Feminisering en ondernemerschap binnen de diergeneeskunde

Tekst Ilonka Wahl -  Foto Colijn van Noort

De feminisering binnen de diergeneeskunde valt niet te ontkennen. De faculteit wordt overspoeld door vrouwen; dit jaar was 86 procent van de eerstejaars studenten vrouwelijk (1). Dit zou een probleem kunnen vormen, aangezien onder ondernemers de opvatting lijkt te heersen dat vrouwen niet willen ondernemen. Is dat zo?

Na ruim een eeuw veterinair onderwijs werd Jeanette Voet in 1925 als eerste vrouw toegelaten op de studie diergeneeskunde. Pas in de jaren ’70 begon het gehalte vrouwelijke veterinaire studenten echter duidelijk toe te nemen (2). Begin jaren ’80 is de gewogen loting ingevoerd, waarna rond de jaren ’90 het punt is gekomen waarop meer vrouwen dan mannen begonnen aan de studie. Vrouwen hadden door hun hogere cijfers namelijk meer kans om ingeloot te worden dan mannen. Sindsdien blijft het percentage vrouwelijke studenten stijgen (3) (4).De oorzaak van de toenemende feminisering binnen de diergeneeskunde ligt echter niet alleen bij de gewogen loting. De afgelopen veertig jaar zijn er tegelijkertijd meer vrouwen en minder mannen diergeneeskunde gaan studeren. Vrouwen werden meer geïnteresseerd in het beroep door onder andere hun liefde voor dieren, mannen juist minder geïnteresseerd onder andere omdat het salaris van dierenartsen relatief laag is (3)(5).

Ondernemen

Er zijn tot nu toe geen cijfers bekend over de geslachtsverhouding van ondernemers binnen de diergeneeskunde. Wel tonen cijfers van de Kamer van Koophandel aan dat 64 procent van alle ondernemers in Nederland man is en slechts 36 procent vrouw (6).

Huidige situatie

Feminisering

Binnen veertig jaar is de verhouding van het aantal afgestudeerde mannen en vrouwen veranderd van 80 om 20 procent, naar 20 om 80 procent. We lijken ook nog niet aan de top van de feminisering te zitten; in het collegejaar 2017 tot 2018 is 86 procent van de diergeneeskundestudenten vrouw (1). Dit heeft geresulteerd in een verandering in de geslachtsverhouding van werkende dierenartsen. Volgens het KNMvD-jaarboek 2016 werken er 5219 dierenartsen in Nederland. Hiervan is 57 procent vrouw en 43 procent man (7).

Ondernemen

Diergeneeskunde blijkt qua ondernemers echter nog steeds een mannenwereld. Bijna een derde van alle dierenartsen is praktijkeigenaar – daarmee ondernemer – en veruit het grootste deel (63 procent) daarvan is mannelijk. De feminisering van onze beroepsgroep heeft de afgelopen jaren al voor verandering in het werkveld gezorgd en zal daar in de toekomst waarschijnlijk ook nog voor zorgen. In absolute cijfers zien we dat er uit de afstudeerjaren ’01 tot ‘15 meer vrouwelijke dan mannelijke ondernemers zijn gekomen. Het is ook mogelijk dat schaalvergroting van praktijken en ketenvorming gevolgen zijn van de feminisering of van de heersende opvatting dat er geen (vrouwelijke) potentiële ondernemers meer zijn.

Van practicus tot ondernemer

Gelukkig blijken er genoeg vrouwen met ondernemingszin te zijn. Van de practici in loondienst die onze vragenlijst ingevuld hebben (n=103), geeft de helft aan te willen ondernemen. Hiervan is de helft vrouw en de helft man.  Van de helft die niet wil ondernemen, is 90 procent vrouw. Redenen voor hen om niet te ondernemen, zijn werk-privé balans, financierbaarheid, kinderen en administratieve taken. Verder willen zij liever alleen inhoudelijk met de diergeneeskunde bezig zijn. Tussen mannelijke en vrouwelijke practici die wel willen ondernemen, zit een verschil in wensen en verwachtingen. Mannen geven als reden om te gaan ondernemen het vaakst een hoger inkomen, vrouwen willen graag de praktijk naar eigen idee inrichten en groei en verbetering van de praktijk. Slechts weinig practici willen in hun eentje ondernemen; bijna alle mannen willen ondernemen in een praktijk met meer dan twee eigenaren, terwijl veel vrouwen ook een praktijk met één andere eigenaar noemen. Mannen en vrouwen zien wel beiden de werk-privé balans en financiering het vaakst als mogelijke obstakels bij het ondernemen. Er blijkt een discrepantie te zijn tussen de verwachtingen en angsten van practici en de werkelijkheid volgens ondernemers. Onder ondernemers die onze vragenlijst ingevuld hebben (n=112), blijkt namelijk dat het inkomen minder vaak positief uitvalt en de praktijk naar eigen idee inrichten, groei en verbetering vaker. Daarnaast wordt de werk-privé balans en financiering veel minder vaak als negatief ervaren dan door practici wordt verwacht. De werkelijkheid van het ondernemen lijkt hiermee beter aan te sluiten bij de verwachtingen en angsten van vrouwelijke practici in loondienst.

Vrouwelijke versus mannelijke ondernemers

Vrouwen beginnen meestal met ondernemen wanneer zij begin dertig zijn en werken over het algemeen rond de 35 tot 40 uur per week in de praktijk. Mannen beginnen vaak eind twintig al met ondernemen en werken rond de 45 tot 50 uur per week. Er is echter ook een aantal vrouwelijke ondernemers dat tussen de 20 tot 35 uur per week werkt en een aantal mannelijke ondernemers dat tussen de 30 tot 45 uur per week werkt. Het blijkt dus goed mogelijk te zijn om parttime te ondernemen, waarbij de voorwaarde is dat binnen de maatschap duidelijke afspraken gemaakt zijn. Helaas bleek uit het onderzoek dat er nog steeds praktijken bestaan waar vrouwen binnen de maatschap niet gehoord of helemaal niet toegelaten worden. Terwijl een combinatie van mannen en vrouwen in een maatschap juist positief kan uitpakken. Vrouwen kunnen mannen aanvullen omdat zij in een leidende rol vaak natuurlijkere relationele vaardigheden hebben, meer transformerend en minder hiërarchisch zijn (4).

Waarom zou je ondernemen?

Ondernemers zijn erg positief over hun keuze! Mochten zij opnieuw de keuze krijgen om te gaan ondernemen, zou negen op de tien ondernemers – mannelijk en vrouwelijk – het zo weer doen. Het advies dat zij aan potentiële ondernemers mee willen geven, is dat ondernemerschap voor een deel in het bloed moet zitten, maar dat het ook aangeleerd kan worden. Potentiële ondernemers moeten nadenken of zij een goede werkgever zullen zijn en over de drive en zelfstandigheid beschikken die een ondernemer nodig heeft. Zij noemen daarnaast dat het belangrijk is extern advies in te winnen en lastige of onbekende taken uit te besteden aan professionals. Een vaak genoemd advies is dat collega’s en maten gekoesterd moeten worden en dat het fijn is om van tijd tot tijd leuke activiteiten te doen naast het werk. Op die manier kan iedereen er het beste uithalen!

Conclusies

De opvatting dat vrouwen niet willen ondernemen, is door onze resultaten ontkracht. Er staan genoeg vrouwelijke (en natuurlijk ook mannelijke) potentiële ondernemers klaar. Vrouwen hebben belangrijke eigenschappen die zij kunnen gebruiken bij het ondernemen of om mannen aan te vullen in een maatschap. Daarnaast lijken hun verwachtingen en angsten beter aan te sluiten bij de werkelijkheid van het ondernemen. Vrouwen kunnen dus een waardevolle rol spelen binnen de diergeneeskundige ondernemerswereld. Uit de resultaten blijkt ook dat practici geen goed beeld hebben van ondernemerschap. Hier zou vanuit de opleiding al aandacht aan besteed kunnen worden. Verder kunnen ondernemers zelf een positieve invloed uitoefenen op dit beeld en de ondernemingszin van practici door meer over ondernemerschap te praten, geleidelijk meer managementtaken uit te besteden en practici een interne opleiding te geven tot ondernemer.

Referenties

  1. Onderwijs- en studentenzaken, faculteit Diergeneeskunde. Cijfers instroom studenten Diergeneeskunde 2012-2017.
  2. De feminisering van de diergeneeskunde in Nederland, 1925-2000. Koolmees, P.A. 2000, Argos bulletin van het veterinair historisch genootschap, pp. 125-131.
  3. Lumeij, J.T. en Koolmees, P.A. Een eeuw geneeskunde van gezelschapsdieren in Nederland. Utrecht : sn, 2011.
  4. De veterinaire feminisatie. Smit, P. en Duijn, C. 2017, Tijdschrift voor Diergeneeskunde, pp. 9,10.
  5. Gender and veterinary medicine. Lofstedt, J. 2003, The Canadian Veterinary Journal, pp. 533-535.
  6. KvK. Bedrijfsleven 2016 – Jaaroverzicht ondernemend Nederland. 2016.
  7. KNMvD. Diergeneeskundig Jaarboek 2016. 2016.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen