Het systeem achter het paardenpaspoort in Nederland gaat op de schop. Met de publicatie in de Staatscourant van 15 april 2026 is vastgelegd dat per 1 juli 2026 een beperkt aantal gemachtigde instanties (GI’s) verantwoordelijk wordt voor de formele registratie en uitgifte van paspoorten voor paardachtigen.
De belangrijkste wijziging is de centralisatie van publieke taken. Waar voorheen meerdere stamboeken en organisaties paspoorten afgaven en gegevens registreerden, ligt die verantwoordelijkheid straks bij vijf aangewezen partijen:
Stamboeken blijven verantwoordelijk voor de identificatie van het dier, afstamming en de inhoud van het paspoort. De formele registratie in de centrale databank en de uiteindelijke afgifte van het paspoort worden echter losgetrokken en ondergebracht bij de GI’s. Enerzijds kan dit bijdragen aan een meer uniforme uitvoering en een betere borging van datakwaliteit en toezicht. Anderzijds vraagt het van betrokken partijen (met name stamboeken) om nieuwe samenwerkingsvormen en duidelijke afspraken over gegevensuitwisseling, verantwoordelijkheden, kosten en doorlooptijden.
De nieuwe structuur moet leiden tot betere datakwaliteit en meer controleerbaarheid, in lijn met Europese regelgeving.
Voor paardeneigenaren en fokkers verandert er ogenschijnlijk weinig: aanvragen lopen vaak nog via het stamboek. Achter de schermen zijn er echter meer schakels betrokken. Dat kan gevolgen hebben voor:
De nieuwe opzet brengt een verschuiving in kosten met zich mee. Met de aanwijzing van GI’s worden expliciete eisen gesteld aan de inzet van aantoonbaar gekwalificeerd personeel. Dit brengt structurele arbeidskosten met zich mee. Tegelijkertijd is voorzien dat GI’s een kostendekkend tarief mogen hanteren voor de uitvoering van hun taken. Dit kan leiden tot een aanpassing van de tarieven voor aanvragers van paardenpaspoorten.
Lees hier de volledige publicatie in de Staatskrant.