Algoritmes in opkomst in de pluimveesector

De overgang van curatieve naar preventieve diergeneeskunde is al een tijd aan de gang. Schaalvergroting van de ketens maakt het steeds belangrijker dat resultaat en gezondheid van het pluimvee voorspelbaar is. Computerprogramma’s kunnen op basis van data de uitkomsten van processen voorspellen. Deze algoritmes worden steeds betrouwbaarder. Welke rol zal de dierenarts dadelijk nog hebben op pluimveehouderijen?

Pluimveedierenarts Paul Cornelissen ziet dat hij en zijn collega’s met steeds grotere klanten te maken gaan krijgen. “Een grote slachterij gaat bijvoorbeeld een diergezondheidsprogramma uitrollen bij 250 pluimveehouders. De slachterij bepaalt daarbij ook voor de pluimveehouder welke dierenarts dat bij hen gaat uitvoeren. Deze transitie naar een grotere invloed van derden is zich nu in de Nederlandse pluimveesector aan het voltrekken. In de rest van de wereld is deze gedeelde verantwoordelijkheid binnen de keten voor pluimvee al normaal.” Het idee erachter is dat je op grotere schaal beter kunt bepalen hoe het product er uiteindelijk uit komt te zien. “De derde partijen hebben een hekel aan alles wat afwijkt van de standaard”, weet Paul. “Ze willen namelijk een strak gedefinieerd product kunnen leveren. Dit betekent dat pluimveehouders aan strakke eisen moeten voldoen: op zoveel dagen moeten dieren op zoveel gram zijn. Om dit te kunnen garanderen moeten alle aspecten aan de juiste voorwaarden voldoen. Elk aspect van de keten moet kloppen. Een enkele afwijking kan al zorgen dat het resultaat niet overeenkomt met de specificaties. Dus moet de pluimveehouder goede afspraken maken met bijvoorbeeld de voerfabriek en de vermester. Ook zij moeten aan vastgelegde eisen voldoen.” Dierenartsen gelden ook als een van de onderdelen van de keten en dragen bij aan het behalen van het afgesproken resultaat. “Ook de diergeneeskundige zorg moet zo veel mogelijk voorspelbaar zijn. Je gaat dus een standaard benaderschema van dieren introduceren, waarin alles staat beschreven wat preventief op het bedrijf gaat gebeuren. Incidentenproblematiek wil je vooral op deze grote schaal voorkomen. Je gaat dus kijken op welke punten je moet letten om incidenten voor te zijn. Als de pluimveeketen wil dat er in Nederland geen Newcastledisease (NCD) voorkomt, wordt in één seconde besloten dat alle kippen geënt worden. Dierenartsen hebben dan niet langer de verantwoordelijkheid om te beslissen of vaccinatie tegen NCD al dan niet nodig is, maar kijken alleen achteraf of de enting goed is verlopen of niet.”

Voorspelbare processen

Voor het beheren van voorspelbare processen zijn digitale technieken ideaal. “Alles wat je automatiseert, heb je onder controle”, verklaart Paul. “Dus plaatsen slachterijen camera’s die volautomatisch voetzoollaesies controleren. Op dezelfde manier monitoren broederijen eieren 24 uur per dag. Veehouders kunnen op hun computer het verloop zien van bijvoorbeeld temperatuur, relatieve vochtigheid en CO2. Ze weten per uur wat er aan water/voer wordt opgenomen. Als het opnamepatroon afwijkt, belt de veehouder ons. Dan is er vaak nog niks aan de dieren te zien, maar de meetgegevens maken duidelijk dat er wel degelijk een probleem is.”
Een ander voorbeeld dat Paul aangeeft is de ventilatie: “Reguliere stallen zijn allemaal uitgerekend voor een bepaald dier, met een bepaalde stofwisseling en productie. Maar de dieren worden via de fokkerij steeds op een ander niveau getild. Daardoor verandert bijvoorbeeld de hoeveelheid warmte die ze produceren. De ventilatie van de stallen is dus niet meer toereikend. Hier kan een ventilatiecomputer helpen. Die gaat ventileren op basis van meetgegevens. Dat kan zo ver de diepte in gaan dat je als je er geen verstand van hebt niet meer begrijpt op basis van welke meetgegevens de computer zijn beslissingen neemt.”

Werk van de dierenarts

De grotere rol van computerberekeningen en algoritmes zal het werk van de dierenarts veranderen. “Onze controletaak zullen we kwijtraken”, voorspelt Paul. “Daar is geen dierenarts voor nodig. Voor het overige moeten we onze meerwaarde bewijzen vanuit onze kennis van de fysiologie van het dier – want die hebben de andere adviseurs niet. We moeten wel innovatief blijven. Als we als dierenartsen dit laten lopen, gaan anderen er met de informatie vandoor.” Volgens Paul zijn er nog geen algoritmes op diergezondheidsgebied die 100 procent betrouwbare voorspellingen opleveren. “De gegevens zijn er wel en de computer kan patronen laten zien, maar het is niet altijd duidelijk welke conclusies eruit moeten worden getrokken. Er blijven mensen nodig in de stal die de waarnemingen kunnen duiden. Als dierenartsen zijn we hiervoor ideaal geschikt. We zijn niet alleen technisch opgeleid, maar hebben ook oog voor het dier.” Om deze rol te kunnen vervullen moet de dierenarts doorhebben wat er met het dier gebeurt in het productieproces. Paul: “Als je die processen snapt, kun je bij een gestoord proces nagaan waar het probleem zit. Een algoritme geeft een waarschijnlijkheid. Een dierenarts kan zeggen: deze parameter of deze is niet meegenomen, laten we nog eens kijken. We moeten hiervoor als dierenartsen weten hoe de programma’s werken. Als je niet weet hoe deze programma’s werken, worden de algoritmes de baas.”

Paul Cornelissen is pluimveedierenarts in Pluimveepraktijk Noord en Oost in Slagharen.
“Onze praktijk bedient 16 tot 20 procent van al het Nederlandse pluimvee. We komen vooral op bedrijven in Noord-Nederland en behandelen met name vleespluimvee.” In de praktijk werken zeven pluimveedierenartsen. “We weten daardoor enorm veel van één diersoort”, legt Paul uit. “Dat heeft voordelen. We kunnen ons zelfs gaan richten op onderdelen van de soort. Een van ons doet vleeskuikens, een ander doet de moederdieren, een ander de opfok.” Bloedonderzoek, PCR’s en bacterieel onderzoek (BO) worden uitgevoerd op de praktijk.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen