Gesignaleerd Oktober

Deze rubriek belicht binnen- en buitenlandse signalen op infectieziektegebied. De berichten zijn afkomstig uit drie bronnen: Inf@ct, het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen en Maandelijks overzicht van Zoönosesignalen. Inf@ct is de elektronische berichtenservice van de Landelijke  coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM. In het Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen wordt verslag gemaakt van bevindingen uit het signaleringsoverleg.

In het Maandelijks signaleringsoverleg Zoönosen worden signalen met betrekking tot zoönosen besproken. Hieronder volgt een overzicht van signalen tot en met 10 augustus 2017.

 

Binnenlandse signalen

FAMILIECLUSTER VAN Q-KOORTS NA VERBLIJF OP FRANSE KAMPEER­BOERDERIJ MET SCHAPEN

Een echtpaar en hun zoon hebben in april 2017 acute Q-koorts opgelopen tijdens hun verblijf op een schapen­boerderij in centraal-Frankrijk. Zij verbleven daar tijdens de lammertijd. Bij de schapen is met PCR C. burnetii aangetoond. Ook bij de bewoner van de boerderij is acute Q-koorts vastgesteld. Een vriendin van het echtpaar en haar zoon stonden ook op de camping en zijn ook ziek geworden, maar niet verder onderzocht op Q-koorts. Daarnaast was er in dezelfde GGD-regio nog een andere Q-koortspatiënt gemeld wonend in hetzelfde postcodegebied als het familiecluster. Deze patiënt bleek Q-koorts vermoedelijk te hebben opgelopen op Kreta met geiten als bron. In 2017 zijn tot heden in Nederland twaalf Q-koortsmeldingen ontvangen, waarvan zeven patiënten Q-koorts meest waarschijnlijk in Nederland hebben opgelopen in zes verschillende GGD-regio’s en vijf patiënten zijn gerela­teerd aan verblijf in het buitenland, waaronder dit familiecluster.

BRONNEN: GGD ZAANSTREEK-WA­TERLAND, RIVM, EWRS.

 

TWEE CLUSTERS VAN HUMANE PSITTACOSE

In Osiris zijn recent twee clusters van humane psittacose gemeld. Het eerste betreft een cluster van drie met PCR bevestigde patiënten, waarvan twee familie van elkaar zijn. Zij werden alle drie ziek nadat ze in contact waren geweest met recent aangekochte valkparkieten. De NVWA heeft twee van de drie vogels kunnen onderzoeken en daarbij is Chlamydia psittaci aange­toond. De vogels bleken van eenzelfde verkoopadres te komen en ook daar heeft de NVWA de bacterie aange­toond. De vogels werden behandeld met een antibioticum. Het tweede cluster betreft vier gemelde patiënten die in contact zijn geweest met vogels bij een van de patiënten thuis. Het betreft de zoon en de partner van de eigenaar van de vogels en twee boven­buren. Het gaat om een met PCR vastgestelde en een middels serologie bevestigde patiënt en twee patiënten die enkel op basis van een epidemio­logische link gemeld zijn. De vogels zijn door de NVWA getest en positief bevonden. In de eerste helft van 2017 zijn in Nederland in totaal 24 humane gevallen van psittacose gemeld.

BRONNEN: OSIRIS-AIZ, NVWA.

 

OPNIEUW EEN HOND MET BRUCELLA CANIS

Een tweejarige hond, afkomstig uit Kroatië/Bosnië, is positief bevonden op Brucella canis. Het betreft een intacte teef, die in december 2016 door een particulier persoon is meege­nomen naar Nederland. De hond is reeds in januari 2017 aangeboden bij de dierenarts in verband met klachten van meningitis, discospondylitis en artritis. Aangezien symptomatische behan­deling onvoldoende verbetering gaf, is de hond in juni doorgestuurd naar een specialistische kliniek. De dierenarts van deze kliniek heeft na overleg met het VMDC bloed afgenomen voor serologie bij WBVR, waarbij een titer van >400 (SAT) is gevonden. Onder toezicht van de NVWA is opnieuw bloed afgenomen, wat samen met urine van het dier is opgestuurd naar WBVR. Uit de urine is Brucella geïsoleerd en in het bloed werd opnieuw een titer van >400 (SAT) aangetoond. Inmiddels is de hond geëuthanaseerd. Dit is de dertiende positieve hond, sinds eind 2016 toen de eerste hond positief is bevonden op B. canis. Dit is de eerste hond die afkomstig is uit Kroatië/Bosnië.

BRONNEN: VMDC, NVWA, WBVR.

 

ANAPLASMA BIJ RUNDEREN EN SCHAPEN

Bij de GD Veekijker zijn meldingen binnengekomen van melkveebedrijven met acuut zieke runderen en melkpro­ductiedaling, waarbij na diagnostiek (PCR, bloeduitstrijkje) Anaplasma phagocytophilum gevonden is. Een infectie met Anaplasma phagocytop­hilum wordt ook wel tick borne fever genoemd; de bacteriën worden overge­dragen door Ixodes ricinus teken. In heel Nederland blijken 2 tot 3 procent van de onderzochte teken positief. De bacteriën infecteren witte bloedcellen (neutrofiele granulocyten). Dit leidt tot immuniteitssuppressie waardoor de dieren gevoeliger worden voor andere infecties. Ook mensen kunnen ziek worden door een infectie met Anaplasma phagocytophilum, waarbij humane granulocytaire anaplasmose (HGA) kan ontstaan. Er bestaan verschillende varianten van anaplasma, die wisselen in pathogeniteit en zoöno­tisch vermogen. Ook bij schapen komen infecties met A. phagocytophilum voor.

BRONNEN: GD, FACULTEIT DIERGE­NEESKUNDE, RIVM.

 

LONGONTSTEKING DOOR EEN ZIEKE CAVIA

New England Journal of Medicine heeft een artikel gepubliceerd over drie Nederlandse patiënten die in de afgelopen vier jaar een ernstige luchtweginfectie hebben doorge­maakt na contact met zieke cavia ‘s. Door gezamenlijk onderzoek van dierenartsen, artsen en micro­biologen werd achterhaald dat de bacterie Chlamydia caviae de oorzaak was. Deze bacterie is bekend als veroorzaker van milde oogont­steking bij cavia‘s. De beschreven patiënten waren gezonde dertigers. Door de ernst van de infectie belandden twee patiënten op de Intensive Care. De drie patiënten herstelden, nadat zij het juiste antibi­oticum toegediend hebben gekregen.

Nadat bij de zieke patiënten Chlamydia caviae was vastgesteld als verwekker van de longontsteking, kon bij WBVR via bronopsporing door de Neder­landse Voedsel- en Warenauto­riteit (NVWA) ook in een zieke cavia C. caviae worden aangetoond. Met hulp van de universiteit Gent kon de bacterie worden gekweekt voor verder moleculair onderzoek. Hoe vaak C. caviae luchtweginfecties veroorzaakt is niet bekend.

BRON: WWW.WUR.NL

 

Buitenlandse signalen

HANTAVIRUS IN BADEN-WÜRT­TEMBERG, DUITSLAND

De Gezondheidsautoriteiten in Baden-Württemberg, Zuid-Duitsland, melden een toename van het aantal infecties met hantavirus. Er zijn dit jaar 441 patiënten met hanta­virus gemeld tot en met half juni, wat meer is dan in de afgelopen 4 jaar (22 patiënten in dezelfde periode vorig jaar). De toename is vooral zichtbaar sinds maart. Ook in het ernaast gelegen Beieren zijn er meer hanta­virus-infecties met 102 patiënten in 2017 ten opzichte van 8 in dezelfde periode vorig jaar. Hoewel het niet vermeld wordt, zal het bij deze hanta­virus-infecties voornamelijk gaan om het Puumulavirus. Knaagdieren zoals de rosse woelmuis (Myodes glareolus) vormen het reservoir.

BRONNEN: PROMED, GESUND­HEITSAMT BW, BAYERISCHES LANDESAMT.

 

HUMANE INFECTIES MET INFLUENZA A(H7N9) IN CHINA

Sinds begin 2013 tot en met begin juli 2017 zijn er in China 1.548 patiënten gemeld met een aviair influenza­virus A(H7N9)-infectie, van wie er 561 zijn overleden. De vijfde epide­mische verheffing die in de winter van 2016 begon, is groter in aantal en geografische omvang dan eerdere seizoenen. ECDC heeft een ‘rapid risk assessment’ uitgebracht waarin gesteld wordt dat dit kan samen­hangen met toegenomen virale circu­latie onder pluimvee. In februari 2017 is een nieuwe influenza A(H7N9)-va­riant vastgesteld met mutaties in het haemagglutininegen, waardoor het ziekmakend vermogen van het virus voor pluimvee is verhoogd. Deze voor vogels hoogpathogene variant is bij 25 patiënten aangetoond.

BRONNEN: ECDC-RRA, WHO.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen