“Dierenartsen moeten steeds meer kunnen, daar leiden wij ze voor op”

“In ons Strategisch Beleidsplan zetten we de faculteit breed neer”, zegt Wouter Dhert, sinds 2,5 jaar decaan van de faculteit Diergeneeskunde. “We leiden dierenartsen op in de volle breedte van het veterinaire veld, maar niet iedereen die bij ons afstudeert moet alles kunnen en weten.”

“Toen ik nog als hoogleraar/onderzoeker aan de faculteit verbonden was hield ik me vooral bezig met het steun- en bewegingsapparaat”, vertelt Wouter Dhert, “maar als decaan zie ik goed hoe ongelofelijk belangrijk de diergeneeskunde is in brede zin. Denk aan zorg voor individueel- en groepsgehouden dieren, dierenwelzijn, voedselveiligheid, antibioticaresistentie, onze economie, het milieu – op al die terreinen heeft de diergeneeskunde een impact.” Die verantwoordelijkheid geeft de faculteit mee aan de dierenarts van de toekomst.

Opinievorming

Volgens Wouter is het risico dat de universiteit steeds vaker als een elitaire organisatie wordt gezien. “Vele meningen en daar zijn wij er dan één van. Wij positioneren ons als betrouwbare bron van goed onderbouwde kennis, en op basis daarvan zou de samenleving een beleid of een mening kunnen onderbouwen. We richten ons als faculteit meer op de samenleving. We durven het debat aan te gaan, binnen de faculteit, maar ook met de wereld om ons heen.” De laatste tijd zijn in de samenleving discussies over duurzame veehouderij en dierenwelzijn actueel. “In die gesprekken spelen wij als faculteit een belangrijke rol (https://www.uu.nl/organisatie/faculteit-diergeneeskunde/actueel/in-de-media), die we nog groter willen maken. Niet dat wij gaan zeggen hoe de dingen in elkaar zitten en hoe mensen in de maatschappij erover moeten denken. Dat is niet de positie van de faculteit”, aldus Wouter. “Maar we gaan wel het debat over deze onderwerpen aan, we agenderen de vragen, ordenen de meningen, onderbouwen de argumenten. Vanuit onze kennis kunnen wij zorgen voor de nuance.” De nadruk in de discussies ligt op het begrip ‘sustainable animal stewardship’. “De Universiteit Utrecht heeft duurzaamheid aangewezen als hoofdthema”, verklaart Wouter. “In een wereld waarin mensen duurzaamheid belangrijk vinden, stellen wij dit onderwerp vanuit een academische invalshoek centraal.” De faculteit Diergeneeskunde ziet zichzelf als verantwoordelijk voor degenen die later de maatschappelijke discussies zullen voeren. “Onze rol is daarom dat we bijdragen aan een genuanceerde, gewogen en verdiepende opleiding.” De faculteit wil ook zelf discussies over relevante thema’s gaan aanzwengelen.

Opleiding

De faculteit Diergeneeskunde is gebaseerd op de drie pijlers: onderwijs, onderzoek en diergezondheidszorg. “Dit laatste noemden we vroeger patiëntenzorg”, legt Wouter uit. “Maar we zijn er niet alleen voor zieke dieren, we zetten ons in voor de gezondheid van dieren in brede zin!” Met het oog op de verbrede verantwoordelijkheid van dierenartsen, wordt het onderwijs aan de faculteit Diergeneeskunde in de toekomst verder uitgebreid. “Dit jaar starten we met een master ‘one health’. We werken daarnaast aan een bachelor ‘life sciences’ of ‘comparative medicine’. Met een dergelijke (Engelstalige) bachelor zouden studenten in de toekomst kunnen instromen bij masters op het gebied van diergeneeskunde, geneeskunde of farmacologie.” De faculteit zal steeds meer Engelstalig onderwijs aanbieden om ook mogelijkheden te bieden voor studenten uit het buitenland. Daarmee bieden wij studenten tevens een internationaal perspectief.

“In de opleiding komt meer aandacht voor de nieuwe competenties die toekomstige dierenartsen nodig hebben”, vertelt Wouter. “Er valt in Nederland door dierenartsen veel goeds te doen, niet alleen in de patiëntenzorg maar wel vanuit de veterinaire expertise. Maar daarbij kunnen ze niet zonder vaardigheden op het gebied van bestuur en beleid. Verder moeten de mensen die wij opleiden goed zijn toegerust om hun rol te spelen in het maatschappelijke debat, zodat de diergeneeskunde maximaal haar invloed pakt. Dit betekent dat we moeten differentiëren. Niet langer is ons doel dat iedereen alle aspecten van de diergeneeskunde beheerst. Daarvoor is het vak te breed.”

Onderzoek

Voor de verbreding van het onderwijs leunt de faculteit op een zeer stevige onderzoeksbasis. “Wat betreft het wetenschappelijk onderzoek kwam de faculteit Diergeneeskunde in de QS-ranking uit op de negende plek van de faculteiten wereldwijd”, zegt Wouter. “En in de Shanghai-ranking staan we onder de diergeneeskundefaculteiten op de tweede plek van de wereld. Dat is een goede prestatie! Ons doel is nog beter te gaan presteren. We willen competitief en wervend blijven.”

Het onderzoek aan de faculteit Diergeneeskunde kent nu drie thema’s: ‘one health’, ‘one medicine’ en ‘veterinary biomedicine’, met ‘sustainable animal stewardship’ als verbindend onderwerp. “Veterinary Biomedicine is onze verbinding met de praktijk, immers een deel van ons werk moet gericht zijn op de diergeneeskunde in Nederland en van pas komen voor de Nederlandse dierenartsen. Daarom willen we het diergeneeskundig onderzoek de komende vijf jaar steviger door ontwikkelen.” Dit onderzoeksthema zal ook echt worden beoordeeld op de impact op het veld: wat is de relevantie van het onderzoek voor de diergeneeskunde? Het kan gaan om het opstellen van een nieuwe behandelrichtlijn of het beantwoorden van een belangrijke vraag uit het veld.”

Diversiteit en veerkracht

Er is maar één faculteit Diergeneeskunde in Nederland en werknemers blijven er vaak hun hele leven werken. Het kan lastig zijn als het academische werkgebied zo smal is. Wouter: “We streven naar een veerkrachtige organisatie waar mens en organisatie toegerust zijn om veranderingen op te vangen. Zo zijn we anderhalf jaar geleden met het programma Vet2020 gestart. Hier praten we met elkaar over vragen als hoe gaan we met elkaar om binnen de faculteit? Hoe kunnen we mensen meer betrekken bij het beleid? We willen medewerkers helpen in een stabiele faculteit toch over de grenzen van het eigen vakgebied te kijken en met elkaar te blijven samenwerken.”

De faculteit wil slagvaardiger worden. “Met minder regels kunnen we meer bereiken en kunnen we onze middelen beter inzetten op zaken die de inhoud van ons werk verbeteren”, denkt Wouter. “Soms zijn we als faculteit heel voorzichtig. Maar moeten we niet eens ophouden met alle trage processen en in plaats daarvan gewoon stappen zetten? Dat kan vaak zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit.”

De faculteit Diergeneeskunde wil niet de geïsoleerde top van de kennispiramide zijn, maar ambieert juist een rol als partner in een netwerk. Wouter: “We nemen een plek in binnen een netwerk van spelers die allemaal heel goed presteren, ieder op een eigen terrein. In dat netwerk moeten wij onze toegevoegde waarde kunnen tonen. Als faculteit Diergeneeskunde zullen we vaker in overleg treden met de tweedelijns praktijken en specialisten in Nederland. Kunnen we bijvoorbeeld samen dierenartsen opleiden?”

Ten slotte stuurt Wouter aan op meer diversiteit in de organisatie. “De faculteit is een vrij uniforme gemeenschap. Zo hebben we weinig vrouwen aan de top, daar zijn we ook niet uniek in maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid daar wat aan te doen. En ons aandeel internationale studenten is erg laag. Dat is ook niet gek, we zijn tot op heden een volledig Nederlandstalige opleiding, maar toch, we lopen hier zeker niet voorop.” Wouter is zelf binnen de universiteit Utrecht één van de decanen die het diversiteitsprogramma van de universiteit vormgeeft. “Naar mijn mening zou een meer diverse populatie studenten en medewerkers de kwaliteit van de organisatie ten goede komen.”

Strategisch plan

De Universiteit Utrecht maakt elke vijf jaar een Strategisch plan, vertelt decaan Wouter Dhert. De faculteiten komen een jaar erna met een eigen strategisch plan. “Het verzoek om officieel aan een strategisch plan te gaan werken ontvingen we zomer 2016. Met de groep medewerkers die aan Vet2020 meedeed, hebben we de uitgangspunten opgeschreven, een ‘blauwdruk’.” Vervolgens organiseerde de faculteit vier debatsessies. “Ook studenten waren daarvoor uitgenodigd”, aldus Wouter. “De informatie die daar werd opgehaald, samen met de blauwdruk uit het Vet2020-project dienden als input voor een spreekwoordelijk dagje op de hei met de top van de faculteit, de managementteams en de hoofden van de diensten.” In november/december 2016 is een verdiepingsslag gemaakt. “Het document dat daar uitkwam, gebruikten we om te spiegelen met belanghebbende partijen, onder andere de KNMvD.” Verder werd een avond georganiseerd met zo’n twintig dierenartsen. Wouter: “Wat mij opviel was het grote enthousiasme van de dierenartsen en de bereidwilligheid om uit onder meer Friesland, Zeeland en de Achterhoek naar Utrecht te komen om te delen wat ze belangrijk vonden.” In januari 2017 is een eerste versie van het strategisch plan teruggekoppeld met de departementen, en vervolgens werden weer spiegelsessies gehouden met groepen uit de faculteit inclusief de faculteitsraad. “Eind maart was de tekst gereed”, aldus Wouter, “en werd de inhoud ervan goedgekeurd door de faculteitsraad. Eind mei hadden we de finale versie die naar de drukker ging.” De vormgeving en fotografie daarvan hadden als doel te laten zien dat aan de faculteit veel enthousiaste en gemotiveerde mensen werken. “Die mensen zijn ons hoogste goed”, benadrukt Wouter. Bovendien is het plan ook voor hen bedoeld. “Het plan is korter dan de vorige keer, en meer op hoofdlijnen, dus minder op detail. Dat willen we expliciet – de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt echt bij de medewerkers, maar dan moet je ook ruimte geven om er met het opgegeven kader zelf iets mee te doen. Het strategisch plan is geen kookboek dat stap voor stap voorschrijft wat mensen de komende jaren moeten doen.”

Sommige onderwerpen zullen meer binnen in de acht departementen worden uitgewerkt. “Elk departement is gevraagd in de jaarplannen voor het komende jaar aan te geven wat ze gaan doen aan het vormgeven van de onderdelen uit het plan.” Andere onderwerpen spelen door de hele faculteit. Wouter: “Daarvoor stellen we projectteams samen. Het Vet2020-programma heeft er al toe geleid dat meer mensen in de faculteit elkaar kennen. Samenwerking gaat daardoor makkelijker. Deze medewerkers die de projectteams vormen worden begeleid in het vormgeven van een project en het bewaken van de resultaten.” Ten slotte moeten er een aantal zaken worden gerealiseerd op bestuursniveau. Dan is een bestuurslid ervoor verantwoordelijk.

“We hebben ons best gedaan iedereen in de faculteit bij het plan te betrekken”, benadrukt Wouter. “Ze zijn benaderd voor het verzamelen van input en om draagvlak te creëren. En alle medewerkers hebben het strategisch plan vervolgens thuis ontvangen. We hopen dat ze zich ermee kunnen identificeren.” Dierenartsen die niet bij de faculteit werken, kunnen met dit plan inzicht krijgen in hoe de faculteit zich zal gaan profileren. Alle dierenartsen van wie wij over het mailadres beschikken, hebben het strategisch plan ontvangen als PDF. Mocht u het niet hebben ontvangen, stuur dan een mail aan secretariaat.bmo.vet@uu.nl. Op de website van de faculteit staat ook een downloadbare versie in het Nederlands en Engels (https://www.uu.nl/strategisch-plan-2017-2021).

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen