Wat verandert er in 2021 op het gebied van personeelszaken?

Een nieuw jaar betekent vaak ook (kleine) wijzigingen in wet- en regelgeving op het gebied van personeelszaken. In onderstaand overzicht lees je waar je als werkgever rekening mee kunt houden.

Oproepovereenkomst en ingangsdatum vaste arbeidsomvang

 Sinds januari 2020 geldt dat een oproepkracht na 12 maanden recht heeft op een vaste arbeidsomvang. Dit houdt in dat je dus uiterlijk in de dertiende maand een aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet doen. Dit moet gebaseerd zijn op het gemiddeld aantal verloonde uren in de 12 voorafgaande maanden.

Met ingang van 1 juli 2021 staat in de wet dat het aanbod, als de werknemer dit binnen een maand accepteert, uiterlijk ingaat op de eerste dag van de vijftiende maand.

Een voorbeeld: een oproepkracht heeft sinds 1 maart 2020 een oproepovereenkomst. De werkgever dient dan uiterlijk 1 april 2021 een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met een vast aantal uren per periode. De oproepkracht dient dit aanbod uiterlijk 1 mei 2021 te aanvaarden waarna het vaste aantal uren uiterlijk 1 juni 2021 dient in te gaan.

Werkkostenregeling

 Onder de werkkostenregeling kan een praktijkhouder een percentage van de totale fiscale loonsom besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. In 2021 wordt de vrije ruimte over het gedeelte van de loonsom dat boven € 400.000 komt, verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Herziening WW-premie en overwerk

Als parttimers 30% meer dan hun contracturen werken, zal ook in 2021 de lage WW-premie (2,7%) voor vaste contracten met een vast aantal uren niet met terugwerkende kracht worden herzien naar de hoge WW-premie (7,7%)

De AOW-leeftijd

Deze blijft op 1 januari 2021 66 jaar en vier maanden.

Vrijstelling scholingskosten

 Het kabinet wil graag dat werknemers die hun baan verliezen meer mogelijkheden krijgen om zicht om te scholen. Vanaf 2021 geldt dat niet alleen werknemers, maar ook ex-werknemers scholing kunnen krijgen die vrijgesteld is van loonheffing. Het moet dan wel gaan om scholing die gericht is op het verwerven van inkomen. Hiermee hoopt het kabinet (om)scholing toegankelijker te maken.

Compensatie transitievergoeding bedrijfsbeëindiging

 Vanaf 1 januari 2021 geldt een regeling waarmee kleine werkgevers recht krijgen op een compensatie van de transitievergoeding als het bedrijf wordt beëindigd vanwege pensionering of overlijden. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden.

De compensatiemogelijkheid bij bedrijfsbeëindiging vanwege ziekte van de werkgever kan nog niet in werking treden. Hier zijn nog gesprekken over gaande tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, UWV en beroepsverenigingen op het terrein van bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde over de vraag op welke wijze de beoordeling van ziekte kan worden uitgevoerd.

Kijk voor meer informatie op: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/11/13/compensatieregeling-transitievergoeding-bedrijfsbeeindiging-gepubliceerd

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2020/11/17/besluit-compensatie-transitievergoeding

Maximale transitievergoeding 2021

Voor de transitievergoeding geldt in het jaar 2021 een (wettelijk) maximum van € 84.000 bruto. Als een werknemer nu een hoger jaarsalaris heeft dan € 84.000, dan bedraagt het maximum dit hogere bruto jaarsalaris.

Geen onbelaste reiskostenvergoeding bij thuiswerken meer

Tijdens de coronacrisis mocht een werkgever aan een werknemer een vaste onbelaste reiskostenvergoeding blijven voldoen op basis van het ‘oude’ werkpatroon. Op dit moment ziet het er naar uit dat dit vanaf 1 februari 2021 niet meer mag. Vanaf die datum moeten de daadwerkelijk gemaakte reiskosten weer het uitgangspunt zijn en mag alleen nog een vaste onbelaste reiskostenvergoeding worden uitbetaald als een werknemer 36 weken of 128 dagen per jaar naar een vaste werkplek afreist.

Geen vaste vergoeding voor kleine kosten meer

Ook de onbelaste vaste vergoeding voor kleine kosten vervalt per 1 januari 2021. Denk daarbij aan telefoonkosten, representatiekosten of een thuiswerkvergoeding. De verwachting is wel dat er andere regelingen beschikbaar komen.

Werk je met zzp’ers?

Dan blijft werken met een overeenkomst van opdracht mogelijk. De wet DBA heeft als doel het tegengaan van schijnzelfstandigheid van zzp’ers. Besloten is nu dat er tot 1 oktober 2021 niet gehandhaafd wordt. Opdrachtgevers kunnen bestaande overeenkomsten van opdracht dus voortzetten zonder toename van het risico op naheffing door de Belastingdienst.

De NOW 3

De coronacrisis houdt helaas nog wel even aan en er komen steeds strengere maatregelen. De NOW loopt daarom door naar 2021 met 3 aanvraagperiodes:

NOW 3.1: 1 oktober 2020 tot 1 januari 2021
NOW 3.2: 1 januari tot 1 april 2021
NOW 3.3: 1 april tot 1 juli 2021

Tip: houd de informatie op de site van de Rijksoverheid goed in de gaten want die verandert regelmatig.

 

 

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen