Fipronil en de volksgezondheid, een toxicologisch perspectief

Fipronil is een insecticide dat wereldwijd wordt gebruikt op gewassen en op dieren ter bestrijding van ongewervelde parasieten. De meeste dierenartsen kennen fipronil als een stof die gebruikt kan worden bij honden en katten ter behandeling en voorkoming van vlooien en teken.

Fipronil is vooral zo’n geschikt insecticide vanwege zijn hoge selectiviteit voor invertebraten, aangezien de neurotoxiciteitpotentie van dit middel vijfhonderd maal hoger ligt bij invertebraten dan bij vertebraten. In Europa wordt fipronil veel gebruikt bij honden en katten, maar het gebruik ervan wordt uitgefaseerd vanwege de mogelijke impact op het milieu en de mogelijke contaminatie van humane voedselbronnen.

In juni 2017 werd een contaminatie van fipronil in kippeneieren in België aangetoond. Onderzoek wees uit dat de contaminatie was veroorzaakt door een desinfectiemiddel waaraan fipronil was toegevoegd. Dit middel werd gebruikt in kippenstallen om de hoeveelheid bloedmijten te reduceren. Nader onderzoek wees uit dat ditzelfde middel ook werd gebruikt bij een groot aantal kippenhouderijen in Nederland, waarbij ook fipronil in de eieren en de mest werd aangetoond.

Kippenhouderijen waarvan aangetoond was dat ze gecontamineerd waren, mochten van de NVWA geen eieren of vlees meer verkopen terwijl de mest niet meer kon worden afgevoerd en gebruikt. Daarnaast werden eieren die verdacht waren van contaminatie met fipronil eveneens van de markt gehaald. Door de NVWA werden waarschuwingen gegeven aan de consument waarbij de serienummers van de mogelijk gecontamineerde eieren openbaar werden gemaakt. Eind september 2017 waren zover bekend alle gecontamineerde eieren uit de handel omdat deze inmiddels de houdbaarheidsdatum hadden overschreden. Doordat Nederland een uitgebreide exporteur van eieren is, waren uiteindelijk meer dan 45 landen betrokken bij deze voedselcontaminatie. Het gevolg hiervan was dat de sector enorme financiële verliezen heeft geleden, waarvan de economische schade vooralsnog geschat wordt op meer dan 100 miljoen euro. Nadat de fipronilbesmetting in meer dan tweehonderd stallen was aangetoond, bleek de ontsmetting van deze kippenhouderijen ook nog eens een zeer langdurige proces te zijn. Door dit laatste aspect zijn er vaak maandenlange blokkades van kippenhouderijen geweest.

Publieke onrust

Tijdens deze besmettingsperiode hebben de media een zeer belangrijke rol gespeeld in de perceptie van de bevolking over de giftigheid van fipronil in eieren. Krantenkoppen als ‘gifeieren’ en beschrijvingen van toxische effecten, die kunnen optreden bij aanzienlijk hogere concentraties fipronil in de eieren, creëerden een duidelijke bezorgdheid bij het publiek. Maar was de hierdoor ontstane angst wel gerechtvaardigd? In ieder geval veranderden deze publicaties in de media de publieke opinie voor wat betreft het gebruik van fipronil bij hun honden en katten ter bestrijding van vlooien en teken. Hierdoor krijgen dierenartsen vaak de vraag of fipronil eigenlijk wel veilig is voor honden en katten, maar ook of toepassing ervan veilig is voor de eigenaar of kinderen in huis en bij het aaien van behandelde dieren. Om meer duidelijkheid te krijgen voor de dierenarts en eigenaar is een nadere beschouwing van de toxiciteit van fipronil en de bijbehorende risico’s voor mens en dier wenselijk.

Fipronil in eieren

Analyses van fipronilconcentraties toonden aan dat gemiddeld 0,065 milligram per kilogram (mg/kg) aanwezig was in deze besmette eieren. Dit is beduidend hoger dan de maximale residulimiet (MRL) voor fipronil in eieren in Europa, die door de EFSA is vastgesteld op 0,02 mg/kg. Om de betekenis van dit getal te begrijpen, moet men weten hoe zo’n MRL is opgesteld. De MRL gaat uit van een levenslange, dagelijkse blootstelling. In deze waarde zitten ook veiligheidsfactoren verwerkt in verband met verschillen tussen mens en dier, en individuele verschillen tussen mensen onderling. Hierdoor ontstaat over het algemeen een veiligheidsmarge met een grote beschermende werking als bijvoorbeeld de blootstelling maar kortdurend is zoals weken of maanden. De toxicologische informatie die nodig is om een MRL vast te stellen is vrijwel altijd gebaseerd op chronische dierexperimenten. Het hoogste blootstellingsniveau dat bereikt wordt zonder nadelige effecten bij de proefdieren wordt de NOAEL (No Observed Adverse Effect Level) genoemd. In het geval van fipronil, werd deze NOAEL gedeeld door een veiligheidsfactor 100. Hieruit volgt dan een acceptabel blootstellingsniveau voor de dagelijkse blootstelling die bekend staat als Acceptable Daily Intake (ADI).

Vervolgens wordt een schatting gemaakt van de hoeveelheid eieren die gemiddeld geconsumeerd worden door de mens. Aan de hand van deze ei-consumptie wordt dan een berekening gemaakt hoeveel fipronil bijvoorbeeld een ei aan fipronil mag bevatten, waardoor de dagelijkse blootstelling niet boven de ADI mag uitkomen. Bij deze risicoschatting voor een bepaald voedselproduct wordt meestal het hele consumptiepatroon in beschouwing genomen. De verwachte tijdsduur van de blootstelling is hierbij eveneens belangrijk, wanneer op grond van een overschrijding van de MRL bepaald moet worden of er sprake is van een risico voor de volksgezondheid. Het mag duidelijk zijn dat, gebaseerd op de tijdspanne van het fipronilincident, er geen sprake was van een levenslange blootstelling, maar slechts enkele maanden. Vanuit toxicologisch oogpunt zou het voor de risicoschatting realistischer zijn geweest om een ADI te gebruiken van bijvoorbeeld een semi-chronische 90-dagen studie in plaats van een chronische studie. Als een semi-chronische neurotoxiciteitstudie met ratten was gebruikt met dezelfde veiligheidsfactor 100, dan kan berekend worden dat de bijbehorende residulimiet 0,9 mg/kg zou zijn in plaats van 0,02 mg/kg. Deze eerste -meer realistische- residulimiet ligt een stuk hoger dan de gemiddelde fipronilcontaminatie die werd gevonden in eieren (0,065 mg/kg). Hieruit kan worden afgeleid dat de consumptie van gemiddeld gecontamineerde eieren met fipronil geen nadelige gevolgen voor de volksgezondheid zou hebben. Echter, de hoogst gemeten concentratie fipronil in eieren was 1,1 mg/kg. Hiervoor kan geconcludeerd worden dat bij gebruikmaking van de resultaten van semi-chronische toxiciteitsstudies, de consumptie van deze eieren een gezondheidsrisico kan vormen voor jonge kinderen die dagelijks en gedurende een aantal maanden deze eieren eten. Dit blootstellingsscenario zou denkbaar kunnen zijn wanneer jonge gezinnen consistent eieren van dezelfde kippenhouderij consumeren en de eieren met de hoogste fipronilgehaltes waren besmet. De meeste mensen zullen echter eieren van diverse bronnen kopen en daardoor zal het verwachte blootstellingsniveau een stuk lager zijn. Het is daarom niet verwonderlijk dat er geen nadelige gezondheidseffecten zijn gerapporteerd.

Fipronil bij gezelschapsdieren

Een dergelijke situatie kan ook verwacht worden bij het blootstellingsniveau waarbij eigenaren fipronil gebruiken voor hun huisdieren. Bij adequate huidbescherming zijn ook hier echter geen nadelige gezondheidseffecten te verwachten. Mensen die meerdere dieren regelmatig behandelen met fipronil, zoals mensen die in dierenasiels werken of dierenartsen, vormen een uitzondering. Zij zouden deze huidbeschermende maatregelen nog strikter moeten toepassen om direct huidcontact met fipronil te voorkomen. De conclusie is dat fipronil een insecticide is welke een groot voordeel heeft voor honden en katten in het bestrijden van irriterende en ziekte-veroorzakende parasieten. Het gebruik van fipronil als middel ter behandeling en voorkoming van vlooien en teken is veilig, zolang de gebruiksaanwijzingen op de verpakking maar correct worden opgevolgd.

 

Tekst Deon van der Merwe1, Cyrina Beusekom2, Martin van den Berg3, Ronette Gehring2

1Departement Gezondheidszorg Landbouwhuisdieren
2Institute for Risk Assessment Sciences, Divisie Farmacotherapie en Farmacie
3Institute for Risk Assessment Sciences, Divisie Toxicologie

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen