BVD blijft onverwacht opduiken

Bovine Viral Diarrhoea (BVD) is nog steeds een schadelijke infectieziekte. Veel landen kennen programma’s om de ziekte vrijwillig of verplicht te bestrijden. Toch lukt het wereldwijd nog niet BVD helemaal terug te dringen, laat staan uit te roeien. In sommige EU-landen is wel vooruitgang geboekt. Volledig vrij worden blijkt nog lastig.

“Dierenartsen moeten vaak als ware detectives te werk gaan als ze een uitbraak van BVD op een rundveebedrijf analyseren en willen uitzoeken hoe de ziekteverwekker het bedrijf is binnengekomen,” zegt Volker Moennig, hoogleraar virologie aan de universiteit van Hannover (D.). “In theorie is de verspreiding van het BVD-virus goed uit te leggen. In de praktijk blijkt echter dat de virusverspreiding heel complex is.” De ziekte kennen we al zeventig jaar. Wereldwijd geldt BVD als de economisch meest schadelijke infectieziekte bij rundvee. “Het frappante is dat de ziekte zeer hardnekkig is en zich wereldwijd maar moeilijk laat terugdringen,” zegt Lucy Metcalfe, global technical manager for ruminant biologicals bij farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim Animal Health. Metcalfe was een van de sprekers tijdens het congres rond de BVDzero Award 2018 afgelopen najaar in Barcelona. “Juist in Noord-Amerika, waar de ziekte in 1946 voor het eerst beschreven is, zien we de laatste jaren het aantal besmette bedrijven toenemen. Dit hoewel de afgelopen decennia veel inspanningen zijn gepleegd om de ziekte te bestrijden. Er zijn bijvoorbeeld wereldwijd tweehonderd vaccins ontwikkeld. Helaas bieden die niet allemaal volledige bescherming. Essentieel is een vaccin dat ook foetale bescherming biedt. Anders kan een gevaccineerde koe toch een dragerkalf ter wereld brengen en blijft het virus zich verspreiden.”

BVD-programma’s in diverse landen

in diverse EU-landen zijn BVD-monitoringsprogramma’s ingesteld: soms verplicht en soms op vrijwillige basis. De Scandinavische landen zijn hier het langst mee bezig, en zijn grotendeels vrij van BVD. De Duitse aanpak oogt succesvol. In 2017 was het aandeel BVD-dragerkalveren gezakt tot 0,01 procent. Toch worden elke maand nog nieuwe uitbraken gemeld in verschillende deelstaten. De maandelijkse rapportages van het Duitse Friedrich-Loeffler-Institut (FLI) melden dat ook in 2017 en in 2018 nog elke maand BVD-gevallen werden gemeld. Een uitbraak die ook in Nederland veel impact had was de grote BVD type 2-uitbraak in 2012 tot 2013. Via uit Duitsland geïmporteerde kalveren verspreidde dit virus zich ook naar Nederlandse vleeskalverenbedrijven met een hoge mortaliteit (50 tot 80 procent) van de besmette kalveren. In Zwitserland was de BVD-aanpak aanvankelijk succesvol. Het land is jaren BVD-vrij geweest, maar in 2017 en begin 2018 namen de BVD-gevallen weer toe, waarna aangescherpte bewaking (frequentere diagnostiek) werd ingesteld.

Nederland

In Nederland is de circulatie van BVD-virus de afgelopen jaren afgenomen door onder andere het monitoringsprogramma. “Toch is het verstandig niet alleen naar ons eigen land te kijken, maar ook te leren van de ervaringen uit het buitenland,” zegt Marieke Blom, Productmanager Ruminants bij Boehringer Ingelheim. “Wereldwijd steekt het virus steeds weer de kop op. Ondanks het consequent afvoeren van dragers, krijgt een bedrijf toch vaak op enig moment met een BVD-infectie te maken. En juist op bedrijven waar geen runderen zijn met afweerstoffen tegen BVD kan dan de schade groot zijn. Vaccinatie blijft aangewezen zolang het BVD-virus nog prevalent is.”

BVD de wereld uit

De BVDzero Award is een initiatief van farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim. Dierenartsen die een BVD-uitbraak en de bestrijding daarvan vastleggen, kunnen de award winnen. Het doel is kennis over BVD-bestrijding te delen, en de aanpak van BVD in de rundveehouderij voor het voetlicht te brengen. In de top tien voor de BVDzero Award 2018 eindigde de BVD-case van dierenarts Marleen Doornbos-Hartman in Appingedam (Gr.). op de vijfde plaats. Zij analyseerde een BVD-uitbraak op een groot melkveebedrijf in Groningen. Er zijn 450 koeien die door 7 melkrobots gemolken worden. De dieren krijgen geen weidegang. Het begon eind 2016 met onverklaarbare klachten bij de kalveren. Er was sprake van hoesten en slecht groeiende dieren. Na behandeling knapten kalveren onvoldoende op.

Doornbos zocht naar de oorzaak. Uit bloedonderzoek leken zowel IBR, BVD als Salmonella geen rol te spelen. Ook het vaccineren van kalveren tegen pinkengriep hielp niet. Omdat de problemen niet verdwenen, herhaalde Doornbos enkele maanden later de onderzoeken naar ziekteverwekkers. Dit keer waren er kalveren met BVD-antistoffen in het bloed. Ook in de tankmelk vond Doornbos BVD-antistoffen. “Dus stelden we nader onderzoek in naar BVD als mogelijke veroorzaker van de zieke kalveren. Tot op dat moment waren er geen redenen om te veronderstellen dat BVD op het bedrijf problemen veroorzaakte. De melkveehouder was geen deelnemer aan een BVD-programma, maar wel alert op de ziekte. Hij had de afgelopen jaren enkele keren van vijf stuks jongvee bloed laten onderzoeken op BVD-afweerstoffen. Tussen 2011 en april 2015 had het bedrijf geen vee aangevoerd. Daarna wel enige malen, maar alleen dieren van BVD-vrije bedrijven.” Samen met Doornbos besloot de melkveehouder nu zijn hele jongveestapel te laten onderzoeken op het BVD-virus. Doornbos en haar collega’s namen van 443 stuks jongvee een bloedmonster. “Van de 443 onderzochte dieren bleken er 30 BVD-drager te zijn. Het waren kalveren die waren geboren tussen juni en oktober 2016; een soort punt-infectie.” Drie weken later volgde een bloedonderzoek van de dragerkalveren. Er waren er inmiddels een paar gestorven. Het onderzoek wees wederom alle kalveren uit de groep aan als BVD-drager. De melkveehouder heeft de dieren vervolgens van zijn bedrijf afgevoerd. “Vervolgens onderzochten we alle geboren kalveren op BVD. Regelmatig troffen we een BVD-drager aan. Ondertussen was de gezondheid van de kalveren op het bedrijf een stuk verbeterd. BVD-dragers kunnen een zware druk leggen op de immuniteit van andere runderen op een bedrijf.” In gezamenlijk overleg besloten melkveehouder en dierenarts te starten met het vaccineren van de rundveestapel. “Vaccineren biedt extra bescherming; onder meer tegen her-insleep van het BVD-virus. We kozen het Bovela-vaccin; onder meer omdat we dan kunnen volstaan met één enting per jaar,” vertelt Doornbos. De melkveehouder besloot in eerste instantie alleen de jongveestapel te vaccineren. Later breidde hij dat uit tot de hele rundveestapel. Bij de pasgeboren kalveren stapten boer en dierenarts over van bloedonderzoek naar oorbiopten. In september 2017 kwam op het bedrijf het laatste dragerkalf ter wereld. Het is niet duidelijk geworden of het BVD-virus alleen rondwaarde bij het jongvee of op het hele bedrijf. “Wellicht is het virus ook bij de melkkoeien rondgegaan. In die diergroep hebben we echter nooit een drager gevonden. In tankmelk hebben we het BVD-virus nooit aangetoond. We hebben extra onderzoek gedaan naar alle moeders van de dragerkalveren, maar ook dit leverde geen BVD-besmette dieren op.” De zoektocht naar de herkomst van het BVD-virus leverde geen heldere resultaten op. “We hebben alle runderen die vanaf 2015 van buiten het bedrijf zijn aangevoerd, meerdere malen getest op BVD-antistoffen en -virus. Dat leverde niets op.” Doornbos richtte zich ook op de omgeving van het bedrijf. “Ook bij enkele melkveebedrijven in de buurt waren er gezondheidsproblemen die mogelijk BVD-gerelateerd waren. Bij een van de buurbedrijven leverde een jongveecheck vijf BVD-dragers op. Van verplaatsing van runderen van het ene naar het andere bedrijf is geen sprake geweest. En ook contacten tussen dieren zijn onwaarschijnlijk. Wel komen de melkveehouders af en toe bij elkaar in de stal. Wellicht is het BVD-virus via mensen van het ene naar het andere bedrijf gelift.” Doornbos adviseerde de melkveehouder open te zijn over de BVD-problemen op het bedrijf. “We hebben bij ons op de praktijk een bijeenkomst gehouden met meerdere melkveehouders uit de buurt. Daar hebben we onder meer gesproken over mogelijkheden versleping van
het BVD-virus te voorkomen.”

Tot op heden laat de melkveehouder zijn rundveestapel jaarlijks tegen BVD vaccineren. Sinds het voorjaar van 2018 heeft het bedrijf de status BVD-vrij. Sinds het consequent opsporen en afvoeren van dragerkalveren, en het vaccineren van de veestapel tegen BVD, is de diergezondheid op het bedrijf aanzienlijk verbeterd. Dit komt ook in de melkproductie tot uiting. “Toen de BVD-problemen bij de kalveren speelden, zakte de gemiddelde melkproductie naar 24 kilo per dag. Een jaar later bevond de productie zich weer op 28 kilo per koe per dag.” Samen met de melkveehouder heeft Doornbos geprobeerd de financiële schade in beeld te brengen. “We schatten dat het bedrijf tussen de 22.500 en 39.000 euro schade heeft geleden.” Doornbos concludeert dat aanvoer van levende have een groot risico blijft. “Ook heb ik geleerd dat het bij diergezondheidsproblemen waar je niet goed de vinger achter kunt krijgen, zinvol is vaker onderzoek te doen. Zoek, zoek, zoek tot je zeker weet dat je BVD kunt uitsluiten. Anders bestaat het risico dat je maar door blijft modderen. Dat gaat niet alleen ten koste van diergezondheid en -welzijn, maar kost ook veel geld.” Ze merkt dat de melkveehouder in kwestie dezelfde lessen heeft getrokken. “Als er nu iets speelt, zegt hij eerder ‘tap maar even een bloedje’.”

Tekst Berrie Klein Swormink, freelance journalist

Foto Pexels

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen