Branchioblastoma bij twee koikarpers (Cyprinus carpio).

Branchioblastoma in two koi carps (Cyprinus carpio).
H. De Bosschere1, E. Donné2
1 MedLab Bruyland – Afdeling Diergeneeskunde, Beneluxpark 2, B-8500 Kortrijk, Belgium
2Dujardinstraat 7, 8720 Dentergem, Belgium
hendrik.de.bosschere@bruyland.be

SAMENVATTING
Bij twee koikarpers konden de kieuwdeksels links zich onvoldoende sluiten door de aanwezigheid van een nodulaire vlezige massa. Wegens de slechte prognose werden beide vissen geëuthanaseerd. Bij histologisch onderzoek werd een branchioblastoma vastgesteld. Deze case report beschrijft de mogelijke oorzaken.

SUMMARY
The let operculum of the gills of two koi carps was incompletely closed due to a nodular mass. Due to the bad prognosis both fish were euthanised. Histological examination revealed a branchioblastoma. The possible causes are discussed in this case report.

INLEIDING
Oncologie bij siervissen staat nog in de kinderschoenen (Machado da Rocha et al., 2017). Een overzicht van vistumoren werd beschreven door Machado da Rocha et al. (2017). Bepaalde tumoren bij vissen worden geassocieerd met oncogene virussen, parasieten en omgevingsfactoren (Vergneau-Grosset et al., 2017). Tumoren van de kieuwen in vissen zijn zeldzame aandoeningen. Dit is verassend omdat de kieuwen een grote epitheliale oppervlakte innemen en voortdurend blootgesteld worden aan verschillende omgevingsfactoren zoals bvb. chemische stoffen en infectieuze agentia (Hayes & Ferguson, 1989). De gepubliceerde tumoren bij koikarpers (Cyprinus carpio) beschrijven papilloom, spinocellulair carcinoom, seminoom, nefroblastoom en branchioblastoom (Wildgoose, 1992; Wildgoose & Bucke, 1995; Martineau & Ferguson, 2006; Knüsel et al., 2007; Sirri et al., 2010; Stegeman et al., 2010; Sirri et al., 2012;Vergneau-Gosset et al., 2017; Machado da Rocha et al., 2017).
Branchioblastomen zijn neoplastische proliferaties van primitieve blastachtige cellen met de mogelijkheid om te differentiëren in epitheliale – en mesenchymale cellen. Deze casuïstiek beschrijft branchioblastoom bij 2 koikarpers uit dezelfde vijver.

CASE REPORT
In een vijver van 45m3, bewoond door 13 koikarpers en een 100-tal rijstvisjes (Oryzias woworae) vertoonden 2 koikarpers van ongeveer 40cm een abnormale stand van de kieuwdeksels gedurende enkele maanden. De oranje koi had een gewicht van ongeveer 1 kg, was eigenkweek en ongeveer 10 jaar oud (foto 1). De witte koi had een gewicht van 1,5 kg en werd 15 jaar geleden aangekocht. De witte koi lag op de bodem, was lusteloos (door anoxie) en anorectisch. De waterwaarden van ammonia, fosfaat, nitraat, nitriet, KH (carbonaathardheid) en GH (generale hardheid), pH, elektrische geleidbaarheid en “total dissolved solids” gemeten via een multiparameter fotometer en Combo pH & EC & TDS meter van Hanna Instruments lagen binnen de referentiewaarden.
Bij klinische onderzoek van de witte koi werd een lichtroze, nodulaire massa van 3.5 x 1.5 cm op de linker kieuwboog waargenomen . Deze massa induceerde een drukletsel in het resterend normaal kieuwweefsel. De oranje koi had een roze, nodulaire kieuwmassa van 3.5 x 1 cm op de linker kieuwboog (foto 2). Op beide koikarpers werden geen ectoparasieten waargenomen in een huidafkrabsel. Andere letsels waren uitwendig niet zichtbaar, een uitgebreide autopsie werd niet uitgevoerd. Gezien de slechte prognose (te weinig normaal resterend kieuwweefsel en een mogelijks besmettingsgevaar, werden de dieren geëuthanaseerd met een overdosis benzocaïne (100g benzocaïne/l ethanol). Bij histologisch onderzoek van beide massa’s werd een gelijkaardig beeld waargenomen. Ze hadden een goed omschreven, nodulair, zeer celrijk, niet-omkapseld, expansief groeiend aspect. Het bestond uit 3 evenwaardig, willekeurig door elkaar verweven celpopulaties, ingebed in losmazig fibreus weefsel. Deze celpopulaties bestonden uit dense aggregaten van basofiele blastomeren, polygonale tot kubische epitheliale cellen (lamella-achtige structuren) en eilandjes van kraakbeen (foto 3). De eilandjes van kraakbeen bestaan uit polyedrische cellen met bleek, basofiel kleurend cytoplasma, ronde kern met onduidelijke nucleolus en vorming van kraakbeen (foto 4). De blastomeren zijn kubisch tot polyedrisch, met donker basofiel kleurend, slecht afgelijnd cytoplasma; met een rondovale, donkere kern (foto 5). De epitheliale populatie bestaat uit kubische cellen met eccentrisch gelegen kern en matige hoeveelheden eosinofiel kleurend cytoplasma. Deze cellen vormen vaak branchiale lamellae (Foto 6). Er waren weinig mitosen aanwezig. Ontstekingscellen, bacteriën, schimmels en parasieten werden niet waargenomen. Gebaseerd op de macroscopische en histologische kenmerken werd een branchioblastoom gediagnosticeerd.

DISCUSSIE
Neoplasieën van de kieuwen en de verkleinde eerste kieuwboog (pseudobranch) in vissen zijn zeldzaam in vergelijking met andere locaties zoals de huid of de lever (Britelli et al., 1985; Knütsel et al., 2007). Branchioblastoom is een tumor uitgaande van embryologische blastachtige cellen met mesenchymale en epitheliale componenten. Histologisch wordt deze tumor geklasseerd als goedaardig wegens expansieve groei en goede aflijning. Het gezwel kan echter interfereren met de gasuitwisseling in de kieuw, wat leidt tot sterfte door anoxie of euthanasie (Knütsel et al., 2007). Aangetaste vissen kunnen respiratoire stress vertonen of de onmogelijkheid om hun bek en/of kieuwdeksel te sluiten (Knütsel et al., 2007). De witte koi vertoonde respiratoire stress. Beide koi’s konden unilateraal hun kieuwdeksels niet meer sluiten door de aanwezige nodulaire massa uitgaande van het kieuwweefsel.
Differentiaal diagnostisch dient men voor een (multi)lobulair letsel in de regio van het opperculum (kieuwdeksel), de kieuw en de mondholte rekening te houden met granulomateuze of inflammatoire letsels door infectie met bacteriën (bvb. Mycobacterium sp.), fungi (bvb. Banchiomyces), microsporidia (bvb. Loma sp.), myxozoa (bvb. Myxobolus sp.), branchiale trematoden, en iridovirus (bvb. lymphocystis). Voor deze etiologieën waren geen aanwijzingen op het histologisch onderzoek aanwezig.
De oorzaken van neoplasieën bij vissen zijn gewoonlijk multifactorieel en worden geassocieerd met de blootstelling aan carcinogenen (Williams et al., 2003), genetische oorzaken (Shin et al., 2012) en retrovirusinfectie (Coffee et al., 2013; Machado da Rocha et al., 2017).
Formaldehyde en malachietgroen (FMC) zijn gekende tumorinduceerders (Ott Knüsel et al., 2015). Koi’s uit vijvers, behandeld met deze producten, vertonen een hogere tumorincidentie dan onbehandelde vijvers (Ott Knüsel, 2015). Branchioblastoom ontstaat spontaan of geïnduceerd door carcinogenen (Knütsel et al., 2007), zoals beschreven in de literatuur door N-methyl-N’-nitro-N-nitroguanidine en nifurpirinol in diverse vissoorten (Knütsel et al. 2007). (https://www.chikarakoi.nl/fmc/; Ott Knüsel et al., 2015). Deze vissen werden door de eigenaar nooit behandeld met formaldehyde of malachietgroen. Wel werd jaarlijks zinkoxide in de vijver gebruikt ter bestrijding van algen. In de literatuur is beschreven dat blootstelling aan zinkoxide aanleiding geeft tot morfologische veranderingen van de kieuwen (Kaya et al., 2017). Mogelijks geeft jaarlijks gebruik van zinkoxide naast morfologische veranderingen eveneens tumorale veranderingen.
Koikarpers worden gekweekt en geselecteerd op basis van uiterlijke kenmerken, waardoor genetische predispositie voor de ontwikkeling van tumoren mogelijk is. Dit is de derde beschrijving van branchioblastoom bij koikarpers in de literatuur (Wildgoose en Bucke, 1995; Knütsel et al., 2007). Bepaalde koivariëteiten zijn meer gegeerd dan andere koivariëteiten, waardoor de gegeerde bloedlijnen vaak meer inteelt vertonen (Ott Knüsel et al., 2015). Een andere mogelijke oorzaak is genetische predispositie van de rood/oranje kleur voor de ontwikkeling van tumoren (Ott Knüsel et al., 2015). Eén van de beschreven koi’s had een rood/oranje kleur.
Tot slot, tumoren bij vissen kunnen, net als bij hogere vertebraten, ontstaan in alle organen, weefsels en celtypes. Volgens Groff (2004) zijn neoplasieën bij vissen meestal goedaardig met slechts enkele uitzonderingen van kwaadaardigheid. De behandeling, indien mogelijk is gewoonlijk beperkt tot chirurgische verwijdering. Dit was echter voor beide vissen in deze beschrijving niet mogelijk. Speculaties over de ontwikkeling van twee branchioblastomen bij twee koi’s uit dezelfde vijver zijn: spontaan (toevallig tweemaal dezelfde tumor), het gebruik van zinkoxide en/of genetische predispositie.

REFERENTIES
Britelli M. R., Chen H. H. C., Muska C. F. (1985). Induction of branchial (gill) neoplasms in the Medaka fish (Oryzias latipes) by N-methyl-N’-nitro-N-nitrosoguanidine. Cancer Research 45, 3209 – 3214.
Coffee L., Casey J., Bowser P. (2013). Pathology of tumors in fish associated with retroviruses: a review. Veterinary Pathology 50, 390 – 403.
Groff, J. M. (2004). Neoplasia in fishes. Veterinary Clinics of North America. Exotic Animal Practice 7(3), 705 – 756.
Hayes M., Ferguson H. (1989). Neoplasia in fish. In: Systemic pathology of fish. Ferguson H. (ed.), Ames (IA): Iowa State University Press, pp. 230 – 247.
Kaya H., Duysak M., Akbulut M., Yilmaz S. Gürkan M., Arslan Z., Demir V. Ates M. (2017). Effects of sub-chronic exposure to zinc nanoparticles on tissue accumulation, serum biochemistry and histopathological changes in tilapia (Oreochromis niloticus) Environmental Toxicology 32, 1213 – 1225.
Knüsel R., Brandes K., Lechleiter S., Schmidt-Posthaus H. (2007). Two independent cases of spontaneously occurring branchioblastomas in koi carp (Cyprinus carpio). Veterinary Pathology 44, 237 – 239.
Machado da Rocha C. A., Moreira-Nunes C. A., Machado da Rocha S., Soares da Silva M. A., Burbano R. R. (2017). A review on occurrence of neoplasia in fish. Acta of Fisheries and Aquatic Resources 5(2), 19 – 24.
Martineau D., Ferguson H. W. (2006). Neoplasia. In: Systemic Pathology of Fish, Ferguson H. (ed.), 2nd ed., Scotian Press, London, UK, pp. 313 – 335.
Ott Knüsel F., Knüsel R., Schmidt-Posthaus H. (2015). Risk factors for development of internal neoplasms in koi carp Cyprinus carpio koi. Diseases of Aquatic Organisms 114, 199 – 207.
Shin J., Padmanabhan A., de Groh E. D., Lee J. S., Haidar S., Dahlberg S., Guo F., He S., Wolman M. A., Granato M., Lawson N. D., Wolfe S. A., Kim S. H., Solnica-Krezel L., Kanki J. P., Ligon K. L., Epstein J. A., Look A. T. (2012). Zebrafish neurofibromatosis type 1 genes have redundant functions in tumorigenesis and embryonic development. Disease Models & Mechanisms 5, 881 – 894.
Sirri R., Mandrioli L., Grieco V., Bacci B., Brunetti B., Sarli G., Schmidt-Posthaus H. (2010). Seminoma in a koi carp Cyprinus carpio: histopathological and immunohisto-chemical findings. Diseases of Aquatic Organisms 92, 83 – 88.
Sirri R., Brachelente C., Schmidt-Posthaus H., Vitellozzi G., Mandrioli L. (2012). Ultrastructural findings of sponta-neously occurring seminoma in an adult ornamental cyprinid (Cyprinus carpio L.). Bulletin of The European Association of Fish Pathologists 32, 19 – 23.
Stegeman N., Heatley J. J., Rodrigues A., Pool R. (2010). Nephro blastoma in a koi (Cyprinus carpio). Journal of Exotic Pet Medicine 19, 298 – 303.
Vergneau-Grosset C., Nadeau M.-E., Groff J. M. (2017). Fish Oncology. Diseases, diagnostics, and therapeutics. Veterinary Clinics of North America Exotic Animal Practice 20, 21 – 56.
Wildgoose W. H. (1992). Papilloma and squamous cell carcinoma in koi carp (Cyprinus carpio). Veterinary Record 130, 153 – 157.
Wildgoose W. H., Bucke D. (1995). Spontaneous branchioblastoma in a koi carp (Cyprinus carpio). Veterinary Record 136, 418 – 419.
Williams D., Bailey G., Reddy A., Hendricks J., Oganesian A., Orner G., Pereira C. B., Swenberg J. A. (2003). The rainbow trout (Oncorhynchus mykiss) tumor model: recent applications in low-dose exposures to tumor initiators and promoters. Toxicologic Pathology 31, 58 – 61.



Foto 1 en 2: Oranje koi met branchiale massa onder het linker kieuwdeksel.


Foto 3: Microscopisch overzichtsbeeld van het branchioblastoomn. Bemerk de verschillende celpopulaties door elkaar geweven en ingebed in losmazig fibreus weefsel: 1/ kraakbeen; 2/ blastomeren; 3/ branchiale lamellae.
HE-keuring – vergroting 100x.


Foto 4: Microscopisch beeld van mesenchymale cellen die verscheidene eilandjes van kraakbeen vormen (aangeduid met *).
HE-keuring – vergroting 400x.


Foto 5: Microscopisch beeld van de epitheliale cellen: dense aggregaten van basofiele blastomeren, polyedrisch tot kubisch van uitzicht (aangeduid met +), ingebed in losmazig fibreus weefsel.
HE-keuring – vergroting 400x.


Foto 6: Microscopisch beeld van branchiale lamellae: epitheliale cellen met een kubisch uitzicht vormen lamella-achtige structuren van de kieuw (aangeduid met pijl), waartussen gekernde erythrocyten aanwezig zijn.
HE-keuring – vergroting 400x.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen