Huidafwijkingen in het kader van paraneoplastische syndromen

Paraneoplastische syndromen worden gedefinieerd als niet-neoplastische afwijkingen die verschijnen in een ander orgaan of weefsel dan waarin de veroorzakende neoplasie of de metastases hiervan voorkomt. Een paraneoplastisch syndroom kan eerder optreden dan de symptomen van de neoplasie zelf en kan aanwijzingen verschaffen omtrent de aard van de neoplasie. Het is dan ook belangrijk om bekend zijn met de klinische en histopathologische beelden, zodat een vroege diagnose gesteld kan worden (1, 2).

Bekende voorbeelden van paraneoplastische syndromen zijn onder andere het feminisatiesyndroom in het kader van Sertoliceltumoren, hypercalcaemie bij aanwezigheid van lymfomen, adenocarcinomen van de anaalzakklier en hypoglycaemie in het kader van leiomyomen en leiomyosarcomen (1-3). Er zijn ook enkele huidaandoeningen met een paraneoplastische achtergrond. Van drie zich als huidprobleem manifesterende entiteiten worden het klinisch beeld en de histopathologische veranderingen aan de hand van drie casus besproken.

Tekst N.M. Meertens, K. Peperkamp, E. van Garderen
Laboratorium voor Pathologie en Histologie
Gezondheidsdienst voor Dieren, Arnsbergstraat 7, 7418 EZ Deventer
Corresponderend auteur: n.meertens@gddiergezondheid.nl

Volledig artikel & literatuurlijst

Feline thymoom-geassocieerde exfoliatieve dermatitis

Casus 1 is een vrouwelijke Europese korthaar, veertien jaar oud, die werd gepresenteerd met kaalheid van de gehele romp, met korstvorming, schilfering en erytheem van de romp, nek, op de schouderbladen en lateraal op de poten, met minimale jeuk. Een éénmalige injectie met methylprednisolon (Moderin®) resulteerde niet in verbetering van de laesies. Bij echografisch onderzoek werd hepatomegalie aangetroffen en mogelijk enkele haarden in de lever. Op basis van het klinisch beeld en de bevindingen was de differentieeldiagnose feline paraneoplastische alopecia, hepatocutaan syndroom, en allergische dermatitis. Huidbiopten werden genomen voor histopathologisch onderzoek. Deze vertoonden een hyperplastische epidermis met acanthose, uitgebreide parakeratotische hyperkeratose, serocellulaire crustae met veel neutrofiele granulocyten en enkele intraepidermale pustels. Enkele keratinocyten in het stratum spinosum en stratum basale vertoonden single cell necrose; geringe hydropische degeneratie van basale keratinocyten in de epidermis (foto 3). Naast een milde lymfocytaire interface ontsteking waren tevens enkele mestcellen, neutrofiele granulocyten, lymfocyten, eosinofiele granulocyten, enkele macrofagen met melaninepigment en enkele plasmacellen in de dermis aanwezig. Geconcludeerd werd dat er aanwijzingen waren voor een paraneoplastisch syndroom, mogelijk feline exfoliatieve dermatitis. De eigenaar wilde geen verder onderzoek en de kat werd geëuthanaseerd en ter sectie aangeboden.

Macroscopisch was het dier cachectisch, met uitgebreide huidlaesies op de romp, zich uitbreidend over het dorsale gedeelte van de kop, tussen de oren en in mindere mate op de poten, met name dorsaal op de metacarpi. De tenen en voetzooltjes waren niet afwijkend. De laesies bestonden uit grijze tot gelige, dikke crustae met name op de dorsale romp, alopecia en erytheem vooral ventraal op de buik (foto 1). In het voorste gedeelte van het mediastinum bevond zich een geelbruine solide en fijn cysteuze massa van 4 x 2,5 x 2 cm (foto 2).

Microscopisch vertoonde de massa de kenmerken van een thymoom, bestaande uit een niet-neoplastische lymfocytaire component gekenmerkt door kleine lymfocyten en verspreid aanwezige veldjes epitheliale tumorcellen met geringe anisokaryose en geringe aantallen mitosefiguren. Daarnaast werd een geringe chronische lymphoplasmacellulaire pancreatitis, een geringe chronische neutrofiele cholangitis en een ouderdomshyperplasiehaard in de lever vastgesteld. De huid vertoonde vergelijkbare veranderingen als gezien in de biopten. De diagnose thymoom-gerelateerde feline exfoliatieve dermatitis werd hiermee bevestigd. Het is bekend dat de huidlaesies van feline exfoliatieve dermatitis meestal in een eerder stadium optreden dan de directe symptomen van het onderliggend thymoom (18, 19). Als eerste treden meestal niet-jeukende schilfering en mild erytheem op in de huid op de kop, nek en oorschelpen. In een later stadium treedt generalisatie van de huidlaesies op, resulterend in progressieve alopecia. Bruin, wasachtig materiaal bestaande uit talg en keratine kan aanwezig zijn tussen de tenen, bij het nagelbed en in de oorschelpen. Ook korstvorming en ulceratie zijn mogelijk (1, 18, 19). In één geval waarin het thymoom chirurgisch was verwijderd, waren de huidafwijkingen na zes maanden volledig verdwenen (5). Feline exfoliatieve dermatitis kan ook voorkomen zonder aanwezig thymoom of andere nawijsbare oorzaak, zoals beschreven in achttien gevallen (7). Daarbij vermoedt men dat in de thymus autoreactieve cytotoxische T-cellen ontstaan die gericht zijn tegen de keratinocyten, vergelijkbaar met graft-versus-host disease (7).

Feline paraneoplastische alopecia door een exocrien pancreascarcinoom

Casus 2: een vrouwelijke Europese korthaar, twaalf jaar oud, werd gepresenteerd met uitgebreide alopecia, exfoliatie, ulceratie en ernstige jeuk. Het dier stond onder behandeling met  Itraconazol, nadat de behandelend dierenarts Malasseziagisten had aangetoond in afkrabsels. Op verdenking van een paraneoplastische dermatose werd echografisch onderzoek verricht van de pancreas. In beide lobben van de pancreas waren meerdere massa’s, tot 2 cm groot, aanwezig, die gebiopteerd werden, evenals de huidlaesies. Deze huidbiopten vertoonden sterk atrofische, geminiaturiseerde haarfollikels in telogeen stadium, milde epidermale hyperplasie door acanthose (foto 4), soms een duidelijk dunnere stratum corneum, enkele crustae met kernpuin, bacteriën en een aantal Malasseziagisten.

De zweetklieren en talgklieren waren niet afwijkend. De twee biopten van het pancreasweefsel, alhoewel klein (ongeveer 1 mm) bevatten veldjes weinig gedifferentieerde epitheliale cellen, met anisokaryose en anisocytose en locale differentiatie naar exocrien pancreasepitheel gekenmerkt door aanwezige cytoplasmatische zymogeengranula, duidend op een exocrien pancreascarcinoom. Het beeld past bij feline paraneoplastische alopecie, hier veroorzaakt door een exocrien pancreascarcinoom.

De patiënt werd behandeld met amoxycilline-clavulaanzuur en itraconazole tegen secundaire bacteriële infectie en overgroei van Malasseziagisten; de eigenaren besloten tot euthanasie, een week na de diagnose. Interessant is de aanwezigheid van Malasseziagisten. Bij de kat moet men bij de aanwezigheid van significante aantallen gisten in het kader van multifocale of gegeneraliseerde huidlaesies denken aan een onderliggende neoplasie. Het kwantificeren van Malasseziagisten door middel van histopathologisch onderzoek is echter niet erg betrouwbaar, omdat tijdens de verwerking van het huidbiopt tot weefselcoupe veel van de oorspronkelijk aanwezige gisten in het stratum corneum verloren gaan (16).

Feline paraneoplastische alopecia wordt voornamelijk gezien bij oudere katten, gemiddeld dertien jaar oud, in associatie met pancreascarcinomen en in mindere mate, met galgang- en hepatocellulaire carcinomen

(1, 8-10, 20-22). De klachten zijn meestal progressieve alopecia gedurende twee weken tot tien maanden, met gewichtsverlies en in variabele mate anorexie, braken, diarree en lethargie. De alopecia is symmetrisch en progressief, van ventrale buik tot kop en vooral de mediale zijden van de poten. De haren laten gemakkelijk los en de dunne en verminderd elastische huid vertoont een opvallend glanzend aspect. Ook de voetzooltjes zijn vaak afwijkend en pijnlijk; soms droog crusteus en gefissureerd of juist erythemateus en vochtig (1). Pruritus kan worden veroorzaakt door Malasseziagist overgroei (1, 8, 16).

Dankbetuiging

Graag willen we Annette Burm van AniCura Dierenkliniek Zeeuws-Vlaanderen, Ruud van Roemburg destijds werkzaam bij DK Emmeloord en David Walkers van North Down Specialist Referrals, Bletchingley, UK, bedanken voor het insturen van weefsel voor histopathologisch onderzoek en het verstrekken van informatie over het klinische verloop.

 

Samenvatting van de kenmerken van de in dit artikel voorkomende paraneoplastische syndromen.

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen