Het belang van hygiëne en management bij de preventie van cryptosporidiose

De omgeving waarin het kalf wordt geboren en opgroeit is cruciaal, met name als het om cryptosporidiose gaat. Na de geboorte en vaak al samen met de eerste melkgift krijgt het kalf vanuit de omgeving miljoenen micro-organismen binnen, die terecht komen in een kiemvrij maagdarmkanaal. Daarom is het zo belangrijk de infectiedruk, voor onder andere Cryptosporidium parvum, onder controle te houden door middel van hygiëne en managementmaatregelen.

Extra bij artikel

Referenties Cryptosporidiose

1. Hygiëne en huisvesting

Foto 1: Het is raadzaam kalveren een maand individueel te huisvesten zonder contact tussen de dieren.

Het doel van een optimaal omgevingsmanagement is om de infectiedruk tot een zodanig laag niveau te reduceren dat er geen klinische ziekte bij het dier ontstaat. Kalveren die met een beperkte hoeveelheid oöcysten zijn geïnfecteerd, vertonen geen symptomen, ontwikkelen weerstand en worden geleidelijk minder gevoelig voor deze parasiet. Dit gebeurt als de gebouwen schoon en leeg zijn aan het begin van bijvoorbeeld een kalfseizoen. Boven een bepaalde infectiedruk of kritiek punt treden diarree en klinische verschijnselen op. Zo zijn uitscheiding van oöcysten op zich en de intensiteit ervan beide positief gecorreleerd met het optreden van diarree (7). Het risico op actieve uitscheiding is het hoogst tijdens de tweede en derde levensweek (8).

De oöcysten van Cryptosporidium parvum zijn bijzonder resistent in de omgeving en zijn goed in staat te overleven bij temperaturen tussen -20 en +60 graden Celsius. Elk materiaal en oppervlak dat met de kalveren in contact komt, kan infecties overbrengen. De aanwezigheid van feces en andere organische stoffen helpt daarnaast uitdroging te vermijden zodat de parasieten nog makkelijker overleven. Het eerste kritieke punt van het omgevingsmanagement bestaat dus uit eliminatie van organische resten die de overleving van de parasiet bevorderen. Vervolgens kan er dan worden overgegaan tot desinfectie met een gevalideerd protocol (afgestemd product*dosis*contacttijd) en een werkzaam desinfectans, zoals verder toegelicht onder punt 3. Naast hygiëne is de manier waarop de dieren worden gehouden en verzorgd worden een speerpunt. Op een bedrijf met gediagnosticeerde cryptosporidiose is het raadzaam de kalveren ten minste één maand individueel te huisvesten, zonder enig contact tussen de dieren (foto 1). Vervolgens is het reinigen en desinfecteren van de éénlinghuisvesting na elk kalf een must. Gezien besmetting door materiaal en personeel een reëel risico is, is het van belang de volgende punten te respecteren:
^ Houd een logische volgorde aan bij het verzorgen van de dieren (bijvoorbeeld: eerst de jongste kalveren voeden, zich geleidelijk richting de oudere kalveren verplaatsen);
^ De voorkeur gaat uit naar een indeling op leeftijd (en niet op grootte van de dieren, een zwakker dier is een bron van parasieten en andere mogelijke pathogenen);
^ Houd daarnaast rekening met los materiaal wat als vector van de infectie kan optreden (emmers, drinkflessen) (foto 2).

Foto 2: Schoon en gedesinfecteerd materiaal. Een in Canada uitgevoerde studie onderstreept de invloed van bepaalde factoren op het gebied van hygiëne en management op de prevalentie van C. parvum op een bedrijf (2). Het reinigen van de emmers en drinkflessen met een reinigingsmiddel helpt de prevalentie significant te reduceren. Daarnaast wordt aangeraden om de drinkbakken, emmers en andere materialen die water of voedsel van de kalveren bevatten, uit te spoelen. Het belang van regelmatige reiniging en desinfectie kwam ook naar voren in een andere studie uit Spanje (3), in relatie tot de ondergrond. Een betonnen vloer is gemakkelijk te reinigen in tegenstelling tot een stro-bedding, waardoor kalveren op stro een verhoogd risico op infectie lopen.

 

2. Belang van colostrum- en geboortemanagement

Een optimaal colostrummanagement is cruciaal voor een goede start van het kalf en de latere prestaties, wat in verschillende studies herhaaldelijk werd aangetoond. De correlatie tussen colostrummanagement en cryptosporidiose is slechts in enkele studies onderzocht. Recentelijk werd er voor colostrumkwantiteit (volume < 24 uur na geboorte) en -kwaliteit een negatieve correlatie aangetoond met oöcystenuitscheiding in feces (9). Ook in een experimentele studie bij lammeren werd een beschermend effect van runderbiest op het optreden van cryptosporidiose beschreven, wat vooral wordt toegeschreven aan een lokaal effect in het darmlumen (10).

Een andere studie toonde echter een positieve correlatie aan tussen het volume biest verstrekt in de eerste 24 uur en uitscheiding van oöcysten in de feces (8). Wanneer er echter ook werd gekeken naar diarree in combinatie met oöcystenuitscheiding, werd deze correlatie niet meer aangetoond. Mogelijk leidde verontreining van de biest of de materialen met oöcysten tot een hogere inname van oöcysten met toenemende hoeveelheden colostrum. Het verstrekken van biest met een emmer zonder speen versus een emmer met speen leidt tevens tot een verhoogd risico op oöcystenuitscheiding (11). Volgens de auteurs is dit mogelijk te verklaren door onvoldoende reiniging van de emmers en/of het niet voldoen aan de zuigreflex van het kalf, waardoor het dier aan besmette materialen en soortgenoten zal zuigen.

3. Effectieve desinfectantia tegen cryptosporidiose

Een ander bijzonder kenmerk van Cryptosporidium parvum is dat de parasiet moeilijk te elimineren is. Hij is nauwelijks gevoelig voor klassieke ontsmettingsmiddelen die doorgaans goed werken tegen bacteriën, virussen en schimmels. Een aantal middelen zoals waterstofperoxide in combinatie met perazijnzuur, of in combinatie met zilvernitraat hebben hun werkzaamheid tegen Cryptosporidium parvum bewezen (Ox-Virin 10% met een contacttijd van 60 min en Ox-Agua, 3%, 30 min) (4). Fenolverbindingen (Neopredisan® 135-1 en Aldecoc® TGE (4%, 2 u.) (5), en ontsmettingsmiddelen op basis van een amine, Keno®cox (2%, 2 u.) blijken eveneens werkzaam te zijn (6).

De correcte contacttijd is een belangrijke parameter om een goed resultaat te verkrijgen.Oöcysten zijn zeer goed bestand tegen omgevingsinvloeden, waarschijnlijk vanwege hun kapsel. Op elektronenmicroscopische beelden (6) is het effect van Keno®cox op de oöcysten te zien: de schaal van de oöcyst wordt opengebroken waardoor de sporozoieten erin vernietigd worden (foto 3).

Conclusie

Bij de preventie van cryptosporidiose is het belangrijk om aandacht te besteden aan hygiëne en bedrijfsmanagement van de jonge kalveren. Regelmatige reiniging en desinfectie, met een product met bewezen werking, van omgeving en materialen zijn absoluut noodzakelijk, in combinatie met specifieke huisvestingsmaatregelen. Daarnaast is biestbeleid, ook voor de cruciale overdracht van passieve immuniteit, een belangrijke factor om cryptosporidiose te beheersen en vermijden.

Kijk voor de referenties horend bij dit artikel op: https://www.knmvd.nl/tijdschrift-voor-diergeneeskunde/.

 

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen