Circulaire landbouw: werk aan de winkel voor welzijn

Circulaire landbouw biedt kansen voor dieren. De waardering voor duurzame voedselconsumptie neemt toe, evenals de vraag naar diervriendelijk geproduceerde producten. Het sluiten van kringlopen maakt dit mogelijk. De visie van Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op de Nederlandse landbouw is daarom ook ‘goed nieuws’ voor de diergeneeskunde. Arjan Stegeman, hoogleraar Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren, wil de beweging graag een zet in de goede richting geven. Uiteraard zijn er mitsen: “We moeten nu echt werk gaan maken van dierenwelzijn.”

In 2050 wordt de aarde bevolkt door 9,5 miljard mensen. Alleen met een ingrijpende transitie kan deze wereldbevolking worden gevoed binnen de grenzen van de planeet. Mensen moeten een nieuwe balans vinden tussen de consumptie van plantaardige en dierlijke eiwitten. Idealiter halen we minimaal 50 tot 60 gram eiwit per dag uit ons voedsel. Specifieke groepen, zoals ouderen en chronisch zieken hebben meer nodig. In een duurzaam dieet is ongeveer een derde van dierlijke oorsprong. Dat is minder dierlijk eiwit dan het huidige westerse dieet bevat. Maar een radicale overstap naar een veganistisch voedingspatroon is uit oogpunt van duurzaamheid niet aan te bevelen. Wageningse deskundigen bepleiten het gebruik van plantaardige reststromen en ‘grasland dat niet geschikt is voor akkerbouw’ voor veevoeding. Dit voorkomt verspilling en reduceert het landgebruik. Dieren kunnen land begrazen dat ongeschikt is voor het verbouwen van humaan voedsel. En ze zetten reststromen uiterst efficiënt om in vlees, melk of eieren, bronnen van hoogwaardig eiwit.

Industriële productie

Nieuw is de gedachte niet. ‘Alleseters’ zoals varkens en kippen scharrelden vroeger hun kostje bij elkaar op de boerenerven. En als je de afbeeldingen op de verpakkingen van vlees- en zuivelproducten mocht geloven, is dat nog lang het geval geweest. Maar in werkelijkheid zijn we medio vorige eeuw overgestapt op een hoogproductieve veehouderij. We voeren grote hoeveelheden grondstoffen voor diervoeding in via de haven van Rotterdam. De mest die ‘overblijft’ van het productieproces stelt ons voor een milieuprobleem. Want deze mest kan niet allemaal worden gebruikt om land te bemesten. We geven bovendien de voorkeur aan kunstmest, in verband met precisiebemesting. Koeien nemen in dit verhaal een aparte positie in. Voor hun voeding gebruiken we ook hoogwaardige landbouwgrond. Daarop telen we voornamelijk Engels raaigras – ‘Friese woestijnen’ – en mais. Onze koeien zijn zó gefokt, dat zij dit ruwvoer in combinatie met krachtvoer als de beste kunnen omzetten tot grote hoeveelheden melk van constante kwaliteit. De mest mag slechts deels worden uitgereden over het eigen land, onder meer vanwege de fosfaatnormen. En zo hebben we onszelf gaandeweg ‘vastgedraaid’ in lineaire systemen.

Technologie en innovatie

“Maar we gaan met de circulaire landbouw beslist niet terug naar vroeger,” verklaart Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group (WUR). Hoewel het ecologische aspect van voedselproductie zeker een rol speelt bij het sluiten van kringlopen, betekent kringlooplandbouw zeker niet dat de verworvenheden van nieuwe technologie buiten beeld blijven. “De moderne Nederlandse landbouw wordt juist geroemd om zijn zuinige omgang met grondstoffen, mede dankzij ‘high tech’-methoden en precisietoepassingen,” aldus Scholten. “We staan ook bekend om onze zogenaamde ‘vierkantswaardering’: de benutting van alle dierlijke onderdelen. Maar we verspillen heel veel biomassa; slechts een derde deel van de landbouwproductie wordt daadwerkelijk geconsumeerd. Het verlies is bij elkaar meer dan we invoeren aan grondstoffen.” Volgens Scholten kunnen we veel zuiniger omgaan met grondstoffen door ecologische principes te combineren met moderne technologie. “En dat is veel beter voor het klimaat, het milieu en de natuur.” Het vraagt wel om betere samenwerking tussen akkerbouwers en veetelers. Het is immers de bedoeling dat mestproducten uit de veehouderij – in plaats van kunstmest – worden gebruikt bij het telen van gewassen. En er is meer behoefte aan dubbeldoelgewassen, waarvan de stengels of de bladeren kunnen worden verwerkt in veevoer,
om zoveel mogelijk verspilling van biomassa tegen te gaan.

Veerkrachtig en robuust

Het klinkt goed, maar wat betekent dit eigenlijk voor de dieren? En voor de landbouwhuisdierenarts? Scholten voorziet dat er vraag komt naar dieren die passen in de kringlopen waar ze deel van uitmaken: “Veerkrachtige koeien en robuuste varkens en kippen.” Varkens en kippen zijn trouwens van huis uit geschikt om te leven van ‘restjes’. Hun rantsoen kan worden uitgebreid met insecten, die heel goed in staat zijn plantaardig afval om te zetten in eetbaar materiaal. En met voedsel dat overblijft van humane consumptie, dat tot nu toe wordt weggegooid. Maar de huidige Nederlandse koeien stappen naar verwachting wat minder gemakkelijk over. Ze zijn te vergelijken met topsporters; veranderingen in de voeding doen zich gelden in de melkgift en -kwaliteit. Schommelingen in het rantsoen met kringloop-grondstoffen kunnen gezondheidsproblemen opleveren. “Darmgezondheid wordt een belangrijk thema,” voorspelt Scholten. Hij denkt dat de dierenarts in staat is een verbindende, adviserende rol te vervullen tussen alle ‘erfbetreders’ bij de rundveehouder; het gaat immers steeds meer om het volgen en beïnvloeden van de gezondheidsstatus en minder om het bestrijden van ziekten. “We hebben hiervoor prachtige sensortechnologie, maar er is wel behoefte aan een centrale deskundige die alle data kan interpreteren.”

Twee kanten op

Stegeman beaamt dat de overstap op circulaire landbouw grote gevolgen kan hebben voor diergezondheid en dierenwelzijn. “De geschiedenis leert dat eenzijdig oplossen van een probleem nieuwe problemen oproept. Bij de vervanging van de legbatterij door scharrelhuisvesting kregen we bijvoorbeeld bloedluis en fipronil op de koop toe.” Hij juicht het sluiten van kringlopen zeker toe, maar vindt niet dat het dier de rekening moet worden gepresenteerd. Circulaire landbouw heeft gevolgen voor het management van alle landbouwhuisdieren. “Het gaat om het totaalplaatje.” Stegeman vindt dat we de transitie weloverwogen moeten vormgeven. “We hebben goede methoden om dierenwelzijn te meten, laten we die dan ook implementeren. Zodat we kunnen monitoren of de dieren niet de dupe zijn van de veranderingen.” Het muntje kan namelijk twee kanten op vallen. “Je kunt niet op alle aspecten van duurzaamheid een maximaal niveau halen,” aldus Stegeman. “Trager groeiende vleeskuikens of weidegang bij melkkoeien kunnen niet samengaan met maximale efficiëntie van grondstoffen voor productie. Het is een biologische wetmatigheid dat de dieren dan meer energie voor onderhoud nodig hebben. Je moet dus keuzes maken voor aspecten die je belangrijk vindt en ook niet verwachten dat alles technologisch kan worden opgelost. De veestapel moet ook inkrimpen.” Of er dan veel grotere, of juist kleinere bedrijven moeten worden gevormd, weet Stegeman ook nog niet. “We willen niet graag hele grote bedrijven in Nederland – hoewel dit uit oogpunt van dierenwelzijn niet slecht hoeft te zijn – en je moet ook kijken naar de leefbaarheid van het platteland.” Hoe dan ook moeten de dieren genoeg aandacht en veterinaire zorg krijgen, met meer oog voor welzijn. Stegeman: “Laten we daar nu eens echt gestructureerd naar kijken, met alle kennis en kunde die we in huis hebben!”

Wetenschappelijk onderbouwd

Erwin Hoogland, voorzitter van het cluster Landbouwhuisdieren van de KNMvD en rundveedierenarts, vindt het belangrijk feiten en emoties gescheiden te houden, reden waarom hij niet direct wegloopt met een hippe visie. Maar zijn cluster maakt zich sterk voor een stevige en duurzame positie van de dierenarts in de keten van de productie van gezonde voeding en daarom juicht hij de toegenomen aandacht voor diergezondheid en dierenwelzijn toe. Hij vindt het sluiten van kringlopen niet zozeer een nieuwe, als wel logische stap in de ontwikkeling van de veehouderij: “Heel veel boeren zijn al jaren bezig met kringlooplandbouw. En het welzijn is de afgelopen jaren steeds verbeterd.” Alles overziend is hij het – “met de kennis van nu” – met de landbouwdeskundigen eens dat de systemen die na de oorlog zijn ontworpen, niet langer houdbaar zijn. “We moeten zeker meepraten over duurzame keuzes voor de volgende generatie,” geeft hij toe. “Want er zijn krachten die inwerken op diergezondheid, dierenwelzijn en volksgezondheid en daar staan we voor.” Hij vindt het heel belangrijk dat de transitie goed wordt begeleid met wetenschappelijk onderbouwde kennis. “Maar uiteindelijk maken burgers, consumenten en overheid de keuzes. We zijn bijvoorbeeld wel gehouden aan wetgeving.” Veel van de actuele dilemma’s vloeien voort uit conflicterende wetgeving. Als circulariteit wordt aangewend om die drempels weg te nemen, is Hoogland voorstander: “Ik vind het bijvoorbeeld een goed idee om mest zoveel mogelijk aan te wenden op het eigen land. Maar ons uitgangspunt is de zorg voor het dier.”

Mooie ontwikkeling

Fokke Sikkema, twee jaar afgestudeerd en werkzaam bij Dier&Arts Leeuwarden, heeft zich toegelegd op melkvee – runderen en geiten. Net als Hoogland vindt hij circulaire landbouw niet splinternieuw: “Mijn vader heeft al jaren de KringloopWijzer in de stal hangen.” Maar hij vindt het een mooie ontwikkeling: “Dierenwelzijn wordt steeds belangrijker en circulaire landbouw draagt daaraan bij.” Sikkema erkent dat het een net iets andere manier van kijken vraagt. “Niet ‘zoveel mogelijk melk per koe’, maar ‘hoe kan ik het ruwvoer van eigen land zo goed mogelijk benutten voor de koe’?” Bij circulaire landbouw moet je het landgebruik betrekken in het hele verhaal; mest is immers goed voor de bodem en dat is weer goed voor de gewassen. Hij is ervan overtuigd dat de Nederlandse koe het aankan. “Die koe is het probleem niet, maar om de koe heen verandert er veel.” Voor de dierenarts betekent het nóg meer samenwerken met andere adviseurs op het gebied van voeding, fokkerij en duurzame investeringen. “Uiteraard moet je niet plotseling overstappen. Maar wij werken al met KoeKompas, een risico-inventarisatie die ook betrekking heeft op circulariteit,” legt Sikkema uit. Hij vindt de ‘opwaardering’ van koeien in de circulaire landbouw – omwille van hun veelzijdigheid – volkomen terecht. “Koeien van nu gaan lang mee; ze geven veel melk met prima gehalten.” zegt hij trots. “En ze zijn toch prachtig in ons landschap.” Geen twijfel: Sikkema kiest voor de koe.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen