Diergeneeskunde en hondenfokkerij

Het is een mondvol: ‘Veterinair handelen inzake welzijnsrisico’s bij honden (en katten) met erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken’. Deze KNMvD-richtlijn zegt dat de dierenarts moet doen wat in zijn/haar macht ligt om te voorkómen dat extreme kenmerken en erfelijke aandoeningen zich manifesteren. Dit is een uitdaging, want een dierenarts is er bijvoorbeeld niet bij als de ouderdieren worden geselecteerd. En fokken is geen zuiver rationele aangelegenheid. Het is voor de pakweg achtduizend hondenfokkers in Nederland, samen verantwoordelijk voor 37 procent van de hondenpopulatie, een gepassioneerde liefhebberij.

Het is onbekend wanneer mensen zijn begonnen met het fokken van honden, maar vermoedelijk ging het gelijk op met het domesticatieproces. De eerste vondsten daarvan zijn 36.000 jaar oud. In het oude Egypte fokte men al honden voor de jacht, overigens ook met dieren die wij thans niet meer als gedomesticeerd beschouwen, zoals hyena’s. Het fokken zoals we tegenwoordig kennen, is ongeveer 200 jaar oud. Daarmee is het een diepgeworteld cultureel fenomeen. In de opleiding tot dierenarts is er vooral aandacht voor de curatieve kant: diagnostiek en behandeling van schadelijke raskenmerken en erfelijke aandoeningen. Subjectieve beweegredenen en voorkeuren van fokkers bij de selectie worden meestal buiten beschouwing gelaten.

Twee kanten

Maar fokken is omgeven met emoties. Blijdschap vanwege een geslaagde combinatie met een nest gezonde puppy’s als bekroning. Trots vanwege een reu die in de prijzen valt. De saamhorigheid binnen de vereniging en het plezier in de deelname aan tentoonstellingen en demonstraties. En alle verschillende rassen vormen een grote, maatschappelijke rijkdom.

Van stoere jachthonden tot schattige huisgenoten. Bovendien is het ontroerend dat zoveel eigenschappen –van aftekening tot specifiek gedrag, bijvoorbeeld het hoeden van een kudde– van ouder op pup worden overgedragen. Dierenartsen hebben in de spreekkamer meestal te maken met de keerzijde: erfelijke aandoeningen en welzijnsaantasting door extreme uiterlijke kenmerken. Verdriet van argeloze eigenaren omwille van hun benauwde dier, boosheid en onbegrip bij fokkers vanwege hoge kosten en rigoureuze ingrepen. Fokkers en dierenartsen zien meestal verschillende kanten van de medaille.

Rationele fokkerij

Het is voor dierenartsen niet makkelijk om gestalte te geven aan de richtlijn. Gelukkig geeft het Expertise Centrum Genetica Gezelschapsdieren (ECGG) van de faculteit Diergeneeskunde raad. We praten erover met Marjan van Hagen, specialist dierenwelzijn, ethiek en recht en Jeffrey de Gier, specialist voortplanting. Zij zijn van mening dat de dierenarts meer invloed heeft dan hij/zij denkt. Preventie in de fase van fokselectie is veterinair gezien een braakliggend terrein. “Het stadium ‘fokken = gokken’ hebben we met de nieuwste technieken achter ons gelaten”, leggen ze uit. “Maar het is ook weer niet héél ingewikkeld. Ouderdieren moeten fysiek en mentaal gezond zijn en de verwantschap moet niet te groot zijn.” In de richtlijn wordt gesproken over ‘rationele fokkerij’. Daarbij draait het onder meer om selectie van gezonde dieren die zich op natuurlijke wijze kunnen voortplanten en selectie van weinig verwante dieren. Om deze rationele fokkerij te bevorderen doet het ECGG incidentieonderzoek met het meetsysteem PETscan. Op basis hiervan worden testen ontwikkeld. Nieuw is genomicsonderzoek (grootschalig DNA-onderzoek), dat onder meer inzicht moet geven in de mate van inteelt bij groepen honden. Bovendien lopen er (pilot)projecten bij diverse rassen, waarbij zogenaamde ‘stoplichtadviezen’ over combinaties worden gegeven. “Maar preventie van welzijnsproblemen is meer dan de implementatie van foktechnische maatregelen,” benadrukt Van Hagen. “Zorg voor de moederhond en socialisatie van de pups zijn zeker zo belangrijk.”


          

Registreren en combineren

Een invloedrijke speler in dit veld is de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied, die verantwoordelijk is voor de totale stamboekhouding. Jaarlijks worden zo’n 36.000 honden ingeschreven in een stamboek. De meeste stamboeken zijn ‘gesloten’; de ouderdieren moeten officieel behoren tot hetzelfde ras. Bij kleine of populaire rassen kan de selectie van ouderdieren tot hoge verwantschap leiden. En extreme kenmerken –zoals een korte neus- blijven zich vele generaties manifesteren, als ze eenmaal tot het ras behoren. De Raad van Beheer deelt de zorgen over extreme raskenmerken, erfelijke aandoeningen en hoge verwantschap. “In feite zijn alle gehouden honden familie van elkaar,” legt Laura Roest uit (dierenarts beleidsmedewerker bij de Raad van Beheer). Dus inteelt en erfelijke aandoeningen liggen altijd op de loer. Ze betwist het veelgehoorde verwijt dat de Raad stilzwijgend akkoord zou gaan met het fokken van erfelijke overdrijvingen. “We verzamelen juist zoveel mogelijk informatie over het vóórkomen van erfelijke aandoeningen en schadelijke kenmerken. Uitgerekend rashonden kun je fokken met beleid.”

Stip op de horizon

De Raad erkent wel een probleem. “Sommige rashonden worden door de rasstandaard onvoldoende beschermd,” legt Roest uit. De rasstandaarden worden vastgesteld door het land van herkomst, dus meestal niet door Nederland. “En doordat we een ‘vereniging van verenigingen’ zijn, kunnen we niet altijd even daadkrachtig ingrijpen.” Het Fairfok-project dat tot doel heeft gezonde, sociale honden te fokken, blijft mede daardoor een stip op de horizon. “Maar het is wel nuttig om met alle betrokken partijen een doel te formuleren, zeker omdat de problematiek zich uitstrekt buiten de invloedssfeer van de rashondenfokkerij.” Het onderliggende probleem is veel hardnekkiger. “Mensen willen tegenwoordig honden die in de handbagage passen. Of modellen die weinig meer met functioneel gezonde honden van doen hebben, zoals de ‘Toad Bull’ (een hond die lijkt op een grote pad). Verder worden sommige hondensoorten in het kader van marketing onterecht betiteld als ‘ras’. Hier hebben wij geen goed woord voor over.”

Uitwassen voorkómen

Deze uitwassen –evenals het onverantwoord doorfokken met rashonden- zijn ook een doorn in het oog van de stichting Dier&Recht, die zich opwerpt als ‘advocaat van de dieren’. Behalve met rechtszaken tegen (malafide) hondenfokkers, gaan zij het probleem te lijf met het project Cupidog. Dierenartsen Frederieke Schouten en Kelly Kessen, beiden werkzaam bij de stichting, geven uitleg. “Cupidog komt tegemoet aan het tekort aan gezonde pups in Nederland. Eigenaren worden begeleid om op een verantwoorde manier te fokken met hun hond.” Om erfelijke aandoeningen en overdrijvingen tegen te gaan, mag een hond niet gekruist worden met een hond die voor 50 procent uit hetzelfde ras bestaat. “En natuurlijk worden honden met een erfelijke aandoening of schadelijke uiterlijke kenmerken uitgesloten,” legt Schouten uit.

Leuke kruisingen

Cupidog heeft niet tot doel de problematiek binnen de rashondenfokkerij op te lossen. Kessen: “Ik zie zelf niet in waarom je een ras in stand zou willen houden, met alle risico’s op inteelt en extreme kenmerken. Van mij mogen honden groen zijn, maar ze moeten er geen schade van ondervinden.” Schouten valt haar bij: “We vinden het droevig dat het uiterlijk van een hond belangrijker wordt geacht dan het voorkómen van afwijkingen. Ter wille van een bepaalde kleur wordt inteelt op de koop toe genomen. Ook in onze opleiding werden weinig vraagtekens gezet bij het nastreven van raskenmerken. Ik heb achteloos de rijtjes bijbehorende aandoeningen uit mijn hoofd geleerd.” Schouten en Kessen zijn duidelijk geen voorstander van rashondenfokkerij. Maar Cupidog zit niet op de stoel van de Raad van Beheer. “We komen tegemoet aan de roep om gezonde kruisingen. Er zijn te weinig pups in Nederland! Daarom worden massaal honden met een twijfelachtige achtergrond aangevoerd uit het buitenland. En het is belangrijk de malafide hondenhandel tegen te gaan,” legt Schouten uit. Cupidog blinkt uit in eenvoud. “We horen soms dat we weinig testen, maar we willen geen nodeloze drempels opwerpen. We laten alleen testen als er aanleiding voor is. Als daarnaast de ouderdieren gezond zijn en de verwantschap is minimaal, is er niets op tegen een nestje te fokken,” aldus Kessen. “Natuurlijk kunnen wij niet garanderen dat de pups gezond zijn, wel dat de eigenaren goed worden begeleid.”

Zwart-wit

Over begeleiding gesproken, zowel Cupidog als de rashondenfokkerij zouden baat hebben bij meer actieve interesse van de praktiserend dierenarts. Maikel Koot – student diergeneeskunde en fokker van Welsh Corgi Pembrokes en American Akita’s– is verbaasd hoe weinig dierenartsen een rol spelen in de fokkerij. “Er is maar een handjevol collega’s actief in dit wereldje.” Koot betreurt het dat fokkers de bejegening door de dierenarts meestal als belerend ervaren, de goeden niet te na gesproken. Mogelijk ontbreekt het bij sommige dierenartsen aan inlevingsvermogen. Fokkers maken afwegingen tussen kansen en risico’s en nemen daarbij veel aspecten in ogenschouw. Koot: “We horen veel op (inter)nationale tentoonstellingen en we verwelkomen informatie over onze nakomelingen.” Dierenartsen reageren hier nogal zwart-wit op. Ze sluiten een bepaald risico liever uit, terwijl daarmee ook kansen worden verspeeld. Toch is Koot van mening dat dierenartsen veel invloed hebben op de fokker: “Vooral als ze erin slagen goed in gesprek te raken over andere zaken dan aandoeningen.”

Sterke positie

Een dierenarts kan een gezaghebbend adviseur zijn bij het fokken van rashonden en robuuste kruisingen. Dit vergt wel de nodige empathie die verder strekt dan diagnostiek en behandeling van erfelijke aandoeningen en uiterlijke overdrijvingen. Het is belangrijk plezier te scheppen in de begeleiding van amateurs en (semi)professionals bij het fokken van gezonde, sociale honden in al hun wonderlijke verschijningsvormen. Het is immers belangrijk dat er genoeg honden worden gefokt om aan de Nederlandse vraag te voldoen. Onbekende honden uit het buitenland nemen namelijk veel ellende mee. Broodfokkerij en malafide hondenhandel zorgen voor verdriet en dierenleed. Redenen genoeg om een sterke positie in te nemen. De dierenarts staat er niet alleen voor. De KNMvD (GGG), het ECGG, de Raad van Beheer en ook Dier&Recht dienen hetzelfde doel: gezonde, sociale honden.

Voor meer informatie: Richtlijn ‘Veterinair handelen inzake welzijnsrisico’s bij honden en katten met erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken’: https://www.kwaliteitdiergeneeskunde.nl/kwaliteit/richtlijnen/bacteriele-huidinfecties-bij-hond-en-kat/item/10865151/Richtlijn-Erfelijke-aandoeningen-hond-en-kat Expertise Centrum Genetica Gezelschapsdieren: https://www.diergeneeskunde.nl/klinieken/expertisecentrum-genetica-gezelschapsdieren/ Raad van Beheer op Kynologisch Gebied: https://www.houdenvanhonden.nl/ Cupidog: https://www.cupidog.nl/

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen