Vetinf@ct 38: Update COVID-19/SARS-CoV-2 in dieren

Tijdens de eerste golf van de corona-pandemie in het voorjaar van 2020 zijn verschillende Vetinf@cts (3536 en 37) verschenen over COVID-19/SARS-CoV-2 in gezelschapsdieren. Naar aanleiding van enkele besmettingen in honden en katten die in binnen- en buitenland gemeld werden en de eerste resultaten van een aantal experimentele studies, is destijds een inschatting gemaakt van de rol van huisdieren in de pandemie.

Hoewel transmissie van mens naar dier, tussen dieren en van dier naar mens niet uitgesloten kon worden, werd de impact hiervan op de humane gezondheid als verwaarloosbaar ingeschat vergeleken met mens-mens-transmissie. Sindsdien zijn in binnen- en buitenland verschillende onderzoeken opgestart om de rol van huisdieren beter te kunnen inschatten. In deze nieuwsbrief staan de (voorlopige) resultaten van deze onderzoeken en de aangepaste maatregelen en adviezen voor omgang met huisdieren uit COVID-19 positieve huishoudens.

Prevalentie van SARS-CoV-2-infectie bij huisdieren uit COVID-19 positieve huishoudens

Gedurende de eerste golf werden in Hong Kong honden en katten uit huishoudens met COVID-19 positieve personen in quarantaine geplaatst en getest. Twee van de 15 honden en één van de 17 katten testten PCR-positief; bij beide honden werden ook antistoffen aangetoond (Cheng, 2020; Sit et al., 2020; WSAVA, 2020; ProMED, 2020). In een meer recent onderzoek in Hong Kong werd bij 6 van de 50 in quarantaine geplaatste katten SARS-CoV-2 aangetoond m.b.v. PCR (Barrs et al., 2020).
Een Frans onderzoek in het tweede kwartaal van 2020 rapporteerde een hoge seroprevalentie in katten en honden uit COVID-19 positieve huishoudens variërend van 21-53%, afhankelijk van de criteria die werden gebruikt om een ​​positief resultaat te definiëren (Fritz et al., 2021). In een longitudinale studie in Texas (VS) in de zomer van 2020 testte 47% van de 17 katten en 15% van de 59 honden uit 26% van de 39 COVID-19 positieve huishoudens PCR-positief voor SARS-CoV-2 of neutraliserende antistoffen (Hamer et al., 2020).

Soortgelijke resultaten werden gezien bij honden en katten van COVID-19 positieve huishoudens in Nederland. In dit onderzoek werd in de tweede helft van 2020 bij 4% van de huisdieren (7/155 honden en 6/154 katten) SARS-CoV-2 aangetoond m.b.v. PCR en bij 17% (23/155 honden en 31/154 katten) werden antistoffen tegen SARS-CoV-2 gevonden. Dieren die bij een eerste huisbezoek PCR-positief testten, werden na een aantal weken in overleg met de eigenaren nogmaals getest. Bij alle dieren werden antistoffen tegen SARS-CoV-2 aangetoond wat wijst op een doorgemaakte infectie (Kamerbrief 31-12-2020).

Prevalentie van SARS-CoV-2-infectie bij huisdieren zonder (bekende) COVID-19 blootstelling

Een studie van ruim 800 gezelschapsdieren in Noord-Italië meldde dat 3% van de honden en 4% van de katten detecteerbare antistoftiters vertoonden (Patterson et al., 2020). Een Duitse studie van 920 serummonsters (die tussen april en september 2020 waren verzameld bij huiskatten voor hematologische tests) toonde echter aan dat < 1% van de monsters antistoffen tegen SARS-CoV-2 bevatten (Michelitsch et al., 2020).

Bij een onderzoek van 1000 serummonsters van honden en katten die in april/mei naar de Faculteit Diergeneeskunde ingezonden werden voor hematologische tests werden eveneens < 1% seropositieve monsters gevonden (Kamerbrief 28-08-2020).

In een ander, nog lopend, onderzoek vanuit de Faculteit Diergeneeskunde naar het voorkomen van virus en antistoffen onder honden en katten die om uiteenlopende redenen bij de dierenarts komen, werden tot zover geen PCR-positieve dieren gevonden en een laag percentage (2,6%) seropositieve dieren. Ook bij een onderzoek onder ruim 200 Nederlandse asielkatten werd slechts bij 2% van de katten antistoffen aangetoond.

Ziekteverschijnselen bij COVID-19 positieve huisdieren

In experimentele studies werden bij jonge katten milde respiratoire klachten gezien, maar oudere katten en honden vertoonden geen klinische symptomen na intranasale toediening van grote hoeveelheden van het virus (Shi et al., 2020). Ook bij de eerder beschreven natuurlijke infecties en in de verschillende onderzoeken bij huisdieren werden geen of slechts milde respiratoire en/of gastro-intestinale klachten gemeld door eigenaren van dieren die COVID-19 positief testten.

Voorlopige conclusies

Uit de verschillende studies blijkt dat honden en katten geïnfecteerd kunnen worden met SARS-CoV-2 als zij in contact zijn met een COVID-19 positief persoon. Het verschil in prevalentie tussen dieren uit COVID-19 positieve huishoudens en dieren zonder (bekende) COVID-19 blootstelling versterkt het vermoeden dat mens-dier transmissie de meest aannemelijke route is. In hoeverre vervolgens dier-dier transmissie of dier-mens transmissie optreedt is onbekend, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op besmettingen van mensen door honden of katten.

Maatregelen en adviezen voor omgang met huisdieren

Aan huisdiereigenaren die COVID-19 positief zijn wordt uit voorzorg geadviseerd om contact met het huisdier zoveel mogelijk te vermijden. Ook wordt geadviseerd om het huisdier tijdens de quarantaineperiode zoveel mogelijk binnen te houden. Dat wil zeggen honden alleen kort aangelijnd uitlaten en katten zo veel mogelijk binnenhouden. Voor katten die (voornamelijk) buiten leven is dit laatste advies wellicht lastig uitvoerbaar. Dan kan overwogen worden de kat tijdens de quarantaineperiode juist zo veel mogelijk buiten te houden. De adviezen voor het algemeen publiek zijn terug te vinden op website van het RIVM en rijksoverheid.

Voor dierenartsen wordt geadviseerd om bij lichamelijk onderzoek of behandeling van een huisdier afkomstig uit een huishouden dat in quarantaine is i.v.m. een COVID-19 geval, aanvullende maatregelen te nemen. Ook als het dier geen verschijnselen vertoont die suggestief zijn voor een COVID-19 infectie (= respiratoire en/of gastro-intestinale klachten). De aanvullende maatregelen bestaan uit het dragen van handschoenen, een schort, een chirurgisch mondneusmasker (minimaal type IIR) en een spatbril.

Bij huisdieren met respiratoire en/of gastro-intestinale klachten, afkomstig van een huishouden zonder COVID-19, zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

Meer informatie is te vinden op de websites van:

Vetinf@ct is een gezamenlijke uitgave van WBVR, faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, GD, KNMvD, RIVM en de NVWA. Deze nieuwsbrief is speciaal opgezet voor veterinairen en wordt verstuurd op het moment dat er actuele informatie over zoönosen is.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen