Honderd jaar One Health bij de faculteit Diergeneeskunde

De One Health-benadering die het laatste decennium wordt gepropageerd is bepaald niet nieuw. Van oudsher hebben medici en veterinairen aangegeven dat er eigenlijk geen scheidslijn zou moeten bestaan tussen humane en veterinaire geneeskunde (1, 2).

Dat werd ook bevestigd bij het verkrijgen van de status hoger veterinair onderwijs op 16 maart 1918 toen ‘’s Rijks Veeartsenijschool’ werd omgedoopt in ‘Veeartsenijkundige Hoogeschool’ en het devies ‘Tot heil van mens en dier’ tegelijk met het logo Androclus en de leeuw werd geïntroduceerd. Op diezelfde datum werd de leerstoel ‘Kennis van de menschelijke voedingsmiddelen van dierlijken oorsprong’ ingesteld. Benoemd werd dr. Hendrik Schornagel die vanaf 1916 het vak ‘Theoretische vleeskeuring’ had gedoceerd. Op 11 oktober 1918 opende hij zijn inaugurele rede als volgt: “Niet alleen dient de dierenarts de gemeenschap door het genezen van zieke dieren en het bevorderen van de hygiëne der dieren, voor een belangrijk gedeelte heeft hij ook tot taak te waken tegen nadeelige invloeden, die de volksgezondheid bedreigen.” Deze aanstelling van Schornagel was van korte duur, in 1919 volgde hij H. Markus op als hoogleraar algemene pathologie nadat die aan Spaanse griep was overleden (3).

Vakgebied

Cornelis Folkert van Oijen, die geneeskunde en diergeneeskunde had gestudeerd, heeft de leerstoel voedingsmiddelenhygiëne ruim 35 jaar bekleed. Hij legde de basis voor dit brede vakgebied dat niet alleen melk- en vleeshygiëne omvatte maar ook vis, pluimvee, eieren, wild en gevogelte. Speciale aandacht ging uit naar pathogene micro-organismen die via voedingsmiddelen op de mens worden overgedragen. Bij zijn afscheid in 1955 concludeerde hij dat het probleem met bovine tuberculose was opgelost, maar dat voedselvergiftigingen door bijvoorbeeld salmonella niet door traditionele vleeskeuring konden worden voorkomen. Tijdens de ambtsperiode van prof. dr. Jaap van Gils (1955-1972) vonden door intensivering, schaalvergroting en innovaties ingrijpende veranderingen plaats in de veehouderij en de voedingsmiddelenproductie. Het gebruik van antibiotica, groeihormonen en de blootstelling aan milieucontaminanten maakten het overheidstoezicht gecompliceerd en noopten tot uitbreiding van onderwijs en onderzoek van het Instituut. Er werd een aparte leerstoel voor melkhygiëne ingesteld (Ysbrand Kramer, 1955). Het personeel groeide van zes naar dertig leden (4).

Multidisciplinair

Prof. dr. Jan van Logtestijn zwaaide in de periode 1973 tot 1994 de scepter over de Vakgroep Voedingsmiddelen van Dierlijke Oorsprong (VVDO). Er werden leerstoelen ingesteld voor voedingsmiddelentechnologie (Berend Krol, 1969), voedingsmiddelenmicrobiologie (David Mossel, 1973), toegepaste vleeshygiëne (Gerard Vogely, 1977) en voedingsmiddelenchemie (Ad Ruiter, 1977). Dit weerspiegelt de multidisciplinaire benadering die binnen veterinaire volksgezondheid steeds meer vereist werd. De weg van consument naar producent werd steeds langer en onoverzichtelijker (‘from farm to fork’) en eindproductcontrole alleen volstond niet langer om de kwaliteit en veiligheid van voedingsmiddelen te garanderen. Integrale kwaliteitscontrole van de hele keten kwam centraal te staan in onderwijs en onderzoek dat werd verzorgd door zeventig personeelsleden.

Veterinaire volksgezondheid

Prof. dr. Frans van Knapen trad in 1995 aan. Onder zijn leiding verschoof de focus van voedingsmiddelenonderzoek meer richting veterinaire volksgezondheid. De band met TNO-Voeding in Zeist en het RIVM te Bilthoven werd versterkt door deeltijdaanstellingen van Jos Huis in ’t Veld (1989), Henk Haagsman (1998), Rainer Stephany (1999) en Arie Havelaar (2008). In 2000 gingen de afdeling Gezondheidsleer van WUR en het RITOX van de Universiteit Utrecht samen verder als het interfacultaire IRAS. Drie jaar later veranderde de naam VVDO in Hoofdafdeling Voedselveiligheid en Volksgezondheid. Als gevolg van alweer een reorganisatie van de faculteit Diergeneeskunde werd deze hoofdafdeling in 2006 als Divisie Veterinaire Volksgezondheid geïncorporeerd in het IRAS. In april 2018 werd Frans van Knapen Commandeur in de Orde van Oranje Nassau voor zijn verdiensten als bruggenbouwer binnen het vakgebied veterinaire volksgezondheid.

Speerpunt

One Health is nu één van de speerpunten van het onderzoek binnen de faculteit Diergeneeskunde en niet meer specifiek verbonden aan een departement of divisie. Veel onderzoek bij departementen zoals IRAS, Infectieziekten & Immunologie, Pathobiologie en de klinieken valt onder One Health. Bovendien laat de oprichting van het Netherlands Centre of One Health (NCOH) in 2016 zien dat One Health zijn plaats binnen het biomedisch onderzoek heeft gekregen. Wel is de aandacht verschoven van aan voedsel gerelateerde problematiek naar met name infectieziekten in algemene zin (zoals Q-koorts en antibioticum resistentie) en lijkt Frans van Knapen voorlopig de laatste hoogleraar die specifiek voedingsmiddelenhygiëne en -kwaliteit in zijn aanstelling had staan. Desalniettemin kon de faculteit Diergeneeskunde op 11 oktober 2018 herdenken dat het een eeuw geleden was dat de One Health benadering haar intrede deed bij de faculteit.

Bronnen

1. Bresalier, M., Cassidy, A. & Woods, A. (2015) One health in history, in: J. Zinnstag et al. (Eds.), One Health: the theory and practice if integrated health approaches (CAB International, Boston) 1-15.
2. Haalboom, F. (2017) Negotiating zoonoses. Dealings with infectious diseases shared by humans and livestock in the Netherlands. Thesis Utrecht University (Utrecht).
3. Gils, J.H.J. van & Vogely, G.M. (1981) De leer der voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong’, in: C. Offringa e.a. (red.), Van Gildestein naar Uithof. 150 jaar diergeneeskundig onderwijs in Utrecht (Utrecht) 419-432.
4. Koolmees, P.A. (Ed.) (1993) Department of the science of food of animal origin. History and bibliography 1918-1993 (Utrecht).

Tekst Peter Koolmees & Len Lipman, IRAS, Faculteit Diergeneeskunde.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen