Gevolgen van toenemend antropomorfisme

"Het zijn net mensen" -

Antropomorfisme is het ‘vermenselijken’ van dieren. Waarom doen we dit? Kunnen en willen we dat überhaupt voorkomen? En wat voor invloed heeft dit op onze omgang met dieren? DIMEO en Hygieia organiseerden eerder dit jaar een symposium waar deze en andere vragen uitgebreid aan bod kwamen.

 

Een kapucijnaap krijgt een stukje komkommer wanneer hij de onderzoeker een steentje overhandigt. Hij peuzelt de groente op. Dan ziet hij hoe een buuraapje zijn steentje inruilt voor een druif. Kapucijnapen vinden druiven heerlijk en komkommer maar zozo. Ineens lijkt het eerste aapje helemaal niet meer zo tevreden met zijn beloning en hij gooit de komkommer naar de onderzoeker.

Dit filmpje is immens populair op Youtube. Maar waarom lachen we hier eigenlijk om? “Omdat we het niet verwachten”, zegt dierethicus Frans Stafleu. “Wij denken dat wij mensen anders zijn, beter. Maar tegelijkertijd herkennen hier iets van onszelf. Het lijkt erop dat aapjes ook gevoel voor rechtvaardigheid hebben.”

 

WIE HEEFT LAST VAN ANTROPOMORFISME?

Mogen we wel zeggen dat aapjes rechtvaardigheidsgevoel hebben? Wanneer we menselijke normen, waarden, emoties en eigenschappen toeschrijven aan dieren, maken we ons schuldig aan antropomor­fisme. Antropomorfisme betekent letterlijk ‘van menselijke gedaante’ en komt uit het Grieks: anthropos (mens) en morphe (uiterlijke vorm). In weten­schappelijk onderzoek naar gedrag, emoties en bewustzijn van dieren wordt antropomorfisme als een probleem gezien. Dit leidt namelijk tot een niet-objectieve interpretatie van het gedrag.

Wanneer is er sprake van antropomor­fisme? En hoe moeten we hiermee omgaan? Kunnen we het helemaal vermijden en is dat wenselijk? Volgens ethicus Franck Meijboom is het best lastig daar een helder antwoord op te geven. Hoe we tegen dieren aankijken, bepaalt namelijk ook hoe we omgaan met antropomorfisme. Zie je een dier net als Descartes als een lichaam zonder geest, bewustzijn en emoties? Of zie je een dier als een wezen met gevoel, dat pijn en ongerief kan ervaren? En gaat het dan alleen om welzijnsaantasting of heeft het dier ook een bepaalde intrinsieke waarde? Een kat met gelakte nagels, of een hond met een feestmuts op – deze dieren hebben geen pijn of ongerief. Maar gaan we wel respectvol met ze om?

Volgens Meijboom moeten we ons afvragen waar we op deze schaal staan, want dat bepaalt hoe we tegen dit vraagstuk aankijken. “Als dierenarts is het belangrijk je te realiseren dat je cliënten hier verschillend in staan. Je kan welzijnsproblemen oplossen, maar dat betekent niet per definitie dat daarmee ook de ethische vraagstukken zijn beantwoord.”

Antropomorfisme heeft ook morele consequenties, vertelt Meijboom. De wetenschap heeft er volgens hem lange tijd baat bij gehad dat dierlijke emoties niet serieus werden genomen: zij hoefde zich dan immers niet of nauwelijks te verantwoorden voor het gebruik van dieren in experi­menten. “Maar als we ons afvragen of een dier lijdt, kunnen we dat niet simpelweg afdoen als antropomor­fisme.”

EMOTIES

Wetenschappers proberen antro­pomorfisme dus zoveel mogelijk te vermijden uit angst dat dit ten koste gaat van de objectiviteit. Subjec­tiviteit is echter een essentieel onderdeel van elke observatie. Het is niet mogelijk onze menselijke bril af te zetten en er bestaat niet zoiets als een geheel objectieve taal. We kunnen nu eenmaal niet in het hoofd van een dier kruipen en zien wat daar in omgaat, zegt diergedrags­deskundige Matthijs Schilder. Dus gebruiken we menselijke termen zoals angst, jaloezie, blijdschap, boosheid en verdriet om bij het dier veronder­stelde emoties te beschrijven. Met dit antropomorfe taalgebruik doen we niet meteen afbreuk aan het perspectief van het dier, maar maken we de mogelijke emoties van dieren juist toegankelijker.

Schilder: “Of toegeschreven emoties correct zijn, weet je niet helemaal zeker. Als jij naar de tandarts gaat, kan ik niet precies zeggen hoe jij je daarbij voelt, maar ik kan mij er wel een voorstelling van maken. Maar als man kan ik me niet voorstellen hoe een vrouw zich voelt wanneer ze ongesteld is, laat staan dat ik kan inschatten hoe dieren emoties ervaren. Welke emoties verschillende diersoorten hebben, is onduidelijk. Slechts voor een beperkt aantal emoties is op dit moment voldoende wetenschappelijke ondersteuning, maar er zijn er ongetwijfeld meer.” Wanneer we emoties verkeerd toeschrijven, kan dat voor het dier negatieve gevolgen hebben. Het klassieke voorbeeld is de hond die met een hangende kop naast de omgevallen prullenbak zit en de eigenaar ‘schuldig’ aankijkt. Uit overtuiging dat de hond deze expres omver heeft gegooid en dit nog weet, straft de eigenaar hem. Maar wanneer je de prullenbak zelf omgooit in afwezigheid van de hond en deze vervolgens in de kamer laat, zie je dezelfde ‘schuldbewuste’ blik. Door een hond niet als hond, maar als mens te behandelen, bestaat het gevaar dat gedrags- en welzijnsproblemen kunnen ontstaan, die door verder onbegrip kunnen escaleren.

SAMEN AAN TAFEL

Een ander voorbeeld waar het behandelen van dier als mens mogelijk nadelige gevolgen heeft, is voeding. We onderwerpen onze huisdieren steeds vaker aan onze dieetgrillen, vertelt voedingsspecialist Ronald Jan Corbee. Zo is het een trend om de hond of kat een dieet van rauw vlees en botten te geven. Dit paleodieet is gebaseerd op wat dieren in de natuur zouden eten. Corbee: “Ik heb echter nog nooit een kat in het wild een rund zien vangen. Het is ook de vraag of een dier in de natuur wel optimaal eet. Want juist in de natuur komen tekorten regelmatig voor.” Dit kan niet alleen leiden tot deficiënties, er is tevens risico op infectie voor zowel huisdier als mens. Dierenartsen hebben volgens Corbee de taak huisdiereigenaren te wijzen op deze risico’s en hoe ze hiermee om moeten gaan. Daarnaast zijn er vegetarische en glutenvrije diëten voor onze huisdieren. “Een vegetarisch dieet is voor een hond in principe mogelijk”, zegt Corbee. “Maar voor katten echt niet. Die missen dan essentiële aminozuren.” Of een glutenvrij dieet nuttig is blijft de vraag. “Het aantal dieren met glutenovergevoeligheid is erg klein. Wel zien we dat border terriërs die leiden aan epileptic cramping syndrome, goed reageren op een glutenvrij dieet.” Trends uit de humane voeding worden dus overgenomen, zonder dat erbij wordt stilgestaan wat dit met een dier doet. Er bestaat zelfs al hondenbier. Hier zit gelukkig geen hop in, want dat kan dodelijk zijn voor het dier.

 

DISNEY

De media spelen hier met de reclame handig op in. Tegelijkertijd bepalen de media ook ons beeld van dieren. We komen steeds minder in aanraking met dieren in het ‘echt’, vertelt media en cultuurwetenschapper Maarten Reesink. Dus beelden van dieren bepalen hoe we over ze denken. “Als je kijkt naar Mickey Mouse, dat is eigenlijk meer een soort mini-mensje. We spreken niet eens meer van een vermenselijkt dier, maar misschien nog eerder van een verdierlijkt mens. Bambi was dan in ieder geval nog wel een hertje.” Maar ook dit beeld ligt ver van de realiteit. Dieren worden getypecast, de boze wolf, de knuffelbeer. “We zien dieren als een stereotype, ze zijn grappig en je moet ze niet serieus te nemen. Wellicht is dit verkeerd en dieronwaardig, want een dier kan dan geen dier zijn. Maar tegelijkertijd kunnen we ons op deze manier wellicht beter in dieren verplaatsen. Misschien hebben we antropomorfisme wel nodig, om die brug te slaan tussen mens en dier.”

 

Dit artikel is gebaseerd op het symposium ‘Antropomorfisme- Het zijn net mensen’, dat op 10 mei 2017 werd georganiseerd door DIMEO en Hygieia.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen