Ingezonden: Brexit en diergeneesmiddelen

Bij het schrijven van dit bericht is nog altijd in de sterren hoe Brexit de geschiedenisboeken in zal gaan. Weet May alsnog haar agreement door het parlement heen te loodsen, komt er een tweede referendum? Uitstel? Verlaat het VK überhaupt de EU? Wie het weet mag het zeggen. Voor het moment lijkt het aanhouden van een no-deal scenario de meest veilige strategie. Alleen al kijkend naar een stukje van onze eigen veterinaire niche, zijn de hobbels legio. Wat te denken van de diergeneesmiddelen? Het Europees Medicijn Agentschap (EMA) verhuist van Londen naar Amsterdam. Goed voor Nederland, maar een spijtige zaak voor Europa en de geneesmiddelensector. Alhoewel alle medewerkers overuren draaien om dit project rond te krijgen – onderwijl huisvesting zoekend in Amsterdam –, wordt alles gedaan om de autorisaties zo snel mogelijk te verwerken. Het VK heeft altijd een Europese hoofdrol gespeeld in het registreren van diergeneesmiddelen. Zo wordt een fiks deel van dossiers die voor registratie centraal of decentraal worden gebruikt, in het VK in elkaar getimmerd. Juist dáár zitten de gespecialiseerde bedrijven. Omdat de EU-regelgeving bepaalt dat deze dossieropbouw binnen de EU moet gebeuren, moeten we nog zien hoe dit snel valt op te lossen.

Veel Europese, decentraal geregistreerde diergeneesmiddelen hebben deze registratie volgens het systeem van wederzijdse erkenning, de Mutual Recognition. De procedure wordt geleid door één lidstaat, de zogenaamde Reference Member State (RMS). Andere landen erkennen dan het in de RFM geregistreerde diergeneesmiddel. Historisch is het VK in 80 procent van de gevallen deze RMS. Een serieuze uitdaging voor de medicijnfabrikanten is vóór 29 maart een alternatieve RMS te vinden, teneinde het verlies van de registratie per Brexitdatum te voorkomen. Gedurende de bij de EMA in Londen gehouden stakeholdersbijeenkomsten maakten de fabrikanten duidelijk deze deadline niet te kunnen halen. Toch lijken ze goed op weg. Inmiddels is voor 93 procenten van de producten een alternatieve RMS gevonden, meestal Ierland, Frankrijk, Duitsland of Nederland. Uiteindelijk zullen wellicht enkele niet getransfereerde producten voor Minor-Species-Minor-Uses resteren op de fatale datum van 29 maart. Uiteraard kunnen de EU-lidstaten hier middels versoepeling van de eisen nog wat hulp bieden.Ook neemt het VK het nodige deel van de daadwerkelijke productie van diergeneesmiddelen voor haar rekening. Tot nog toe konden deze door ‘responsible persons’ ter plaatse worden vrij geklaard voor export naar andere EU-lidstaten. Dit werk zal nu nogmaals moeten worden uitgevoerd in een van de andere lidstaten. Als we alles samen nemen lijkt het erop dat zelfs in een no-deal-scenario de problematiek met betrekking tot diergeneesmiddelen een redelijk overzichtelijke is. Onverlet blijft daarbij natuurlijk wel dat ook voor de toekomst veel geregeld moet worden om het gebruik van diergeneesmiddelen zowel in de EU als het VK mogelijk te maken. Denk hierbij aan harmonisatie op het gebied van bijvoorbeeld minimale residu limieten (MRLs), dierenwelzijn bij dierproeven en meer.Gelukkig hebben wij per EU-lidstaat ook nog de zogenaamde ‘competent authorities’, organisaties zoals onze Nederlandse Cbg-meb, die – intensief samenwerkend – in klemmende situaties kunnen inspringen om ad hoc problemen op te lossen. Het komt goed met onze diergeneesmiddelen.

Tekst Rens van Dobbenburgh

Om te kunnen reageren op een bericht dient u ingelogd te zijn.


Inloggen