Coverstory september: ‘Dierenarts te veel meegezogen in het systeem’

Voor dierenartsen is een belangrijke rol weggelegd bij het realiseren van veehouderij die niet immoreel is en maatschappelijk draagvlak heeft. Dit vindt ethicus Bart Gremmen van Wageningen Universiteit. Individueel zijn de mogelijkheden van dierenartsen beperkt, maar als groep kunnen ze volgens Gremmen veel bereiken.

Koeien die meer dan 10.000 kilo melk produceren en daarmee te veel van hun lichaam vragen. Zeugen die meer biggen ter wereld brengen dan waarvoor ze spenen hebben. Dieren die in grote aantallen in brandgevaarlijke stallen leven. Bart Gremmen, persoonlijk hoogleraar Ethiek in de life sciences bij Wageningen Universiteit, schudt voorbeelden van immorele veehouderij moeiteloos uit de mouw.

 

Gremmen constateert dat de veehouderij op onderdelen is doorgeschoten, waarbij onvol­doende is gelet op de ethiek van dierlijke productiesystemen. “Je zou het systeem­fouten kunnen noemen. Die zijn ontstaan doordat zogenoemde dierethiek in de veehou­derij niet werkt. In een stal met 30.000 kippen, ken je afzonderlijke dieren niet en is een indivi­duele aanpak per kip onmogelijk. Daardoor werkt ethiek gericht op het individuele dier niet.” Wat burgers volgens Gremmen graag doen is zeggen dat je uit moet gaan van de natuurlijke leefsi­tuatie van dieren. “Je krijgt dan te maken met de zogenoemde milieu-ethiek. En die gaat over dieren in de natuur, een veel groter geheel dan een veehouderijbedrijf. Ook daar kun je in de veehouderij niet mee uit de voeten. Waar het aan ontbreekt is systeemethiek.”

Vraag: Wat is dat, en wat kun je ermee bereiken?

“We hebben behoefte aan ethiek waarmee we dierlijke productiesystemen als geheel kunnen beoordelen, en daarmee de vinger kunnen leggen op immorele aspecten. Bijvoorbeeld het doden van eendagshaantjes of het afknippen van varkensstaartjes. We moeten toe naar een moreel systeem van dierlijke productie. Door gezamenlijk randvoorwaarden te formu­leren voorkom je voor een groot deel achteraf negatieve oordelen van publiek of maatschap­pelijke organisaties die spreken van immorele veehouderij. Binnen Wageningen UR gaan we ons richten op het herkennen van immorele aspecten bij innovatieve technologieën.

Een aantal immorele zaken zijn prima op te lossen. Al kost dat wel geld. De consument zal dat moeten betalen. Dat hoeft niet zo’n punt te zijn. In Nederland zijn de prijzen van voedsel het laagst van heel Europa.”

Immorele aspecten

Vraag: U benoemt diverse immorele aspecten van de huidige veehouderij. Hoe raken we die kwijt?

“Veehouderijsystemen zijn net kaartenhuizen. Alle onderdelen passen in elkaar. En als je er een aanpast, kan alles in elkaar storten. Je kunt niet stoppen met het afknippen van biggen­staarten zonder verder iets te veranderen. Dat maakt het aanpakken van immorele aspecten ingewikkeld. Voor een individuele boer en ook voor een individuele dierenarts is het lastig iets te doen aan immoraliteit die voortvloeit uit het systeem. Al zijn er ook ondernemers die dat wel doen en drastische stappen zetten. Bijvoor­beeld overstappen naar een biologische bedrijfs­voering. Overigens wil dat niet zeggen dat er dan geen immorele zaken meer spelen. Ik ken bijvoor­beeld biologische boeren die in het geheel geen antibiotica gebruiken. Ook niet curatief. Het gevolg is dat er af en toe een dier doodgaat.”

Vraag: Kortom immorele aspecten blijven er voorlopig?

‘Ze zijn onze veehouderijsystemen binnenge­slopen in een periode van pakweg vijftig jaar. Ik schat in dat we eenzelfde periode nodig hebben om ze kwijt te raken. Sommige immora­liteiten zijn binnen bestaande veehouderijsys­temen wel op te lossen. Je zou bijvoorbeeld afspraken kunnen maken over de maximale melkproductie van koeien. Maar er zijn diverse immorele aspecten waar je moeilijk van afkomt in de huidige veehouderijsystemen. Als er makkelijke oplossingen voor waren, waren die al lang in praktijk gebracht. Neem nou het doden van eendagshaantjes in broederijen voor de legpluimveehouderij. Hanen leggen nou eenmaal geen eieren. In Duitsland hebben ze ervaring opgedaan met het door burgers laten adopteren van deze zogenoemde Bruderhähnchen. Dat is een mogelijkheid, maar die brengt ook veel gedoe met zich mee. Bovendien is het niet makkelijk burgers te betrekken bij het oplossen van immoraliteiten in de veehouderij.”

Vraag: Hoe bedoelt u dat?

“Als landbouwuniversiteit bevragen we regel­matig mensen over deze materie. Burgers blijken soms niet op de hoogte van immorele aspecten die een rol spelen bij de productie van het voedsel dat ze nuttigen. Als we ze daarover informeren, geven ze aan dat het moet stoppen. Maar vaak blijkt vervolgens dat burgers een alternatief ook niet zien zitten. Bijvoorbeeld het doden van embryo’s in het ei in plaats van het doden van eendagshaantjes. Een eindcon­clusie is dan vaak dat het huidige systeem zo gek nog niet is. Ook al omdat gedode eendags­haantjes wel een nuttige bestemming hebben: ze dienen als voedsel voor dierentuindieren en roofvogels.”

Dierenartsen

Vraag: Wat kunnen dierenartsen doen als het gaat om de moraliteit van de veehouderij?

“Dierenartsen vervullen een zeer belang­rijke functie in de veehouderij. Wat mij betreft spelen ze een grote rol bij discussies over het verduurzamen van die veehouderij. Binnen de sector genieten ze vertrouwen en hebben status. En ze hebben verstand van zaken. Een dierenarts kan zeggen dat de balans doorslaat. Dat dit kennelijk niet vaak gebeurt, komt doordat een dierenarts een andere rol heeft dan bijvoorbeeld een huisarts. Bij een huisarts is de patiënt tevens de belanghebbende. Bij een dierenarts is de boer de belanghebbende. Hij vertelt de dierenarts wat er moet gebeuren en is degene die de factuur betaalt. Hierdoor groeit de kans dat dierenartsen worden meege­zogen in het systeem, en immorele tekortko­mingen daarvan als onvermijdelijk gaan zien.”

Vraag: Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“In de pluimveevleesector hebben we gezien dat er vleeskuikens kwamen die zo snel gingen groeien dat hun botten het niet meer bij konden houden met alle gevolgen van dien. Daar komt de term plofkip vandaan. Wat mij betreft hadden dierenartsen veel eerder aan de bel kunnen trekken om aan te geven dat het lichaam van de kip de explosieve groei niet bij kon houden.”

Samen optrekken

Vraag: Misschien is het lastig voor indivi­duele dierenartsen om veehouders aan te spreken op immorele aspecten van hun bedrijfsvoering?

“Dat is het ook. Als je als dierenarts zegt ‘hier doe ik niet aan mee’ hou je geen klanten meer over. Er moet op een hoger niveau besloten worden tot systeemingrepen. En daar kan een organi­satie van dierenartsen een belangrijke rol bij spelen. Wat mij betreft spreken dierenartsen zich uit over ethische kwesties in de veehouderij. Om te komen tot een goed functionerend moreel veehouderijsysteem is het zaak alle belangheb­benden te betrekken bij het ontwikkelen van nieuwe veehouderijsystemen. Dierenartsen moeten daarbij zeker aan tafel zitten.”

Vraag: Wat vindt u van de Caring Vets, dierenartsen die pleiten voor veranderingen in de intensieve veehouderij?

“Eindelijk. Dat was mijn eerste reactie toen ik van de Caring Vets hoorde. Dit had twintig jaar geleden al moeten gebeuren: dierenartsen die duidelijk maken hoe ze over morele aspecten van de veehouderij denken. Overigens vind ik niet dat alleen kritiek spuien de manier is om tot oplos­singen te komen. NGO’s als Wakker Dier hebben daar een handje van. Ze focussen zich vooral op incidenten. In dat rijtje zouden dierenartsen zich niet moeten willen scharen. NGO’s zetten veehouders op de verkeerde manier weg. De meeste boeren zijn van goede wil.”

Vraag: U vindt dat dierenartsen actiever moeten opkomen voor de belangen van dieren?

“Dierenartsen in de intensieve veehou­derij hebben door het onvoldoende afstand nemen van immorele aspecten een slechte naam gekregen. De laatste jaren komt daar een kentering in. Onder meer door de snelle reductie van antibiotica in de veehouderij. Dat is een fraai voorbeeld van snel inspelen op maatschappe­lijke kritiek. Een kanttekening die wel gemaakt moet worden, is dat de snelheid van antibioti­careductie voor een deel is bepaald doordat de humane gezondheid op het spel kwam te staan. Dat woog veel zwaarder dan de gevolgen voor dieren. Hetzelfde zagen we het afgelopen jaar in Brabant. Na druk vanuit de bevolking besloot de provinciale politiek tot strengere regels voor veehouderijbedrijven om negatieve gevolgen van onder meer fijnstof voor mensen te beperken. Dat dieren net zo veel last hebben van fijnstof als mensen, speelde geen rol in de discussies.”

Vraag: Wat kunnen dierenartsen meer doen dan input leveren bij het debat over gewenste veehouderij in Nederland?

“Wat mij betreft gaan dierenartsen meer meedenken over onderzoek wat we hier in Wageningen doen. Onderzoek dat de basis vormt voor toekomstige veehouderijsys­temen waarmee dierenartsen in hun werk te maken krijgen. Dierenartsen zouden een rol moeten krijgen bij de nieuwe domesticatie: het ontwerpen van robuuste dieren die goed passen in een veehouderij zonder immorele aspecten. Met de nieuwe fokkerijtechnieken die aan het ontstaan zijn, kan het fokken van dieren die meer in balans zijn, snel gaan.”

 

KNMVD-BESTUURSLID MAAIKE VAN DEN BERG: ‘NIET ALLEEN PUUR VETERI­NAIR-TECHNISCH OORDELEN’

“Als beroepsorganisatie hebben we enige tijd geworsteld met onze inbreng in de maatschappelijke discussie over de toekomst van de veehouderij in Nederland”, zegt Maaike van den Berg, bestuurslid van de KNMvD en rundvee­dierenarts in Groningen. “En we wilden hier al langer met onze achterban over discussiëren. Duurzaamheid is bijvoor­beeld meer dan alleen dierenwelzijn. Ook aspecten als volksgezondheid, voedselvei­ligheid, klimaat en milieu spelen een rol. Dit neemt niet weg dat we als dierenartsen best kritisch kunnen zijn op het systeem waarin we werken. En dat is meer dan er uitsluitend met een veterinair-technische bril naar kijken.”

Dat een groep dierenartsen, onder de naam ‘Caring Vets’ zich roert om ongewenste aspecten van de veehouderij aan te kaarten, vindt Van den Berg een goede zaak. “Over de vorm kun je zeker twisten. En het was beter geweest als we al een eind verder waren in de discussie binnen de beroepsgroep voordat het contact met de media werd gezocht. Toch kan ik zeker niet ontkennen dat deze kwestie, die veel dierenartsen enorm blijkt bezig te houden, op deze manier een enorme vaart heeft gekregen en dat is winst voor alle dieren­artsen.”

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen