen. In Groningen worden dode vogels die langs wandelpaden liggen door de terreinbeheerders opgeruimd volgens de hygiëneprotocollen van de NVWA.

Verdenking bij zoogdieren

Vogelgriep bij zoogdieren is niet aangifteplichtig. Een verdenking van vogelgriep bij gezelschapsdieren zoals honden en katten hoeft niet gemeld te worden bij de NVWA. Op dit moment worden enkel met vogelgriep besmette dode wilde vogels gevonden in regio Friesland en Groningen. Wordt een hond of kat ziek nadat het recent in een gebied is geweest waar dode wilde vogels lagen, dan kan het dier (symptomatisch) worden behandeld door de dierenarts. Indien men de klinische diagnose bevestigd wil hebben kan men voor het type monsters en kosten van onderzoek contact hierover opnemen met WBVR.

Dood gevonden wilde zoogdieren kunnen gemeld worden via de website van het DWHC, zij bepalen of het dier in onderzoek kan worden genomen.

Gebruik bij de behandeling van een verdacht dier persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals mondneusmaker, spatbril, handschoenen en wegwerpschort. Verder gelden voor schoonmaak van de praktijkruimte de gebruikelijke voorschriften waarbij de standaard geadviseerde desinfectantia effectief zijn.

Risico’s voor de mens

Het RIVM heeft de genetische code, van het virus dat gevonden is bij vossen, geanalyseerd en komt tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat dit virus makkelijker van dieren naar mensen overgedragen kan worden dan de vogelgriepvirussen die eerder in Nederland gevonden zijn.

Er is in het buitenland afgelopen winterseizoen wel overdracht gemeld van HPAI H5N8 virussen van vogels naar zoogdieren. In het Verenigd Koninkrijk is, zoals reeds hierboven benoemd, overdracht beschreven naar een vos en zeehonden. En in centraal Siberië (Astrakhan) is bij enkele mensen een infectie met HPAI H5N8 aangetoond, vermoedelijk overdragen door vogels. De patiënten vertoonden geen ernstige klinische verschijnselen.

Deze virussen en het virus dat bij de vossen is gevonden hebben een hemagglutinine die behoren tot dezelfde afstammingsgroep (clade 2.3.4.4b). Het risico op infectie bij de mens wordt geschat op erg laag voor het algemene publiek en op laag voor werk gerelateerde blootstelling. Er is ook geen reden om aan te nemen dat medicijnen ter voorkoming van vogelgriep, zoals die nu bijvoorbeeld gegeven worden aan mensen die meewerken aan de ruimingen, minder goed zouden werken tegen dit virus.

Bron: Vetinf@ct 39, juni 2021

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen