Bacteriepopulaties in de mondholte

Parodontale aandoeningen komen voor bij 80 procent van de honden ouder dan drie jaar en bij de meerderheid van de katten. Vaak hebben eigenaars niks in de gaten. De vorming van tandplak is één van de belangrijke oorzaken. Als bekend is welke bacteriën aan de ziektebeelden ten grondslag liggen kan wellicht voor er symptomen zijn al worden ingegrepen.

Naar de rol van bacteriën bij parodontale aandoeningen is humaan al onderzoek gedaan. Is er nog geen ontsteking, dan domineren Actinobacteriën. Pyrocheten, Synergistetes, Firmicutes en Chloroflexi overheersen bij parodontitis. Streptococcussoorten komen veel voor in plaque bij mensen. Doctor Corrin Wallis werkt als microbiologe bij het Waltham Centre in het Verenigd Koninkrijk en onderzocht met haar collega’s welke bacteriën voorkomen in de mondholte van honden en katten.

Verschillende bacteriën

Allereerst werden bij vijftig honden monsters genomen van de tand vlak onder de rand van het tandvlees. Genetische analyse leverde 5959 gensequenties op die afkomstig bleken van 353 bacteriesoorten. 80,2 procent daarvan was nog niet wetenschappelijk beschreven. “Het blijkt dat honden maar 16,4 procent van de bacteriën in de mondholte gemeenschappelijk hebben met mensen,” vertelt Corrin Wallis. Hetzelfde onderzoek vond plaats bij 20 katten. De wetenschappers vonden 171 soorten. “Waarschijnlijk zouden het er wel meer zijn bij een grotere steekproef.” De verdeling in soorten kwam overeen met die bij honden. De voornaamste groepen waren Firmicutes (30%), Bacteroides (21,8%), Proteobacteriën (16,7%) en Actinobacteriën (8,2%). De mate waarin deze bacteriën in de mondholte voorkomen verandert bij ziekte, bleek uit volgende studies. De onderzoekers verzamelden in totaal 223 tandplakmonsters: 72 van gezonde honden, 77 van honden met gingivitis en 74 van honden met parodontitis. Ze vergeleken de daarin voorkomende soorten. “De met gezonde tanden geassocieerde bacteriën waren verwant”, verklaart Wallis. “Porphyromonas, Moraxella en Bergeyella kwamen het meest voor. Dat we zo vaak Porphyromonas cangingivalis aantroffen was bijzonder. Een verwante soort bij de mens is geassocieerd met gingivitis/parodontitis. Streptococcussoorten zijn juist relatief zeldzaam in de tandplak van gezonde honden.” Hoewel bij honden dus andere bacteriën geassocieerd zijn met gezonde tanden dan bij mensen, zijn het wel dezelfde soorten bacteriën die betrokken zijn bij ziekte. “Tandplak van parodontaal gezonde honden werd gedomineerd door Gram negatieve bacteriën terwijl bij ziekte Gram positieve anaerobe bacteriën overheersten.Peptostreptococcus en Actinomyces kwamen relatief veel voor bij milde parodontitis.” Dezelfde studie vond plaats bij 92 katten, gezond en parodontaal. Wallis: “Het was wel moeilijker katten te vinden met alleen parodontitis. ” 267 bacteriesoorten werden geïdentificeerd. Net als bij honden overheerste Porphyromonas in alle toestanden. Bij tandplak zonder een parodontale aandoening kwamen Porphyromonas, Moraxella en Fusobacteriën het meest voor. Bij milde parodontitis was er een groter aandeel van Grampositieve anaerobe bacteriën. Peptostreptokokken waren bij gingivitis en milde parodontitis de meest voorkomende groep.

Door de tijd heen

“Dit type dwarsdoorsnedestudie helpt bij het begrijpen van associaties”, legt Wallis uit. “We hebben longitudinaal onderzoek nodig om te bekijken hoe bacteriepopulaties door de tijd veranderen.” De wetenschappers stopten bij 53 dwergschnauzers met het poetsen van de tanden. Elke zes weken nam men monsters van de tanden. “Een tand met parodontitis behandelden we. Deze deed niet meer mee aan het onderzoek. Hadden bij een hond twaalf tanden parodontitis, dan ging de hond uit de studie.” Deze werkwijze resulteerde in een subset van monsters van tanden met voortschrijdende parodontitis, genomen voor en na de diagnose. Deze monsters werden gekoppeld aan die van een tand zonder progressie van ziekteverschijnselen – liefst van dezelfde hond en hetzelfde soort tand. Hetzelfde gebeurde voor gingivitis. “We vonden bij parodontitis veranderingen in de populatie van 247 soorten bacteriën”, vertelt Wallis. “De afname van met parodontaal gezonde tanden geassocieerde bacteriën bleek al te beginnen voordat de diagnose was gesteld.” De veerkracht van het systeem nam dus al af voor het naar een andere toestand overging. “Hoeveelheden van bacteriën die geassocieerd zijn met parodontale aandoeningen namen juist toe.” Bij het ontstaan van gingivitis werd voor 272 soorten bacteriën aangetoond dat ze toenamen bij voortschrijden van de ontsteking. Bacteriën komen voor in biofilms en delen een ziekmakend effect, of kunnen juist een resistentie delen. Wallis en haar team gingen na hoe bij honden biofilms op de tand ontstaan. Ze deden daarvoor studies bij labradors met gezonde tanden, waarbij ze met tussenpozen monsters namen om te zien hoe biofilms ontstonden. Ze verrichtten bovendien laboratoriumexperimenten met een biofilm-model dat overeenkomt met tandglazuur. “Biofilmformatie bij honden verloopt totaal anders dan bij mensen”, concludeert Wallis. “Zo spelen Streptokokken bij honden geen rol in het proces. Het zijn totaal andere soorten die eerst aan het tandoppervlak hechten, zoals Neisseria.”

Toepassing

Kennis van de bacteriën in de mondholte moet uiteindelijk leiden tot preventieve maatregelen tegen parodontale aandoeningen. Zo ver is het nu nog niet. Wel wijst Wallis nadrukkelijk op de verschillen tussen honden en katten en mensen. “Interventies gericht op humane bacteriën zijn dus niet noodzakelijk effectief bij honden en katten.” Dit artikel is gebaseerd op de bijdrage van dr. Wallis op het Tandheelkundig Symposium op 27 januari 2018, georganiseerd door Virbac Nederland en de Werkgroep Veterinaire Tandheelkunde.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen