We moeten het erover hebben; het S-woord

Stikstof. Er vallen keiharde besluiten op grond van moeilijk te doorgronden regelgeving, gebaseerd op ingewikkelde modellen. Gestelde doelen zijn onhaalbaar, of lijken juist alleen haalbaar als we het probleem radicaal anders bekijken. De gevolgen voor agrarische ondernemers zijn intussen niet te overzien. Ik kan mezelf niet in de spiegel aankijken, als ik níet met onze Nederlandse veehouders meeleef.

Ik heb alle begrip voor het boerenprotest. Veehouders voelen zich in een hoek gedrukt. Ook dierenartsen geven aan ‘er slecht van te slapen’. “Er heerst grote somberheid en de gesprekken die je hebt met boeren, zijn dag in dag uit heel zwaar,” vertellen onze collega’s werkzaam in de landbouwhuisdieren. Ze voelen zich machteloos, want het beleid is slecht uit te leggen aan de keukentafel. Zelf kom ik er ook niet goed uit. Waar ik normaal graag een beroep doe op de wetenschap, verdwaal ik wat stikstof betreft in een woud van tegenstrijdige inzichten. Ze lijken niettemin allemaal onderbouwd te kunnen worden door betrouwbare afzenders, zoals de Wageningen Universiteit en het RIVM.

Dat de veestapel zal moeten krimpen om natuurgebieden en drinkwatervoorziening veilig te stellen, wordt door wetenschappers niet betwist. Ook niet door de veehouders trouwens, die al geruime tijd vragen om toekomstbeeld van een veehouderij met minder dieren. Maar hoe, waar en hoeveel stikstof gereduceerd moet worden, blijkt vastgelegd in een wiskundig rekenmodel met de flexibiliteit van een blok beton. Sommigen twijfelen aan de juistheid van de input, anderen aan de output, omdat er plotseling een landkaart uitrolt waarop tot op postcodeniveau staat aangegeven waar veehouderijbedrijven moeten worden beëindigd. Het is moeilijk te geloven dat hiermee de gestelde doelen zullen worden gehaald. Dat doet ook niet ter zake, het gaat om een juridische realiteit. Maar de échte gevolgen voor de getroffen boerenfamilies zijn enorm. En op termijn gaat ook de consument dit voelen; het rekenmodel voorziet alleen niet in de doorrekening hiervan. Daarover doen dus de wildste verhalen de ronde.

"Hier kom je eigenlijk alleen maar uit, als je bereid bent samen te kijken naar de belangen van alle betrokkenen." - Sophie Deleu, voorzitter KNMvD

De situatie doet denken aan een gejuridiseerde vechtscheiding. Verwijten over en weer voeren de boventoon; beide echtelieden laten zich bijstaan door advocaten die hun gelijk willen halen. Niet het feit dat ze uit elkaar gaan is het probleem, maar de wijze waarop. Hier kom je eigenlijk alleen maar uit, als je bereid bent samen te kijken naar de belangen van alle betrokkenen. Zij moeten immers verder. Dat brengt me op de vraag wat de KNMvD kan doen. Waar sommige leden vinden dat we actief moeten deelnemen aan het protest, denk ik dat een evenwichtige bijdrage aan de maatschappelijke discussie meer gewicht in de schaal legt. Hoewel wij als dierenartsen geen rechtstreekse zeggenschap hebben over de hoeveelheid vee die in Nederland mag worden gehouden – laat staan over een acceptabele uitstoot van stikstof – kunnen we wel iets zeggen over de belangen van de betrokken dieren. Zij hebben recht op zorgzame veehouders. Een goede sociaaleconomische positie is daarvoor een randvoorwaarde. De botte bijl die nu wordt gehanteerd, biedt onvoldoende perspectief op een dierwaardige veehouderij binnen ecologische grenzen. Ons veterinaire verstand roept om – juist nu – te investeren in diergezondheid en -welzijn.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen