Iedereen is pro-dierenwelzijn

“In enquêtes geeft een hoog percentage van de burgers aan meer te willen betalen voor producten, als daarbij het dierenwelzijn groter is,” vertelt Marieke Adriaanse, universitair hoofddocent bij Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Toch heerst het beeld dat consumenten in de praktijk vooral voor de goedkoopste producten kiezen. “Ons gedrag als consument in de supermarkt wordt slechts in geringe mate bepaald door wat we ons bewust voornemen,” legt Adriaanse uit. “We vervallen in automatismen. De plaatsing van producten en onze associaties ermee zijn veel belangrijker. We maken onze keuzes in het moment op basis van simpele beslisregels.”

Het feit blijft echter dat burgers volgens de onderzoeken dierenwelzijn wél belangrijk vinden. “We moeten de consument helpen dat goede voornemen in praktijk te brengen,” stelt Gerald Deetman, varkenshouder bij Valleivarkens in Putten. “Dit is de gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, industrie en supermarkten.” Marketing kan daarbij helpen, meent Anne Hilhorst, vice-voorzitter van het bestuur van Wakker Dier en manager van het campagneteam. “Als de producten met hoog dierenwelzijn ergens achteraf staan pakt de consument ze niet. Supermarkten die de scharreleieren bovenaan in het schap zetten en de kooi-eieren onderaan zagen een switch naar verkoop van 80 procent scharreleieren en 20 procent kooi-eieren.” Een interessant artikel hierover vind je hier: https://www.sciencedaily.com/releases/2019/01/190109142629.htm.

Schaalvergroting

Aan de andere kant kunnen vernieuwingen in de veehouderij zorgen dat dierenwelzijn makkelijker te realiseren is. Bijvoorbeeld door het samenvoegen van kleine bedrijven. “We zijn als Valleivarkens van vijf locaties met minder welzijn en gezondheidsproblemen op één plek samengegaan.” vertelt Deetman. “Dat leidde tot een betere gezondheid, grotere duurzaamheid en meer dierenwelzijn.” Marcel Kuijpers, pluimveehouder, eigenaar van Kuijpers Kip en initiatiefnemer van Nieuw Gemengd Bedrijf valt hem bij: “In een goed georganiseerd bedrijf zijn betere welzijnsgaranties te geven. Grote bedrijven hebben vaak meer mensen in dienst, die elkaar bijvoorbeeld kunnen opvangen als er één een keer minder gemotiveerd is voor goede zorg. Ook kun je de ketens verkorten. Wij kunnen op ons bedrijf slachten op ons eigen bedrijf. Zo hoeven de kippen niet per vrachtwagen vervoerd te worden. Dit is beter voor het dierenwelzijn, maar het is ook efficiënter. Met slimme maatregelen als deze kan het inzetten op dierenwelzijn juist geld besparen. Ons doel is dat alle innovaties een dergelijke win/winsituatie opleveren.” Ook al leidt schaalvergroting tot een hogere efficiëntie, het publiek associeert megastallen met dieren die zijn gereduceerd tot productiemiddel. Politicoloog Herman Lelyveld waarschuwt dat dit het gevolg is van ‘framing’. “De term ‘megastal’ is geïntroduceerd door Milieudefensie en heeft negatieve associaties. Zorg dat een grote stal er leuk uitziet en de perceptie van mensen verandert direct. Laten we het debat niet voeren op basis van publieke opinie, maar op basis van de wetenschap.” Dat is nog niet zo makkelijk. Volgens Saskia Arndt, hoogleraar Diergedrag aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, weten we op het gebied van dierenwelzijn veel nog niet zeker. “Is de wei beter voor de koe dan de stal? Is het voor het varken echt belangrijk dat hij naar buiten kan?” Dat het onderzoek zich er nu vooral op richt dierenwelzijn te meten op stalniveau is een gemiste kans. “Om uitspraken te kunnen doen over dierenwelzijn moeten we kijken naar het individuele dier. Mijn zorg is dat het houden van dieren in grote groepen het onderhouden van een relatie met het individuele dier bemoeilijkt.”

Afstand

Ook Hilhorst vindt dat in de ketens te vaak over productie en voedselconversie wordt gesproken en er teveel afstand is van het individuele dier. Ook de afstand tussen de consument en het individuele dier is te groot geworden. “De consument ziet het worstje en heeft er geen gevoel bij.” Onderzoeker Elske de Haas ziet die kloof zelfs in de naamgeving van vlees. “Door de woordkeuze ontstaat al afstand. Waarom heet een knakworst bijvoorbeeld niet varkensworst?” De grotere afstand leidt tot minder waardering. “Mensen weten niet meer dat er achter hun stuk vlees een levend en voelend wezen zit,” verklaart Arndt. Het probleem ligt volgens pluimveedierenarts Maarten van den Berg echter niet bij de boeren. “Ze geven open dagen, er hangen camera’s in de stal, maar mensen maken er geen gebruik van, de goede bedoelingen van de sector ten spijt.” De verantwoordelijkheid is echter te groot om die bij de consument te leggen. De burger kan niet voor alle producten de diepte ingaan en achtergronden uitzoeken. Kuijpers blijft daarom volhouden: “We moeten blijven communiceren wat we in de sector doen. Als consumenten op basis van onze informatie ervoor kiezen geen vlees te eten, dat zij dan maar zo.”

Verdienmodellen

Vanzelfsprekend heeft ook de dierenarts een rol in het verbeteren van dierenwelzijn. “Het is de plicht van de dierenarts in te grijpen als de lichamelijke integriteit van dier verstoord wordt,” verklaart Arndt. “Hieronder valt ook het gedrag van het dier.” Nu worden dierenartsen echter nog vooral beloond voor het behandelen van ziektes. Het verdienmodel kan echter anders, zodat de dierenarts gaat verdienen aan de zorg voor de dieren. “Bij ons krijgt de dierenarts bijvoorbeeld een vast bedrag per kuiken en wordt hij niet betaald per interventie”, vertelt Kuijpers. De dierenarts van Deetman hanteert een abonnementssysteem. “Ik mag de hele week bellen.”

Dit artikel is gebaseerd op het tweede diergeneeskundige debat over de toekomst van de veehouderij van de faculteit Diergeneeskunde, op 4 december 2018. Het derde faculteitsdebat vindt plaats in mei 2019 en zal gaan
over duurzaamheid.

Tekst Johan Klein Haneveld Foto Shutterstock, Carolyn Smith1

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen