Wat mag wel en niet tijdens stages en hoe zit het met aansprakelijkheid?

De overgang van faculteit naar praktijk kan lastig zijn. Het opdoen van praktijkervaring is daarom ongelooflijk belangrijk voor studenten diergeneeskunde. Het geeft meteen een duidelijk beeld van de dagelijkse diergeneeskundige praktijk. En of die past bij de student.

Voor werkgevers kan het vinden van een jonge dierenarts, als aanvulling op het team, een uitdaging zijn. Het binden van een student door een stage kan uitkomst bieden.

Wat mag wel, wat mag niet en hoe zit het met aansprakelijkheid?

Er zijn twee verschillende stages voor studenten diergeneeskunde: een stage die onderdeel is van de studie (ook wel het extern onderwijs genoemd) en een vrijwillige stage buiten de faculteit om. Bij extern onderwijs mag de student alleen veterinaire handelingen uitvoeren onder leiding van een dierenarts. Denk hierbij aan consulten voeren, toedienen van medicatie, het afnemen van bloed en het uitvoeren van aanvullende diagnostiek.

Gaat het om een vrijwillige stage, dan mag de student géén veterinaire handelingen uitvoeren, ook niet onder leiding van de dierenarts. Betekent dit dat het geen zin heeft om een vrijwillige stage te lopen? Zeker niet! Ook zonder het doen van veterinaire handelingen, kun je als student veel leren: hoe ziet de planning in de praktijk eruit, hoe gaan de collega’s met elkaar om, hoe verloopt de communicatie met de klant, welke therapieën zijn er voor de meest voorkomende aandoeningen etc.

En hoe zit het met aansprakelijkheid? Want waar gewerkt of stage gelopen wordt, kunnen natuurlijk fouten gemaakt worden. De praktijk moet te allen tijde ook verzekerd zijn voor eventuele fouten van een stagiair. Controleer dus altijd hoe zaken geregeld zijn bij de verzekering!

Meer weten over stage lopen of het aannemen van een stagiaire? Kijk in ons dossier stage.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen