Forensisch dieronderzoek

“Er wordt te weinig onderzoek gedaan bij vermoedens van dierenmishandeling”

 

Een Jack Russel die door zijn baasje is gevild en gekookt, een ingemetselde hond of een onthoofde poes. Frank van de Goot en Monique Verkerk komen gruwelijke dingen tegen. Dierenmishandeling blijft te vaak onbestraft en daarom doen ze zelf forensisch onderzoek. In hun vrije tijd en tegen kostprijs.

Monique Verkerk werkt als praktiserend dierenarts, daarnaast mag ze zich sinds vorig jaar als eerste, en enige, in Nederland forensisch dierenarts noemen. Samen met Frank van de Goot legt zij zich toe op forensisch dieronderzoek. Frank is momenteel een van de vijf forensisch pathologen in Nederland en een autoriteit op zijn vakgebied.

McDonalds

Het is inmiddels ruim acht jaar geleden dat Monique een interview las in het lokale krantje. In dat interview vertelde Frank over secties op mensen. Hij merkte daarbij tevens op dat er bijna nooit secties op dieren worden verricht, omdat de kosten te hoog zijn. Dat triggerde Monique en ze mailde Frank, of ze misschien samen iets konden doen? “We spraken of bij de McDonalds in Zaandam”, vertelt Monique. “Ergens wel ironisch dat we onder het genot van een broodje hamburger in gesprek gingen over dierenmishandeling,” merkt Frank op.
Eerste forensisch dierenarts Forensische diergeneeskunde staat in Nederland nog in de kinderschoenen en daarom besloot Monique in 2012 de stichting Forensisch Dieronderzoek op te zetten. Na vier jaar studie aan de Universiteit van Florida mag ze zich inmiddels de eerste forensisch dierenarts van Nederland noemen. “Je leert tijdens zo’n opleiding veel specifieke dingen die tijdens je studie Diergeneeskunde nooit voorbijkomen. Bijvoorbeeld hoe je kan inschatten wanneer een dier is gestorven op basis van de staat van ontbinding of de aanwezigheid van maden op het lichaam.” Het grootste deel van de zaken waar Frank en Monique bij betrokken zijn komt via de dierenpolitie binnen. Ze helpen de politie met het verzamelen van bewijsmateriaal en informatie bij een vermoeden van dierenmishandeling. Want hoewel er wel wet- en regelgeving bestaat om mishandelaars te vervolgen, blijkt in de praktijk dat die onderzoeken maar sporadisch worden ingezet. “Het verzamelen van bewijsmateriaal om een strafzaak op te bouwen is ontzettend duur”, zegt Frank. Met behulp van de stichting hopen ze daar verandering in te brengen. Het is volgens Monique ondoenlijk om de dood van ieder dier helemaal te onderzoeken. “Maar vaak kun je met een voorschouw al een inschatting maken of een zaak bij vervolging kans van slagen heeft of niet.”

Bezeten Jack Russel

In brand gestoken konijnen, neergestoken paarden, gevilde katten, onthoofde honden, neergeschoten ganzen … Frank en Monique maken het inmiddels bijna dagelijks mee. Sommige zaken zijn ze extra bijgebleven. “Zo was er een oudere dame die dacht in haar psychose dat haar Jack Russel door de duivel bezeten was,” vertelt Frank. “Dus pakte ze een broodmes om de duivel er uit te snijden, wat mislukte, waarop ze probeerde hem te wurgen, wat ook mislukte. Vervolgens heeft ze meermaals op hem ingestoken en uiteindelijk heeft ze een grote pan op het vuur gezet en het hondje daarin gekookt. Het kopje paste er niet in, dus dat was eraf gehakt.” Een andere keer trof de politie een hondje dat door de eigenaren in een muur was gemetseld, om de stank van ontbinding te verhullen. Onthoofde honden zijn helaas geen incident, vertelt Monique. Volgens haar is het waarschijnlijk een uitwas van de vechthondenscene. “Wanneer zo’n hond een gevecht verliest is hij waardeloos geworden. De eigenaar maakt het dier af en zaagt de kop en poten af om hem onherkenbaar te maken. Zak eromheen en in de plomp.” Het gaat echter niet alleen om huisdieren. Frank: “Laatst hadden we een neergeschoten gans. Aan de hand van de kogelbaan en het type kogels konden we met redelijke zekerheid vaststellen wie de schutter was. Die heeft toen een boete betaald.” Soms is iets ook niet wat het in eerste instantie lijkt. Zo werden Frank en Monique bij een zaak betrokken waar een kat zonder kop was gevonden. Frank “Heel verdacht en raadselachtig. Tot we omhoog keken en zagen dat daar een spoorwegviaduct liep. We zijn op de rails gaan kijken, en inderdaad daar lag het kopje.” Case closed.

Koude kleren

Dat zijn gruwelijke dingen, kan je dan nog wel rustig slapen ‘s nachts? “Het gaat mij zeker niet in de koude kleren zitten”, zegt Monique. “Maar ik kan mij wel zakelijk opstellen en neem het ook zeker niet mee naar huis. Dat zou ook echt niet goed zijn.” Ook Frank is er nuchter onder. “Ik denk dat het een voordeel is dat ik binnen het autistisch spectrum val. Het doet mij helemaal niets. En dat is maar goed ook, want je kunt dit werk alleen doen als je er zonder emotie naar kunt kijken.” Bovendien weten ze heel goed waar ze het voor doen. “Er wordt veel te weinig onderzoek gedaan bij vermoedens van dierenmishandeling”, vindt Monique. “En dat terwijl er duidelijk een link is tussen bijvoorbeeld dierenmishandeling en kindermishandeling of huiselijk geweld.” Frank is het daar mee eens. Naar eigen zeggen is hij eigenlijk meer een dieren-mens dan een mensen-mens. Vandaar dat hij zijn forensische expertise ook wil toepassen voor dieronderzoek.
Frank deed forensisch pathologisch onderzoek op meer dan vijfduizend mensen. “Twee of vier poten, dat maakt voor mij niet uit.” De meeste forensische technieken zijn ook toepasbaar op dieren. Maar hij ziet ook verschillen. “Dieren gaan soms anders dood dan mensen.” Dat was bijvoorbeeld het geval bij een geitje dat was gestorven op de kinderboerderij. “Vergiftigd dachten de buurtbewoners, waarschijnlijk door die Marokkanen die steeds in de buurt van de boerderij hangen. Bleek uiteindelijk dat het diertje teveel gegeten had en omdat ze niet kunnen braken was de maag overvol geraakt. Omdat we dat snel hebben onderzocht, blijft zo’n verhaal in ieder geval niet langer rondzingen.” Ook op die manier dient hun forensisch onderzoek een maatschappelijk doel.

Driehonderd koikarpers

Maar meestal krijgen Frank en Monique niet te horen wat hun werk precies oplevert. Behalve dan bij die zaak van de gekookte Jack Russel, vertelt Frank. “Waarbij we met ons rapport een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting hebben bereikt.” En een zaak van een doodgestoken Stafford. De dader werd veroordeeld tot een werkstraf van veertig uur voorwaardelijk voor het doden van zijn hond en het mishandelen van zijn vriendin. “Maar die straffen zijn niet waar ik het voor doe”, zegt Frank. Het maakt hem niks uit of iemand nu een kip in zijn tuin mishandelt of een mishandelde kip in de supermarkt koopt. “Mensen zijn ontzettend hypocriet als het om dieren gaat. Maar dierenmishandeling mag niet volgens de wet en als officiële instanties hier geen verantwoordelijkheid voor nemen, dan doen wij dat.” Frank en Monique hopen vooral dat mensen zich voor ze een dier mishandelen, realiseren dat het dier op hun tafel terecht kan komen. En dat de mogelijkheid bestaat dat ze vervolgd zullen worden. Daarnaast vindt Monique dat er een verbod op dierenbezit moet komen voor mensen die eerder schuldig zijn bevonden aan dierenmishandeling. “Ik heb bijvoorbeeld al meerdere keren achter elkaar honden van dezelfde eigenaar op mijn tafel gehad. Zoiets zou echt niet mogen gebeuren.” Daarom onderzoeken ze vrijwel alle zaken, ongeacht de grootte. Frank: “Zo hadden we laatst driehonderd koikarpers die in de bosjes waren gevonden. Ze waren waarschijnlijk gedumpt omdat ze de verkeerde kleur hadden.” En een tijdje geleden kregen ze op zondag een telefoontje: er was een zak vol dode kanaries gevonden. Monique: “Diezelfde dag heb ik samen met Frank alle 260 ringnummers verwerkt en de vogeltjes gescand. In de hoop de eigenaar te achterhalen.” Monique specialiseert zich momenteel in forensisch ‘wildlife’-onderzoek, speciaal voor dit soort dierenhandelszaken.

6 uur ‘s morgens

Al dit werk doen Frank en Monique naast hun baan, meestal in het weekend of ‘s morgens vroeg, in eigen tijd en op eigen kosten. Monique: “Dan doe ik bijvoorbeeld om zes uur ‘ s morgens een sectie en daarna ga ik door naar de praktijk.”
Die secties voeren ze uit in de garage van Dierenambulance Noord-Kennemerland, waarvan Monique ook voorzitter is. Maar gezien het toenemend aantal zaken is dit bijna niet meer te bolwerken. Daarom zijn ze in Den Haag langs geweest, om te kijken of ze financiering voor hun werk konden krijgen. Tot nu toe nog zonder succes. Monique: “We hebben vooral behoefte aan een eigen afgesloten ruimte om ons onderzoek te doen. Dat is belangrijk, want als je een sectie verricht in een open ruimte, zoals hier bij de dierenambulance, dan heb je eigenlijk geen geldig bewijs omdat er kans is op contaminatie.” Naast een eigen ruimte met koeling en een snijtafel wil het tweetal graag een mobiel röntgenapparaat. Monique: “Voor iedere sectie maken we namelijk röntgenfoto’s om te kijken naar breuken of kogels.” Het liefst zou Monique voltijds met forensisch onderzoek bezig zijn. “Mijn hart ligt nu hier.” Eigenlijk willen ze groter, het land door en de dieren zelf ophalen bij het plaats delict. Soms doen ze dat al, en af en toe gaat Bubbles, Monique’s ‘lijkenhondje’, ook mee. Die is speciaal getraind om hondenkadavers op te sporen. “Aanwezig zijn op het plaats delict levert ons zoveel informatie op,” vertelt Monique. “Maar daar is dus geld voor nodig.” Volgens Monique kunnen dierenartsen ook helpen. “Als je een zaak hebt waar je mishandeling vermoedt, is het belangrijk om zoveel mogelijk bewijs te verzamelen. Neem foto’s en verstoor verder het plaats delict liefst zo min mogelijk. Daarnaast is het beter als het dier niet wordt ingevroren, want dat maakt het lastiger een goede beoordeling te maken tijdens de sectie, omdat de weefsels beschadigd raken.”

Kijk voor meer informatie of donaties aan de Stichting Forensisch Dieronderzoek op www.fdoz.nl

Tekst Tessa Louwerens, dierenarts en freelance journalist

Foto Shutterstock

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen