Betrouwbaarheid canine parvo sneltest bij feline panleukopenie

Gezien de nauwe verwantschap van het feline parvovirus aan canine parvovirus type 2, worden canine parvo sneltesten regelmatig toegepast in de diagnostiek van feline panleukopenie, oftewel kattenziekte. Maar zijn ze ook betrouwbaar?

Er zijn slechts enkele studies die de betrouwbaarheid toetsen van de canine parvo sneltest in de diagnostiek van feline panleukopenie. Twee daarvan vallen onder de zogenaamde ‘prospective, blind comparison to a gold standard study’. Hierbij worden uitkomsten van een nieuwere diagnostische test vergeleken met die van een gouden standaard. Patiënten verdacht van een bepaalde ziekte ondergaan dus beide testen. Cohortstudies zijn observationele studies, maar van alle observationele studies voorzien zij wel de beste kwaliteit van bewijs.

Cohortstudies kunnen iets zeggen over de nauwkeurigheid van een bepaalde test ten opzichte van de gouden standaard, maar geven geen informatie over de impact van de testuitslag op de behandeling van de patiënt.

 

Onderzoeken

Het onderzoek van Neuerer et al. vergelijkt het gebruiksgemak en de resultaten van vijf verschillende parvo-antigeen sneltesten met resultaten van elektronenmicroscopie. Het onderzoek beschikt over tweehonderd fecesmonsters, afkomstig van katten uit een universiteitskliniek en uit twee verschillende asielen. Het betreft 52 katten met diarree en 148 klinisch gezonde katten. Drie van de gebruikte sneltesten zijn geregistreerd voor het detecteren van FPV-antigenen. De bijsluiters geven echter aan dat ze enkel toepasbaar zijn in de detectie van CPV. In de studie varieerden sensitiviteit en specificiteit respectievelijk van 50 tot 80 procent en van 94,2 tot 100 procent. Een hoge sensitiviteit is vereist, aangezien men alle geïnfecteerde katten zo snel mogelijk wil identificeren. De positief voorspellende waarde liep uiteen van 38,9 tot 100 procent en de negatief voorspellende waarde (NVW) van 97,4 tot 98,9 procent, met elektronenmicroscopie als referentietest. De NVW geeft de kans op het daadwerkelijk afwezig zijn van de ziekte wanneer de test negatief is. In dit geval is deze hoog genoeg om een betrouwbare negatieve uitslag te geven. De conclusie is dat alle onderzochte testen geschikt zijn om parvovirus in kattenfeces aan te tonen. Het is echter niet duidelijk of er daadwerkelijk FPV is aangetoond of dat het om CPV gaat, want katten kunnen ook CPV uitscheiden, waardoor de test een vals positieve uitslag kan geven.

 

Onderzoek Abd-Eldaim

Het onderzoek van Abd-Eldaim et al. gebruikt de PCR als gouden standaard en past de SNAP Parvo-sneltest toe op 97 fecesmonsters van 58 kittens en 39 katten verdacht van feline panleukopenie. Fecesmonsters van klinisch gezonde katten ontbreken. 57 fecesmonsters zijn afkomstig van katten uit 7 verschillende asielen. De overige 40 fecesmonsters zijn van patiënten uit 36 verschillende dierenartspraktijken. Dit onderzoek kan een onderscheid maken tussen een positieve uitslag veroorzaakt door FPV en door CPV-2. Uit de studie blijkt dat de SNAP Parvo sneltest in staat is FPV in fecesmonsters van klinisch verdachte katten aan te tonen. Het artikel noemt geen duidelijke sensitiviteit en specificiteit, maar toont wel overeenkomstige uitslagen en verschillen tussen de sneltest en PCR. Van de 55 fecesmonsters die middels de sneltest positief zijn getest, waren 54 ook positief middels PCR. Daarentegen waren drie monsters waarbij de sneltest een negatieve uitslag gaf, op PCR toch positief.

Een onderzoek met een wat minder hoge mate van wetenschappelijke bewijskracht is de case control studie van Patterson et al. waarin wordt bepaald in hoeverre een FPV-vaccin interfereert met de uitslag van een fecale parvotest. De studie vergelijkt resultaten van drie verschillende fecale parvo sneltesten en voert diverse titerbepalingen uit vóór toediening van een vaccin (dag 0) en veertien dagen later. Het onderzoek is gebaseerd op fecesmonsters van 64 verschillende SPF-kittens die zich niet in het asiel bevinden. Alle parvo sneltesten waren negatief voorafgaande aan toediening van een vaccin en na vaccinatie toonde bij 20 procent van de kittens minstens een van de drie sneltesten een positieve uitslag. Samenvattend geeft dit onderzoek aan dat vals positieve testuitslagen kunnen optreden gedurende de eerste veertien dagen na vaccinatie.

 

Interpretatie positieve en negatieve uitslagen

Diverse publicaties geven aan dat, na toediening van een geattenueerd vaccin, het vaccinvirus gedurende twee tot drie weken wordt uitgescheiden in de feces. Dit kan worden gedetecteerd middels de parvo sneltest, maar ook door een PCR. Belangrijk is dus na te gaan of het dier recent is gevaccineerd, wat normaliter op een leeftijd van acht tot negen weken, twaalf weken, een jaar en daarna elke drie jaar gebeurt. Daarnaast kunnen katten geïnfecteerd worden met het canine parvovirus, wat ook een positieve testuitslag kan geven. Co-infecties van FPV en CPV komen voor.

Voornamelijk de vals negatieve uitslagen zijn belangrijk. Deze kunnen worden veroorzaakt door intermitterende uitscheiding van het virus. Verder komen ze voor bij katten die al minstens vijf tot zeven dagen ziek zijn, aangezien deze katten veel minder tot geen virus meer uitscheiden in de feces. Daarnaast kan de aanwezigheid van antilichamen ervoor zorgen dat virusdeeltjes in de feces worden bedekt en dus niet worden gedetecteerd.

 

Conclusie

Hoewel de sneltest niet is gevalideerd voor gebruik bij katten, blijkt deze regelmatig te worden toegepast bij katten verdacht van FPV. Het blijkt Good Veterinary Practice om de canine parvo sneltest toe te passen in de diagnostiek van feline panleukopenie, gezien de redelijk hoge mate van betrouwbaarheid. De SNAP Parvo is het frequentst onderzocht. Deze test heeft een hoge specificiteit van 97,5 tot 100,0 procent (weinig vals positieven) en een redelijk hoge sensitiviteit van 60,0 tot 94,7 procent (weinig vals negatieven). De test is minder prijzig dan de PCR en het is binnen enkele minuten bekend of de kat parvovirus uitscheidt. Bij twijfel over een positieve uitslag van de sneltest kan men het fecesmonster alsnog insturen ter bevestiging van de diagnose middels PCR. Verder is het belangrijk dat de kat direct wordt beschouwd als ‘geïnfecteerd’, zodat maatregelen kunnen worden getroffen en verspreiding wordt beperkt. Bij een negatieve uitslag, terwijl de kat wel typische verschijnselen van FPV vertoont, wordt geadviseerd alsnog een PCR uit te laten voeren en dezelfde maatregelen te treffen.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen