Het leed dat vogelgriep heet

Berichten over uitbraken van vogelgriep komen de laatste jaren steeds vaker voorbij. Afgelopen december werd een bedrijf in Biddinghuizen voor de tweede maal getroffen door de ziekte. Dit  artikel gaat in op de rol van alle betrokkenen, zoals de dierenarts die het getroffen bedrijf begeleidt en ‘de’ melding moet doen. Hoe gaat de NVWA-collega te werk na ontvangst van de melding? Wat gebeurt er met de pluimveehouder die lijdzaam moet toezien hoe het bedrijf geruimd gaat worden? En wat als je behalve dierenarts ook partner van de getroffen pluimveehouder bent?

In december 2017 werd vogelgriep vastgesteld op een pluimveebedrijf in Biddinghuizen, het bedrijf waar Linda Rommens-Tolhoek met haar man Hans Rommens woont. Linda is dierenarts en na haar afstuderen in 2014 voornamelijk werkzaam als rundveedierenarts. “Sinds 2017 wonen wij op het bedrijf, wat zowel akkerbouw als een pluimveehouderij heeft. Het is een familiebedrijf. Ik zit niet in maatschap en het bedrijf is er ook niet op ingericht dat mijn arbeid nodig is. Ik help natuurlijk wel indien dat nodig is met alle voorkomende werkzaamheden. Van oudsher is het bedrijf een akkerbouwbedrijf en in 1995 zijn mijn schoonouders gestart met het houden van eenden. Nu houden wij pekingeenden in twee leeftijden. Dit betekent dat er een opfokstal is waarin de eenden vanaf eendagskuiken tot een leeftijd van drie weken opgefokt worden. Vervolgens verhuizen de eenden naar de grotere stal, waar zij een leeftijd van ongeveer 6 tot 6,5 week bereiken. Op deze leeftijd worden zij geslacht. In beide stallen passen 8000 dieren, dus totaal houden wij 16.000 dieren in twee leeftijden.” De dag waarop het vermoeden rees dat er wederom sprake was van vogelgriep onder de eenden zal Linda niet snel vergeten: “De dag van de melding was er veel uitval, maar nog wel onder de norm waarop gemeld moet worden, dus onder de 0,5 procent. De dieren vertoonden geen andere verschijnselen dan sterfte. Zelfs de voer- en wateropname bleef normaal. De dierenarts is ingeschakeld en we hebben een melding gemaakt. In de avond voorafgaand aan de ruiming was de uitval zeer extreem te noemen. Na het melden waren de eigen dierenarts, de GD en de NVWA aanwezig.”

De dierenarts

Dierenarts Gert Verhoeven maakte deze vogelgriepuitbraak van dichtbij mee. “De eendenhouder belde mij ‘s morgens met het verhaal dat er wat meer uitval dan normaal was bij zijn eenden van ongeveer vier weken oud. We hebben het aan de telefoon gelijk gehad over de vorige keer dat zijn bedrijf positief was. Toen ik ging kijken was er duidelijk teveel en vooral acute uitval die in de loop van de dag steeds meer toenam. Wat me vooral is bijgebleven was het grote aantal stervende eenden in de stal. Ik heb nog gedacht aan Riemerella of E. Coli, vooral omdat je hoopt dat het toch geen AI zal zijn, maar sectie gaf geen aanwijzingen voor een bacteriële infectie. Omdat AI toch waarschijnlijk was, heb ik gedaan wat je dan moet doen: contact opnemen met het meldpunt dierziekten van de NVWA. Die sturen een team op pad om de zaak te beoordelen en, als ze dat nodig achten, monsters te verzamelen. Dat heb ik ‘s avonds samen met een collega van de NVWA en een van de GD gedaan. ‘s nachts om een uur of vier werd ik gebeld door de NVWA-collega met de mededeling dat het mis was. Alle monsters waren positief op AI.”

De NVWA

Nanny Wijne-Raemakers is toezichthoudend dierenarts en dierziektedeskundige bij de NVWA en had piketdienst toen de melding van vermoedelijke vogelgriep bij het VIC (Veterinair Crisis- en Informatiecentrum van de NVWA) binnenkwam. “Onmiddellijk kreeg ik de opdracht een specialistenteam, bestaande uit de eigen dierenarts, de pluimveedierenarts van de GD en de ambtelijk dierenarts van de NVWA, samen te stellen en het bedrijf te bezoeken. Bij zo’n bezoek worden ziekteverschijnselen, maar ook de tracering van contacten vastgelegd en monsters genomen om de besmettelijke dierziekte aan te tonen of uit te sluiten. De monsters gaan met spoed naar Lelystad (WVBR). Na een uur of zes is de eerste uitslag bekend en is duidelijk of er een hoogpathogene variant van vogelgriep aanwezig is.”

De ruiming

Toen bleek dat er inderdaad sprake was van een hoogpathogene variant van de vogelgriep op het bedrijf moest er, om verspreiding van het virus te voorkomen, geruimd worden. Linda: “Vanaf dat moment leef je op de adrenaline en zorg je er ten eerste voor dat alle pluimveehouders in de buurt op de hoogte worden gesteld zodat zij nog strengere maatregelen kunnen nemen en wellicht gespaard blijven.” Daarna nam de NVWA het over. Nanny: “Ter plaatse was ik de coördinator en werd ik ondersteund door een handhaver, een hygiënist en een administrateur. Een belangrijke taak is het overleggen met de eigenaar over alle werkzaamheden die door de NVWA worden uitgevoerd en het op de hoogte houden van de voortgang. Dat is belangrijk omdat de wet gevolgd moeten worden en de NVWA verantwoordelijk is. Daarom nemen wij meteen de regie over en kan een ruiming zonder bijkomende uitleg wellicht overkomen als een ‘overval’. Ook zaken als persoonlijke beschermingsmiddelen, contacten met de buitenwereld, de taxatie, het wel of niet te woord staan van de pers en besmettingsrisico vanuit de omgeving komen aan bod. De GGD komt voor de griepprofylaxe. Allerlei onderzoeksinstituten willen extra monsters om de bron op te sporen. Als de eigenaar het op prijs stelt, komt de persvoorlichter  van NVWA ter plaatse. Ik ben op dat moment het aanspreekpunt op het besmette bedrijf en probeer zo goed mogelijk alle vragen te beantwoorden en de eigenaar te ontlasten.” Bij het ruimen zelf is dierenarts Gert Verhoeven niet aanwezig geweest: “Ik had anders niet bij andere bedrijven aan het werk gekund. Natuurlijk ben ik de voorgeschreven 72 uur niet op andere pluimveebedrijven geweest en met de pluimveehouder heb ik nog wel telefonisch contact gehad.” Linda: “Op de dag zelf was er maar één ding belangrijk: zo efficiënt en goed mogelijk de ruiming laten verlopen en dat is goed gegaan. Je bent zo’n dag even geen dierenarts, maar de vrouw van of de boerin. En natuurlijk heb ik vast met een iets andere blik naar de situatie gekeken dan mijn man, omdat ik een iets andere achtergrond heb. Maar dit is op het moment zelf verre van belangrijk. Op de dag van de ruiming wordt je bedrijf overgenomen door de NVWA en ben je even niet meer eigen baas.” Ook zij is na het ruimen 72 uur niet aan het werk geweest: “Omdat ik niet met pluimvee in aanraking kom tijdens mijn werkzaamheden en wij tevens geen veehouders hebben met een gemengd bedrijf met pluimvee of iets dergelijks had ik gewoon aan het werk gekund. Toch heb ik uit voorzorg de 72 uur pluimveevrij in acht genomen en ben ik 72 uur niet aan het werk geweest. Mijn werkgevers hebben mij hierin ondersteund.”

De pers

Wat Linda en haar man niet gauw zullen vergeten is de manier waarop zij letterlijk zijn lastig gevallen door de pers: “Ik denk dat ik dat nog een van de meest vreselijke dingen vond van de gehele ruiming. Het is niet normaal dat er een paar meter vanaf je kamerraam grote telelenzen je bedrijf en huis in schijnen, dat ze proberen beelden te vergaren door over het land te lopen of dat er een drone boven het bedrijf hangt om alles te filmen. Daarnaast werd iedereen die bij ons op het erf moest komen, zoals de GGD-medewerker, lastiggevallen. Er mag best nieuws worden gebracht, dit vinden wij zelfs goed. Maar mensen moeten niet uitgaan van sensatie. Het voelt bedreigend en je kunt je hier niet op voorbereiden. Het is allemaal al erg genoeg. Al hebben wij dit als verschrikkelijk ervaren, het nieuws wat in het nieuws is gekomen, was goed en netjes. Niets op aan te merken. De manier waarop het nieuws gemaakt wordt, is respectloos en zonder enig gevoel voor de veehouders.”

Samenwerking

Aan de samenwerking met anderen, zoals de eigen dierenarts vooraf aan de ruiming, maar ook die met de NVWA-dierenartsen tijdens de ruiming, heeft Linda betere herinneringen: “De samenwerking met onze eigen dierenarts was super. Een en al lof. De samenwerking op de dag zelf met de NVWA was zeer plezierig. Dierenartsen van de NVWA hebben alles in zeer goede banen geleid. Zij waren op de hoogte van alle regels en namen de tijd om alles met ons door te spreken. Dit had niet beter gekund.” Ook Gert Verhoeven heeft de samenwerking met de anderen als positief ervaren: “Op het bedrijf zelf ben ik bijgestaan door een buitengewoon invoelende NVWA-collega, wat heel fijn was. Verder liep het allemaal zoals het moest gaan, maar het blijft een ervaring die ik niet snel zal vergeten.”

De draad weer oppakken

Voorzichtig kijken Linda en haar man weer naar de toekomst: “Sinds de eerste ruiming waren de hygiënemaatregelen al sterk aangescherpt, maar sinds de afgelopen ruiming zijn de hygiënemaatregelen nog verder aangepast en hebben we verschillende aanpassingen laten doen aan de stallen. Meer dan deze maatregelen kunnen we helaas niet doen. Wij zijn nog jong en wij vinden de eendenhouderij nog steeds een mooie houderij en Hans beleeft hier veel werkplezier aan. Wij zijn nog niet van plan om te stoppen. Neemt niet weg dat vogelgriep een erg ongrijpbaar probleem is en helaas kun je niet meer doen dan je best. Er bestaat geen recept om deze ziekte buiten de deur te houden.” Om vervolgens relativerend te eindigen: “In Kampen, daar waar ik werk, wordt vaak gezegd: ‘gelukkig is het in het achterhuis’ op het moment dat er iets niet lekker loopt in de stal. En zo is het. Wij zijn twee gelukkige gezonde mensen en dat maakt een hele hoop goed, maar dat neemt niet weg dat we hopen dit nooit meer mee te maken.”

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen