De Dierenarts

Plaatsvervangend directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit van het ministerie van LNV

Martijn Weijtens (52) groeide op in een klein dorpje in Noord-Italië, waar zijn vader leraar Nederlands was op een internationale school. Zijn jongensdroom was dierenarts worden. “Op mijn achttiende vertrok ik in m’n eentje naar Utrecht om Diergeneeskunde te studeren. Tijdens deze studie, die ik in 1992 afrondde, werd ik me ervan bewust dat we varkens, koeien en kippen niet houden om te aaien maar voor de voedselproductie. Dat laatste wekte mijn interesse.” Vier jaar deed hij vervolgens onderzoek bij de faculteit naar Campylobacter bij varkens, waarop hij promoveerde. “Ik merkte in die tijd dat ik geen academische loopbaan nastreefde. Ik ben meer iemand van de grote lijnen. Toen ik destijds in de Volkskrant een vacature zag voor een beleidsmedewerker bij het ministerie van LNV, heb ik meteen gesolliciteerd.”

Ik ben Saskia, dierenarts. Tien jaar geleden ben ik afgestudeerd en ik werk sindsdien in een gemengde praktijk. Een leuke job, maar wil ik dit tot mijn pensioen doen? In deze rubriek doe ik verslag van mijn gesprekken met dierenartsen met een andere carrière. Wat doen ze precies, wat is er leuk aan hun werk en wat niet, en hoe zijn ze hier terechtgekomen? Mijn voorland? Wie weet …

Inmiddels werkt Martijn alweer 22 jaar bij dit ministerie. In die periode wisselde hij om de paar jaar van functie, wat hij boeiend en verfrissend vond. Via incompanytrainingen spijkerde hij zijn kennis bij. “Zo heb ik me bezig gehouden met diergezondheid – de varkenspestepidemie in 1997 was voor mij een enorme vuurdoop – voedselveiligheid, verduurzaming van de voedselproductie en plantenziekten. Ook werkte ik bij de Europese Commissie in Brussel, waar ik onder andere heb bijgedragen aan de nieuwe Vleeskeuringswet. Het aantrekkelijke aan het werk bij LNV is dat je maatschappelijk bezig bent. Wat je doet, lees je een dag later in de krant. Het is politiek en internationaal. Europa is immers superbelangrijk. De meeste wetgeving op ons gebied is Europees. De VN spelen een rol van betekenis als het gaat om internationale normstelling: dus over wat we wel en niet acceptabel vinden in de internationale handel omtrent dierziekten en voedselveiligheid.”

Fipronilaffaire

De afgelopen vijf jaar is Martijn plaatsvervangend directeur van de directie Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit. Tijdelijk is hij nu waarnemend omdat de functie van directeur vacant is. Hij reist regelmatig het land door om bijvoorbeeld mensen van de NVWA, de Universiteit in Wageningen en bedrijven te spreken. Op zijn tijd gaat hij naar de Europese Commissie in Brussel. Liefst pakt hij de trein. “Maar het leeuwendeel van de tijd zit ik in Den Haag, hier op kantoor of in de Tweede Kamer. Mijn taak is de minister van LNV beleidsadviezen te geven. Neem de fipronilaffaire, die aantoonde dat ons systeem van voedselveiligheid niet goed werkte. Dan gaan we het gesprek aan met het ministerie van VWS, de NVWA en met de productieketens van boer tot bord, om te kijken hoe we ons controlesysteem kunnen verbeteren.”Een ander belangrijk thema waarmee hij zich momenteel bezighoudt, is duurzaamheid en dan met name voedselverspilling. Hij licht toe dat maar liefst een derde van ons voedsel niet wordt geconsumeerd. “Soms worden groenten en fruit niet geoogst vanwege de te lage marktprijs of de beperkte oogstopbrengst door het weer. Het grootste probleem is echter de consument die veel weggooit. Onlangs ben ik naar een bijeenkomst van supermarkten en consumentenorganisaties geweest om afspraken te maken over wat zij kunnen doen om die voedselverspilling te verminderen.” In het kader van de klimaatdiscussie staat onder meer de vleesconsumptie ter discussie. Dit onderwerp zit eveneens in zijn portefeuille. “We moeten overstappen naar een meer plantaardig dieet. Maar vlees is niet taboe. Onze minister is daar genuanceerd in en pleit voor een betere balans volgens de Schijf van Vijf. Die is beter voor het klimaat, onze gezondheid en het milieu.”

Niet te laat instappen

Uiteraard is Martijn afhankelijk van zijn deskundige medewerkers, die hij begeleidt bij het opstellen van beleidsadviezen. Onder hen zitten zes dierenartsen, van wie enkelen ooit in de praktijk hebben gewerkt. Op de directie Dierlijke agroketens en Dierenwelzijn van hetzelfde ministerie zitten er twaalf. Studenten diergeneeskunde heeft hij ook vaak op zijn afdeling als stagiaire. “Het valt me op dat de huidige studenten veel ‘feeling’ met het werk hebben. We zien ze hier dan soms ook vroeg of laat weer terugkomen. Als je een loopbaan bij het beleid wilt, moet je overigens niet te laat instappen. Het is nogal een flinke ommezwaai als je lange tijd autonoom hebt gewerkt en dan ineens terechtkomt in een grote organisatie met veel collega’s en allerlei regels. Andere voorwaarden zijn interesse voor maatschappelijke thema’s, goed kunnen samenwerken en in staat zijn uitstekend te communiceren in woord en geschrift.”

Hoewel Martijn weken van vijftig uur maakt, werkt hij nog steeds met veel plezier bij het ministerie van LNV. Wil hij tot zijn pensioen deze functie bekleden? Hij lacht en weet dat hij nog nieuwe uitdagingen wil aangaan in het buitenland. “Mijn jeugd heb ik doorgebracht in het buitenland. Dat trekt me wel weer. Ik wil misschien nog wel een tijdje een post in Brussel, Rome, Parijs of Washington bekleden om de Nederlandse belangen op agrarisch gebied te verdedigen. Onze landbouw produceert voor de wereld. Zo’n driekwart van onze producten gaat naar het buitenland. Die positie van Nederland wil ik graag bevorderen.”

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen