De open norm: euthanasie

De afgelopen tijd zijn er vaak uitspraken gedaan door het Veterinair Tuchtcollege waarbij euthanasie de aanleiding is geweest om een tuchtzaak te starten. Voordat u schrikt, het is vooral verhoudingsgewijs een redelijk aantal. In absolute zin valt het erg mee. Helemaal als we dit zouden afzetten tegen het aantal keren dat deze handeling per jaar wordt uitgevoerd, vermoed ik.

De rode draad die door de uitspraken loopt, is dat euthanasie vooral tuchtgevoelig wordt als het verloop niet is geweest zoals de eigenaar het zich had voorgesteld of had gewenst. En dit is wat het VTC daar bij herhaling over zegt: “Het college stelt voorop dat de euthanasie van een dier voor de eigenaren een emotionele en belastende gebeurtenis is. Van de betrokken dierenarts mag mede daarom, maar ook ter voorkoming van onnodig leed bij het dier, worden verwacht bij de uitvoering daarvan zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid te betrachten. Dit neemt evenwel niet weg dat vooraf nimmer kan worden gegarandeerd dat een euthanasieproces probleemloos verloopt.”

Variabelen en onvoorspelbaarheden

Zo is het ook. Euthanasie blijft net als elke diergeneeskundige behandeling een handeling die variabelen en onvoorspelbaarheden kent tijdens de uitvoering. Van de volgende door de eigenaar aangebrachte casussen heeft het VTC geoordeeld dat zij niet onzorgvuldig zijn:

  • Een heftige pijnreactie bij het intramusculair injecteren van het sedatiemiddel voorafgaande aan de euthanasie. Dit werd niet onzorgvuldig geacht omdat in dit geval de dierenarts zelfs van te voren nog had uitgelegd dat dit kon gebeuren. Het VTC vindt “dat aan de diereigenaar voorafgaande aan de euthanasie over de verschillende stappen in het proces behoorlijke uitleg wordt gegeven. Dat is hier gebeurd, waarbij klaagster ook specifiek is gewezen op de kans dat zich een pijn- of schrikreactie kon voordoen.”
  • Te laat komen op een huisbezoek met als doel euthanasie. Aan dit incident lagen twee spoedgevallen in de kliniek ten grondslag èn de dierenarts had gebeld dat hij later zou komen. Ook telde mee dat het dier in kwestie die ochtend niet in directe nood verkeerde of pijn leed. Het VTC snapt de keuze van de dierenarts.
  • Een tweede toediening van het euthanasiemiddel omdat het dier na de eerste intracardiale toediening nog enige tijd doorging met ademen. Het VTC stelt als volgt: “Klaagster heeft deze tweede toediening om begrijpelijke redenen als zeer onaangenaam ervaren. Echter geldt ook in dit opzicht dat niet altijd kan worden voorkomen dat een tweede injectie nodig is om een dier definitief in te laten slapen en dat dit voor het college geen reden vormt om van foutief handelen van de dierenarts uit te gaan.”
  • Het niet inwilligen van een verzoek om een hond op een specifieke datum thuis in te laten slapen. Hier was relevant dat de dierenarts de euthanasie zelf niet geweigerd had uit te voeren. Alleen bood een druk avondspreekuur geen ruimte voor een huisvisite. De eigenaar was wel uitgenodigd om met het dier naar de praktijk te komen. Hierbij merkt het college op “dat het afleggen van een visite aan huis geen vanzelfsprekendheid betreft en daartoe voor een dierenarts in beginsel geen verplichting bestaat.” Let u goed op de woordkeuze van het VTC. ‘In beginsel’ betekent meestal niet, maar soms wel. Dat blijkt ook uit het feit dat het VTC steeds alle feiten uit een casus weegt. In dit geval vond het VTC een druk avondspreekuur gecombineerd met een uitnodiging om naar het spreekuur te komen, niet onzorgvuldig.
  • Het niet direct correct aanprikken van een ader. Ook daarvan zegt het VTC dat dit nog niet meteen tuchtrechtelijk verwijtbaar is.
  • En dan een laatste voorbeeld, waaruit blijkt dat verwachtingen en realiteit soms ver uiteenlopen en tot een tuchtzaak leiden. Een geëuthanaseerde hond wordt een dag later door de eigenaar opgehaald. Als de hond uit de vriezer komt, blijken de ledematen en de rug een dermate andere kromming te hebben dan toen de hond net overleden was, dat de eigenaar denkt dat de hond nog leefde toen deze de vriezer inging. Het VTC gaat mee met de gedachte dat de veranderde lichaamspose is ontstaan door inklemming tussen andere dieren in de vriezer.

Een recent voorbeeld van wat wel onzorgvuldig is, is er ook. Dat is een casus waarbij een hond voorafgaand aan de euthanasie met een revolverspuit in zijn nek geschoten wordt. De hond zet het op een lopen en is zo angstig dat deze bijna niet meer te vangen is. Zo’n revolverspuit is niet bedoeld voor gezelschapsdieren, zegt het VTC.

Brochure

Een tip voor u, het LICG heeft een brochure die u kunt uitreiken zodra u met de eigenaar hebt besloten om tot euthanasie over te gaan. U legt uit hoe u de euthanasie gewend bent uit te voeren. De folder vertelt nog wat algemene zaken, waaronder punten die tot hierboven genoemde tuchtzaken hebben geleid. Als die niet meer als verrassing komen voor de eigenaar, is de kans op een tuchtzaak hopelijk kleiner.

Rechtszaaknummers: ECLI:NL:TDIVTC:2017:44, ECLI:NL:TDIVTC:2018:9, ECLI:NL:TDIVTC:2018:10, ECLI:NL:TDIVTC:2018:17, ECLI:NL:TDIVTC:2018:19, ECLI:NL:TDIVTC:2018:16

Tekst Pauline Overbeek Foto Shutterstock/Alex Mladek

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen